'Bejaardentaks' door de Kamer

Bos hield vol: 65-plussers moeten straks meebetalen aan de AOW. In het belastingplan is ook de flinke bonus voor werkende ouderen geregeld.

Het begon met een onschuldig zinnetje in een lezing van Wouter Bos dat de PvdA vorig jaar de verkiezingswinst kostte, en het eindigde gisteren met de aanvaarding in de Tweede Kamer van het Kamerstuk 31704.

Verstopt in het Belastingplan 2009 zit de ‘fiscalisering’ van de AOW – beter bekend als de ‘Bos-belasting’ of de ‘bejaardentaks’. Vanaf 2011 wordt de financiering van de AOW-uitkering stapsgewijs meebetaald door 65-plussers met een aanvullend pensioen. De SP, VVD, PVV en Rita Verdonk stemden tegen.

Het onschuldige zinnetje in de lezing ‘Lessen van de Scandinavische landen’ die Bos op 28 april 2006 uitsprak, luidde: „Het pensioenstelsel kan eerlijker en efficiënter gemaakt worden door de belastingbasis te verbreden en het progressiever te maken voor mensen met hoge inkomens, of ze nu ouder of jonger dan 65 jaar zijn.”

Dit leidde tot groot politiek tumult. De toenmalige regeringspartijen CDA en VVD vielen Bos fel aan op zijn ouderenbelasting. Voormalig PvdA-coryfee Marcel van Dam voerde een ware guerrilla tegen Bos via zijn column in de Volkskrant. De PvdA verloor de verkiezingen van 2007 mede als gevolg van de slechte en tegenstrijdige communicatie over de voorgestelde bejaardentaks.

Terwijl de PvdA vasthield aan de fiscalisering van de AOW (betaling van het staatspensioen uit belastingen in plaats van uit premies), beloofde het CDA pensioengerechtigden te vrijwaren. Als alternatief pleitte het CDA voor prikkels om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te verhogen.

In de coalitiebesprekingen met het CDA en de ChristenUnie slaagde Bos erin om de fiscalisering van de AOW in het regeerakkoord op te nemen. In ruil werd de wens van CDA-leider Balkenende om mensen te stimuleren langer door te werken, eveneens in de kabinetsplannen opgenomen. De wettelijke AOW-leeftijd van 65 jaar bleef gehandhaafd.

Het Belastingplan 2009 bevat de uitgewerkte Bos-taks en de Balkenende-bonus. Mensen met een aanvullend pensioen die vanaf 2011 65 jaar worden – dus iedereen die na 1945 geboren is – gaan stapsgewijs meebetalen aan de AOW. De ondergrens wordt getrokken bij een inkomen hoger dan de AOW plus een aanvullend pensioen van 18.000 euro per jaar.

De verhoging van de bijdrage van ouderen wordt uitgesmeerd over een periode van 20 jaar, zodat pas in 2030 de volledige fiscalisering is bereikt. De bijdrage loopt op van 52 euro per jaar in 2011 tot 950 euro per jaar in 2030. Dan is het belastingvoordeel dat 65-plussers nu hebben omdat ze de AOW-premie van 17,9 procent niet hoeven te betalen, helemaal weggewerkt.

Tegenover deze bejaardentaks staat de doorwerkbonus voor mensen die tot hun 65ste blijven verdienen. Deze bonus begint in 2009 en geldt eveneens voor iedereen geboren na 1945. De bonus bestaat uit een belastingkorting op het inkomen. Voor mensen geboren na 1945 die blijven doorwerken, betekent het dat ze vanaf 2009 een forse netto-inkomensstijging tegemoet kunnen zien. Deze loopt op van maximaal 2.296 euro voor een 62-jarige tot 4.592 euro per jaar voor een 64-jarige.

De opzet is zo dat de bonus die iemand tot zijn of haar 65ste ontvangt, evenveel is als de gemiddelde bijdrage aan de fiscalisering van 65-plussers na 2011. Zo houden de Bos-taks en de Balkenende-bonus elkaar in evenwicht.

De fiscalisering van de AOW en de premie op langer doorwerken voor ouderen zijn een compromis van PvdA en CDA. Er worden twee doelen mee bereikt: langer doorwerken vanaf 62 jaar wordt financieel aantrekkelijker gemaakt én de kosten van de AOW worden omgeslagen over gepensioneerden met een behoorlijk aanvullend pensioen. Er zijn slechtere compromissen in Den Haag gesloten.