De moord op een cameraman, op film

In september vorig jaar filmden tien Birmese jongens de opstand tegen het militaire regime. Anders Østergaard maakte er een documentaire van.

Coen van zwol

Aumg Htan noemt hij zich vandaag, wie weet hoe hij morgen heet. Hij is in Amsterdam om de documentaire Burma VJ te promoten, publieksfavoriet van het Internationaal Documentaire Filmfestival (IDFA) Straks is hij weer in Thailand voor gevaarlijke korte bezoekjes aan zijn vaderland Birma. Het leven van een videoguerilla.

Aumg Htan is een van de tien Birmese jongens die in september vorig jaar met kleine digitale camera’s de opstand tegen het militaire regime vastlegden. De camera’s kregen ze in Thailand van een Noorse NGO. Ze noemen zichzelf DVB: Democratic Voice of Burma. Aumg Htan: „We waren een geheim broederschap, we kenden geen bazen of werknemers.”

Aanvankelijk filmden ze kleine items: over aids, armoede, straatkinderen. Irritant voor het generaalsregime, niet meer dan dat. Maar in september vorig jaar was DVB plots wereldnieuws. Voor het eerst sinds 1988, toen het regime straatprotesten uiteen schoot, kwam Birma in opstand – en DVB had de beelden. Birmese monniken in rode mantels gaven de opstand moreel gewicht: traditioneel verlaten ze alleen hun kloosters als de leiders het echt te gortig maken. Ze bleken niet langer heilig: militairen vielen de kloosters binnen, sloegen de boel kort en klein en voerden de monniken af; niet veel later dreven de eerste lijken in rode mantels in de rivieren. Het straatprotest stierf eind september met een brute schietpartij. Wellicht herinneren we ons vagelijk dat beeld van de Japanse cameraman die op straat werd geëxecuteerd – daarna vroeg ander nieuws weer onze aandacht.

Een moord op een cameraman, vastgelegd door een camera: passender kan het niet. Zonder die beelden had niemand iets in kunnen brengen tegen de bewering dat de Japanner door een verdwaalde kogel was geraakt. Nu kunnen we zien hoe een militair naar de liggende cameraman loopt en hem door het hoofd schiet.

De documentaire Burma VJ is een rauwe kroniek van een neergeslagen opstand. De beelden schokken en kantelen, de camera zit soms in een tas verborgen, je beleeft de angst van de cameraman. Als hij betrapt wordt, volgt celstraf, foltering, mogelijk de dood. Er is dat korte moment van euforie, wanner het volk zich machtig voelt, en dan zijn er de trucks met opgefokte soldaten. „Dit is het”, mompelt de cameraman: het schieten begint. Een andere cameraman filmt meppende militairen vanuit de bosjes en hijgt van angst als er één op hem afloopt. Dit gaat ergens over: een Gideonsbende die zijn leven waagt en via chatrooms en gsm’s met elkaar in contact blijft.

Het generaalsregime in Birma leeft al veertig jaar op isolatie en stilte. Het monopoliseert de informatiestroom, zoals de VS dat deed tijdens de Golfoorlog van 1990, Rusland bij de tweede Tsjetsjeense oorlog van 2000, China bij de recente rellen in Tibet. Geen beelden, geen nieuws, geen aandacht, geen sancties. Maar de camera’s worden kleiner, de verbindingen sneller. Er is een wereldwijde wedloop gaande tussen de waarheid en de macht.

Vandaar dat de DVB in Birma na september 2007 staatsvijand nummer één was. De jacht werd geopend, het hoofdkwartier gevonden, drie leden gearresteerd - twee daarvan kregen celstraffen van twee en zeven jaar. De rest dook onder of vluchtte naar Thailand. Aumg Htan is één van hen. Hij filmde doodsbange monniken in hun klooster, vlak voordat de militairen ze meenemen. En – door een kier van een hek – de geheime politie die het DVB-hoofdkwartier in Rangoon leeghaalt. „Mijn beste vriend werd afgevoerd. Hij keek me aan, lijkbleek. Ik deed alsof ik een voorbijganger was.”

De Deense filmmaker Anders Østergaard verzamelde en rubriceerde vijftig uur aan DVB-materiaal – niet eenvoudig, omdat het lukraak, soms via internet en soms via satelliettelefoon, is verstuurd, en soms via een keten sympathisanten over de Thaise grens is gesmokkeld. Østergaard laat het verhaal zichzelf vertellen, zonder voice-over. Hoewel het netwerkje van de DVB nu in duigen ligt, hebben ze volgens Østergaard school gemaakt. „Bij de verwoestende cycloon van mei weerde Birma pers en hulpverleners. Maar jongelui reisden spontaan per bus naar het rampgebied, filmden of fotografeerden en stuurden het via internet naar de buitenwereld.”

Het Birmese regime zit niet stil: de controle op internet is verscherpt, e-mail kan alleen nog via een staatsdienst worden verstuurd. Østergaard: „Ze zijn te meedogenloos om te vallen door videobeelden. Maar de Boeddhistische cultuur van Birma helpt. Die leert de kunst van het geduld, van niet meteen succes verwachten.” Aumg Htan is optimistisch. „De wereld is Birma alweer vergeten, maar we weten niet wat er morgen gebeurt. De Berlijnse Muur leek voor eeuwig, kijk eens hoe snel die verdween.”