Zorgen om Oekraïense wapenhandel

Oekraïne behoort tot de grootste wapenexporteurs ter wereld. Maar dat gaat niet altijd volgens de regels. Rusland beschuldigt Kiev van illegale leveranties aan Georgië tijdens de oorlog.

Het gezicht van Vladimir Poetin stond op onweer. Als Oekraïne wérkelijk wapens aan Georgië had geleverd, voor en tijdens de oorlog afgelopen zomer, dan was dat „een misdaad”. Het stond gelijk aan „directe betrokkenheid van Oekraïne bij het conflict”. En Moskou, zo fulmineerde de Russische premier, zou in dat geval niet nalaten de betrekkingen met Kiev nog eens kritisch te beschouwen.

Poetins uitval had plaats tijdens een werkbezoek vorige maand van de Oekraïense premier Joelia Timosjenko. Het was een reactie op een artikel in de Russische krant Izvestia (deels in handen van staatsgasbedrijf Gazprom), waarin, op basis van gelekte Oekraïense overheidsdocumenten, werd gemeld dat Oekraïense wapens zouden zijn ingezet tegen Russische soldaten bij het recente conflict.

Internationale wapenhandel is niet illegaal en op Georgië rust geen wapenembargo. Wel zijn er (niet-bindende) internationale afspraken dat landen terughoudend moeten zijn met het leveren van wapens aan landen die in conflict zijn, of waar wapenleveranties kunnen leiden tot een escalatie van sluimerende problemen.

Maar illegaal of niet, Poetins opmerkingen kwamen op een voor Oekraïne gevoelig moment. Kort daarvoor waren internationaal vragen gerezen over de wapenhandel van het land. In september werd voor de kust van Somalië een schip gekaapt, dat vol zat met Oekraïense tanks en raketwerpers. Volgens Kiev waren de wapens bestemd voor het Keniaanse leger. Maar de Amerikaanse regering zei dat de wapens vanuit Kenia verder zouden worden vervoerd naar Zuid-Soedan, de autonome regio in Soedan die in mei nog slag leverde met troepen van de regering. Tegen Soedan geldt wel een wapenembargo, maar alleen inzake Darfur.

Kort daarna verscheen een kritisch rapport van de Zweedse denktank SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute), waarin de zorg werd geuit over Oekraïense wapenexporten naar Tsjaad en Libië. Het risico bestaat dat de wapens „via omwegen in handen vallen van rebellen en gebruikt worden in conflicten”. Als Oekraïne een „verantwoordelijke wapenexporteur” wilde zijn, waarschuwde het rapport, dan zou het de handel aanzienlijk scherper moeten controleren.

De internationale gemeenschap maakt zich zorgen over Oekraïense wapenverkopen. Volgens SIPRI behoort het land tot de tien grootste wapenexporteurs ter wereld, en tot zijn klanten behoren veel landen die in conflicten zijn verwikkeld. In een omstreden deal uit 1999 zouden Oekraïense wapens via Burkina Faso en Liberia uiteindelijk zijn beland bij rebellen van de Revolutionary United Front (RUF), tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone. Rusland is volgens SIPRI overigens de tweede wapenexporteur van de wereld.

Die rol van mondiale wapenleverancier dateert uit de voormalige Sovjet-Unie. Oekraïne was het wapenhuis van de ‘socialistische heilstaat’, en na het uiteenvallen van het sovjetrijk en de ontmanteling van het sovjetleger bleef het achter met een enorme berg wapens. Volgens de NAVO hield Oekraïne zo’n 7 miljoen geweren, pistolen, automatische wapens en mortieren over. Sommige deskundigen schatten dat het er twee keer zo veel zijn. De Oekraïense strijdkrachten tellen zo’n 150.000 man.

Oorspronkelijk besloot Oekraïne, met financiële steun van de Atlantische verdragsorganisatie, dit surplus aan wapens te vernietigen. Maar dat programma werd al snel stopgezet. Volgens SIPRI omdat Kiev „het simpele rekensommetje had gemaakt, dat wapens vernietigen geld kóstte, terwijl wapens verkopen geld opleverde”. Na de val van de Sovjet-Unie was de Oekraïense economie ingestort. Behalve ijzererts had het land weinig grondstoffen om te exporteren.

Tot op de dag van vandaag zijn in Oekraïne nog talloze wapendepots te vinden. Vaak verkeren die in erbarmelijke omstandigheden. Regelmatig verschijnen er berichten in de media dat er ergens in het land munitie is ontploft. Ook de controle is slecht: bewakers zijn vaak corrupt en er is veel diefstal.

Illegale wapenhandel floreert in grote delen van de voormalige Sovjet-Unie. Begin dit jaar werd in Thailand de Russische wapenhandelaar Viktor Boet (van wie sommigen zeggen dat hij uit Oekraïne komt) gearresteerd. Hij verkocht wapens aan zo’n beetje alle omstreden regimes in Afrika. Boet had goede contacten in Oekraïne en haalde daar een groot deel van zijn voorraden vandaan.

In Oekraïne zelf is inmiddels een onderzoek gaande naar de wapentransacties met Georgië. Opvallend is daarbij dat de commissie belast met het onderzoek wordt geleid door Valeri Konovalioek, een medestander van Viktor Janoekovitsj. Janoekovitsj werd bij de verkiezingen in 2004, die uiteindelijk de pro-westerse Viktor Joesjtsjenko aan de macht brachten, gesteund door het Kremlin.

Onlangs publiceerde de commissie de eerste resultaten van het onderzoek. In 2007, voorafgaand aan de oorlog, zouden inderdaad wapens aan Georgië zijn geleverd. Over leveranties gedurende het conflict zei de commissie vooralsnog niets. De regering in Kiev ontkent echter dat deze wapenverkopen illegaal zijn. Volgens Sergej Chimtsjenko van de Oekraïense veiligheidsraad heeft Kiev zaken gedaan met Tbilisi „overeenkomstig internationale wetgeving en nationale belangen”. Ook zei hij dat Oekraïne wapens zou blijven leveren aan Georgië. „We leveren nu geen wapens, maar de contracten die we eerder hebben getekend zullen worden nagekomen.”

Konovalioeks kritiek is vooral dat de wapens tegen veel te lage prijzen zijn verkocht. Zo zouden 74 T-74 tanks voor 250.000 dollar zijn verkocht, terwijl hun marktwaarde 1 miljoen dollar zou bedragen. Een luchtafweerinstallatie zou voor 28 miljoen dollar zijn verkocht, terwijl een andere bieder 150 miljoen had geboden. De commissie zegt dat hiermee moedwillig „schade is toegebracht aan de defensiecapaciteit van Oekraïne”. Konovalioek noemde de verkopen een „gruwelijke schending van nationale wetgeving met betrekking op legereigendommen en van de basisprincipes van de Oekraïense nationale veiligheid”.De regering in Kiev heeft hier nog niet op gereageerd.

Viktor Joesjtsjenko is als president direct verantwoordelijk voor Ukrspezexport, die het grootste deel van de Oekraïense wapenverkopen verricht. De president is al vleugellam door een verbeten machtsstrijd met zijn tegenstanders. De kritiek van de commissie zal in Moskou met instemming zijn begroet. Hoe meer intern gekrakeel in Oekraïne hoe minder kans op het NAVO-lidmaatschap dat door Joesjtsjenko fel wordt begeerd, maar waar Poetin een fel tegenstander van is.