Zuigen en temen, dat werkt heel goed

Mensen die vaak televisiekijken hebben vaak lievelingsseries, of althans series die ze volgen. Min of meer volgen. Waarom zo’n serie ineens in je eigen prijzen is gevallen, is niet altijd zo duidelijk. Zo ken ik vrij wat mensen, deze mensen zijn allemaal vrouwen, die naar Grey’s anatomy kijken. Doe het zelf ook, en zelfs met enige gretigheid. Een ziekenhuisserie die zich afspeelt op een chirurgische afdeling, dus met chirurgen en chirurgen in opleiding en waar chirurgen zijn, zijn grote trauma’s en veel bloed en spectaculaire operaties op leven en dood. Ziekenhuisseries spelen zich zelden op de orthopedische afdeling af – er mag wel eens iets met armen en benen en spieren in zitten, maar harten en hersenen zijn toch duidelijk veel populairder. In Seattle Grey (zo heet het ziekenhuis) loopt bovendien nog een geweldige womanizende plastisch chirurg rond, door de leuke artsenmeisjes in opleiding McSteamy genoemd, die wonderen verricht op het menselijk gezicht. Ook niet weinig spectaculair. Zijn vriend, de zachtaardige briljante hersenchirurg wordt, althans door één van onze meisjes, het licht slissende hoofdpersoontje, McDreamy genoemd.

Het is vaak een wonder dat er in dat ziekenhuis ooit een operatie slaagt, want iedereen heeft het, ook onder het opereren, geweldig druk met waar in televisieseries alles om draait, als het tenminste geen moordseries zijn: relaties. Zowel familiale als liefdes.

Tot zover niets nieuws en alles in orde. Maar de laatste tijd lijkt iedereen in dat ziekenhuis wel gek geworden (of nóg gekker). McSteamy, aan wie we ooit nog wel eens wat gevoelens toeschreven, is een neukautomaat geworden, sorry dat ik het zo zeg. De chef van het ziekenhuis lijkt, zodra hij het ziekenhuis verlaat, op een verdwaalde kleuter. Het hele ziekenhuis is trouwens ineens diep naar beneden getuimeld op een of andere beoordelingslijst en nu zijn ze ook allemaal op hun vakgebied de draad kwijt. Is dit nog wel leuk? Wat zijn die scenarioschrijvers aan het doen? Waar is de mooie vriendschap in ons groepje aankomende artsen gebleven? Ik protesteer! Ook vrouwen willen niet naar een gekkenserie kijken!

Doe het dan niet. Nee. Maar iets gezelligs zo nu en dan, lekker dom zwelgen, dat moet toch kunnen. Daarvoor zíjn de commerciële zenders er, zou je zeggen. Die kunnen voor veel geld verrukkelijke, maar stomme series kopen en dan kijken we op Nederland 2 netjes naar een portret van documentairemaker Frans Bromet, die een geweldige onwil uitstraalde om geportretteerd te worden. Het was trouwens wel heel goed gedaan, door zijn oud-stagiair David de Jongh, die de Brometse werkwijze overtuigend analyseerde.

Zo heeft Bromet de gewoonte om niet steeds echte vragen te stellen maar geregeld gewoon een beetje lijzig, zoals hij nu eenmaal praat, iemands eigen zin te herhalen. „Ik had het gevoel dat de bomen mij om hulp vroegen”, zegt een vrouw . „U had het gevoel dat de bomen u om hulp vroegen”, herhaalt Bromet met een zweempje van verbaasde vraagtoon erin. Of hij vraagt eerst: „Hebt u veel mensen doodgeschoten?” „Ik dacht het niet”, antwoordt de man. „U dacht het niet”, zuigt Bromet. En dan praat iemand weer verder. We zagen er vele voorbeelden van. Ook van de brutale manier waarop hij met de camera overal rondloert en van zijn al even ongegeneerde vragen. Waar de mensen heel vaak ook nog gewoon op antwoorden.

Verder ging het ook nogal over de mens Bromet, over z’n moeder en z’n vader: „Gewoon, gevoelloze nare mensen”, zei Bromets vrouw keihard.

Bromets dochter vertelt dat ze wel eens denkt bij een in haar ogen overdreven heftige reactie van haar vader: „Doe nou ’ns normaal.” Hij heeft bijvoorbeeld de neiging om het eigen terrein enorm te beschermen – die serieBuren destijds kwam zo te zien bepaald niet uit de lucht vallen. „Ik doe volkomen normaal”, repliceert Bromet met die lusteloze stem.

Zelden een portretfilm gezien, nee nooit, waarin commentaar en analyse en de eigen mening van de geportretteerde zo soepel aan elkaar geregen waren tot een overtuigend beeld. Bromet zelf vond het niks: „Het zijn van die miezerige onderwerpen die je aanroert.”