Breezers voor het kinderpartijtje

Leerlingen van drie basisscholen in de Utrechtse wijk Ondiep kregen lessen in alcoholpreventie. „Tot je zestiende is het echt superschadelijk!”

„Hee Dianti, neem een breezertje.”

„Neehee.”

„Ah joh, neem een breezertje, je ouders komen er heus niet achter.”

„Nee!” Dianti duwt ferm haar vriendinnen opzij en beent er vastberaden vandoor.

Trots laten de vriendinnen zien wat ze hebben geleerd over alcohol. Je mag dus nee zeggen. Het toneelstukje is onderdeel van een weerbaarheidstraining voor groep 7 en 8 van de Utrechtse basisschool De Boemerang.

Het project is een proef van de Utrechtse GG&GD die op drie basisscholen in de volksbuurt Ondiep wordt gehouden. Uit gesprekken met veldwerkers en bewoners daar bleek dat alcoholverslaving als een van de problemen wordt ervaren. Het project sluit bovendien aan bij inzichten dat alcohol de ontwikkeling van de hersenen van pubers remt.

Dat is dan ook wat de leerlingen leren. Gevraagd naar de gevaren van alcohol roepen de meiden door elkaar: „Het is slecht voor je hersengroei en je organen.” „Tot je drieëntwintigste is het slecht voor je.” „En tot je zestiende is het echt superschadelijk!”

Gisteren kregen de leerlingen van groep 8 hun weerbaarheidsdiploma. Deze laatste les is ook bedoeld voor ouders, de kinderen laten in toneelstukjes zien wat ze geleerd hebben. Maar er zijn nauwelijks ouders aanwezig. Bij de meisjes twee, bij de jongens één.

Op eerdere voorlichtingsavonden over alcohol speciaal voor ouders kwamen wel meer bezoekers, zegt wethouder Rinda den Besten (Jeugd, PvdA). „De bewoners hebben zelf aangegeven dat ze dit een heel belangrijk onderwerp vinden. En ook voor ouders gaat het om weerbaarheid. Als andere ouders het normaal vinden om hun kind te laten drinken, moet je stevig in je schoenen staan om het jouw kind te verbieden.” Uit een nog ongepubliceerd onderzoek van de gemeente blijkt volgens Den Besten dat ongeveer een kwart van de twaalfjarigen in de laatste drie maanden alcohol dronk.

De moeder van Bruce vindt het „heel goed” dat de voorlichting wordt gegeven, al heeft ze nog niet gemerkt dat Bruce er zelf al mee bezig is. „Maar hij gaat straks naar het voorgezet onderwijs en dan kan dat veranderen”, zegt Monique de Groot. „Hij gaat nu nog niet alleen naar feestjes, maar dat komt natuurlijk wel.” Thuis krijgt Bruce geen druppel alcohol.

Dat geldt niet voor alle kinderen, merkt Klaas-Bert Pol, de meester van groep 8. Hij was ooit op een verjaardag waar de moeder breezers had ingeslagen voor de kinderen. „Sommigen, niet allen, komen nu al in aanraking met alcohol”, zegt Pol. „Dan zijn ze elf, twaalf. Er is hier jaarlijks een straatfeest waar veel drank bij wordt gedronken, dan is het ook voor kinderen makkelijker. En met een EK of WK is het hier één groot Oranjefeest. Daar hoort een biertje bij. Of tien.” Pol geeft al vijftien jaar les in de wijk. Hij bestrijdt dat er sprake is van een verschuiving in leeftijd. „De meeste kinderen drinken voor het eerst tussen twaalf en vijftien jaar. Het is goed als ze nu al de gevaren leren kennen.”

Bij een eerdere les op De Boemerang bleek dat vooral onder de meiden al een goed gesprek mogelijk is over wat lekkerder is, een breezer, een biertje of wijn. Bier is vies, wijn ook. Maar breezer en ook flügel zijn „lekker zoet”.

Bart Boerema van de GGD, die de lessen aan jongens geeft, vraagt ze wat ze nu zouden doen als hun ouders bij een feest een slokje champagne aanboden. „Geen champagne, wel een biertje”, zegt er één stoer. Anderen roepen nee. Maar nee zeggen tegen je ouders is lastig, geven ze toe. En wat ze nu hebben geleerd? Carlito: „Dat je best snel een black-out kan krijgen.” Vincent: „Ik dacht: af en toe een biertje is best lekker. Maar dat is echt niet goed voor je lichaam.”

In februari wordt de proef geëvalueerd. Wethouder Den Besten denkt erover dergelijke lessen op alle scholen in te voeren.