Zorgondernemers dagen ministerie

De organisatie van zorgondernemers Actiz daagt het ministerie van Volksgezondheid voor de rechter. De werkgevers vinden dat het ministerie bemiddelingsbureaus voor thuiszorg ten onrechte bevoordeelt.

Staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid (PvdA) wees een klacht hierover van Actiz, dat een aantal grote thuiszorginstellingen als lid heeft, vorige maand af. Het kort geding dient naar verwachting in januari in Den Haag.

Actiz dreigt verder afspraken met onder meer ministerie, gemeenten, zorgverleners en zorgvragers over kwaliteitseisen voor huishoudelijke (WMO-)hulp niet te ondertekenen.

Aanleiding tot de ruzie is een convenant tussen ministerie, thuiszorgbemiddelaars (BTN), Belastingdienst en UWV, uitvoerder van werknemersverzekeringen. De bedoeling ervan is de fiscale positie van de ‘zelfstandige zonder personeel’ in de thuiszorg te verduidelijken. Veel van die zzp’ers werken via bemiddelingsbureaus, waardoor twijfel ontstond over hun status als zelfstandige, en daarmee over belasting- en premiebetaling.

Het convenant stoort Actiz, omdat het ministerie aan bemiddelingsbureaus de status toekent van ‘toegelaten zorgorganisatie’, terwijl ze geen zorgverplichting en -verantwoording hebben. Dat leidt tot ongelijke concurrentieverhoudingen, stelt Actiz. Ook verzet ze zich ertegen dat de bemiddelingskosten van de bureaus uit de AWBZ worden vergoed. Dat zijn geen zorgkosten, vindt Actiz.

Volgens Bussemaker is geen sprake van oneerlijke concurrentie. In het convenant „zijn geen concessies gedaan op kwaliteitsgebied”, schrijft ze aan Actiz. Dus, redeneert ze, hebben bemiddelingsbureaus en zzp’ers nauwelijks lagere kosten dan zorginstellingen.

De staatssecretaris wijst de zorgondernemers er op dat zij ook kunnen profiteren van het convenant. Door de regulering van de bemiddeling voorziet zij een daling van het aantal bemiddelingsbureaus. Daarnaast verwacht ze, door een verplicht kwaliteitskeur, dat zzp’ers professioneler gaan werken en hun tarieven verhogen.