Het recht op buit

‘In gelaet en kleedingh ’t eenemael burgerlijck,’ zo werd admiraal Jacob van Heemskerck (1567-1607) omschreven. Hij mocht er dan keurig uitzien, op zijn gedrag was het nodige aan te merken. Van 1601 tot 1604 leidde hij een grote handelsmissie naar de Oost. In de vroege ochtend van 25 februari 1603 stuitte hij in de Straat van Malakka op een gigantisch Portugees schip, de Santa Catarina. Het was met zijde en porselein beladen. Hoewel Heemskerck geen oorlogszuchtige opdracht had, twijfelde hij geen moment: hij liet zijn bemanning het schip enteren. Na één dag strijd was de kaap een feit. De buit was enorm en had een waarde van niet minder dan drie miljoen gulden (omgerekend zo’n 90 miljoen euro).

Terug in Nederland wilde de VOC de buit onder de vennoten verdelen, uiteraard na vorstelijke beloning van Heemskerck. Maar een pacifistische groep van voornamelijk doopsgezinde aandeelhouders had gewetensbezwaren tegen roof op zee. Er kwam een proces om te bepalen of de buit legitiem was verkregen.

De directeuren van de VOC vroegen aan de jonge, geniale jurist Hugo de Groot (1583-1645) om een stuk ter verdediging van Heemskerck op te stellen. Hij nam de opdracht aan en maakte er een lange, geleerde verhandeling van: De iure praedae (Over het recht op buit). Hierin toonde De Groot zijn kwaliteiten om kromme zaken recht te buigen. Hij beargumenteerde dat iedereen vrij was om handel op zee te drijven, en dat het geoorloofd was om militair op te treden als men in dit recht werd belemmerd. Omdat de Portugezen de Hollanders eerder in zakelijk opzicht meerdere malen hadden afgetroefd, was de kaping volgens De Groot juridisch toegestaan.

De VOC won inderdaad het proces; de buit werd verdeeld. Het twaalfde hoofdstuk uit De Groots tractaat, ‘Over de vrije zee’, werd gepubliceerd als Mare liberum. Het kernpunt in dit beroemde betoog – op internationale wateren kunnen geen nationale wetten gelden – is nog steeds het basisbeginsel van internationaal zeerecht.

Het is de belangrijkste reden waarom de piraten van de Saoedische mammoettanker Sirius Star, gekaapt op honderden kilometers van de Somalische kust, op het moment moeilijk kunnen worden aangepakt. Ze mogen De Groot wel dankbaar zijn.

Historicus Jaap Cohen onderzoekt het heden aan de hand van het verleden.