De feiten van Koopmans

Ruud Koopmans diskwalificeert onze stelling dat in het politieke debat over integratie de aanhangers van een ‘harde lijn’ de overhand hebben (Opiniepagina, 19 november). De ‘feiten’ tonen volgens hem aan dat het Nederlandse beleid nog steeds sterk multicultureel van aard is. Koopmans’ voorbeelden – islamitische scholen, halal slachten – zijn juist, maar weinig interessant. Zij dateren uit het tijdperk van de verzuiling (de pacificatie van de schoolstrijd uit 1917 en de wet op ritueel slachten uit 1920) en hebben met multicultureel beleidsenthousiasme niets te maken. Andere feiten, bijvoorbeeld dat Nederlanders hoog scoren op de islamofobie-index van het European Monitoring Centre on Racism and Xenophobia, vermeldt hij niet. Bovendien: wij hebben het niet over het beleid, maar over het debat. Dat laatste is verhard, niet alleen wegens de opkomst van Wilders en Verdonk, maar vooral omdat de middenpartijen zich aan hun redeloze retoriek aanpassen. Als woordvoerders van een middenpartij als de PvdA oproepen om Marokkaanse kwajongens te ‘vernederen’ en inzetten op verdere ‘polarisatie’ en ‘beschaafd nationalisme’, is er ons inziens echt iets aan de hand.

Koopmans hanteert de naïeve wetenschapsopvatting dat feiten voor zich zouden spreken. Juist de discrepantie tussen tekenen van voortgaande integratie en de radicale teneur van het debat die zijn bijdrage illustreert, maakt duidelijk dat het oordeel over succes van integratie sterk afhangt van de definities van de onderzoeker.

Volgens Koopmans is integratie in Nederland mislukt wegens het multiculturele beleid, ook al weet ook hij het oorzakelijk verband niet aan te tonen. Hij presenteert zich als de zuivere wetenschapper, maar is blind voor het feit dat het oplevend nationalisme in de Nederlandse politiek het kenmerk is van deze tijd; niet de relicten van de verzuiling waar hij zich op blind staart.

Jan Willem Duyvendak, Ewald Engelen en Ido de Haan

Dit is een ingekorte reactie. Lees de volledige tekst op nrc.nl/opinie