Yes, we can! Maar hier ook?

Dit zijn spannende tijden. Stel je voor dat een nieuwe premier in Nederland talloze deskundigen in het land uitnodigt om met ideeën te komen, aan werkgroepen deel te nemen, over energie, sociale rechtvaardigheid, transport, gezondheidszorg, wetenschap en noem maar op. Stel dat zij of hij vraagt om suggesties voor de namen van de meest capabele mensen om verantwoordelijkheid te dragen op hoge posten. En stel dat hij of zij daar serieus naar luistert, door panels te benoemen om die ideeën en mensen op hun waarde te laten toetsen, aan de hand van tientallen gedetailleerde criteria. En zich daarbij niet eens alleen laat leiden door het bekende netwerk van old boys & girls.

Stel – maar zoiets is eigenlijk volledig onvoorstelbaar. Zo werkt de politiek immers nooit. Zelfs niet onder Obama, want ook daar spelen machtsverhoudingen en oude netwerken en verplichtingen een belangrijke rol.

En toch gebeurt daar iets wat lijkt op een stille revolutie van het politieke bedrijf. Misschien met hier en daar een bedrijfsongeval, en zeker nog een dosis oude bekenden en de voor de hand liggende verwijten, omdat iedere keuze voor een persoon zijn beperkingen heeft en betekent dat iemand anders wordt overgeslagen. Maar niettemin gebeurt er iets bijzonders. De hooggespannen verwachtingen die Obama tot nu toe teweeggebracht heeft, lijken zich dankzij een doordachte en subtiele regie om te zetten in concrete stappen.

Wacht, dit klinkt toch bekend. Was het niet Ségolène Royal die het Franse volk wilde laten beslissen over haar prioriteiten, via haar websites waarop zij hun dromen over Frankrijk mochten noemen? Ging ook het huidige Nederlandse kabinet niet honderd dagen luisteren naar de stemmen en stemmingen uit de samenleving?

Obama’s mobiliserende benadering gaat veel verder. Via zijn nieuwe manier van politiek bedrijven heeft hij honderdduizenden op de been gebracht, niet alleen om te stemmen maar om mee te doen. Voor het eerst blijkt er iemand te zijn die de kloof echt wil dichten – tussen de arrogante regeerders en gewone mensen, tussen Washington en de van voorzieningen verstoken buitenwijken tot de dorre vlaktes van de graanboeren. En voor het eerst is er iemand die daarvoor alle moderne middelen inzet: internetgemeenschappen, mobiele telefoons, YouTube, elektronische fora en ouderwetse discussiebijeenkomsten.

De kloof dichten betekent uit die wirwar van meningen en ideeën iets destilleren dat verder gaat dan de waan van de dag, simplistisch idealisme of gemakkelijk populisme. Dat is wat er fout ging bij Ségolène Royal en vele anderen. Waar het Obama in het begin misschien aan gedetailleerde visie ontbrak, wordt dat gecompenseerd door de ideeën die zijn transition team verzamelt en verwerkt. Zo lijkt er geleidelijk een coherent beeld te ontstaan van de toekomst, van de veranderingen, en ja zelfs van de offers die er moeten worden gebracht. Want dat is uiteindelijk de inzet, lijkt me, al heeft Obama dat zelf nog niet expliciet geformuleerd: de overgang van een verspillende, egocentrische en materialistische samenleving naar één waarin – gebruikmakend van het geweldige potentieel aan kennis en ondernemerschap – welbegrepen eigenbelang verregaande veranderingen oplegt, in energiegebruik en consumptiepatronen, in maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het land en de wereld als geheel centraal stelt.

Zou het hem lukken? Er zijn zoveel obstakels te overwinnen. In Washington moeten niet alleen ministers en onderministers benoemd worden, maar alle hoge ambtenaren die het resultaat zijn van twee termijnen van de regering-Bush. Sommigen zijn goed maar niet loyaal, anderen kunnen misschien loyaal blijken maar zijn niet competent. Dit proces van opschonen en vervangen gaat maanden, zo niet jaren kosten en brengt spanningen met zich mee, al is het maar voor de continuïteit van de federale overheid.

Wat het meest verbaast, is dat veel van het cynisme is verdwenen. Zo, dankzij zijn charisma en strategie, zet Obama een trend, niet alleen door een nieuwe generatie jongeren bij de politiek te betrekken, maar ook door de ervaring van een oudere generatie te benutten. Over de grenzen van partij en afkomst heen. Wat een voorbeeld voor ons, in het door populisme en referenda verkrampte Europa! Stel je eens voor dat voorafgaand aan een kabinetsformatie, of liever, al voorafgaand aan de verkiezingen, een team wordt samengesteld om de nieuwe premier en zijn kabinet te begeleiden in het formuleren van concrete vertalingen van verkiezingsbeloftes, los van partijen, maar gewoon op merites. Een verstandige groep mensen, gevoed door allerlei initiatieven, via internet en andere media, die niet hun eigenbelang op het oog hebben en ook geen ministerspost nastreven, maar eenvoudig hun land willen dienen. Zodat het overleg over de toekomst van het land niet in de afzondering van een afgelegen provincie plaatsvindt, ver van pers en pottenkijkers, maar zichtbaar, in overleg en continu open voor nieuwe plannen.

Het is alsof er een gordijn is weggetrokken en het licht weer binnenkomt, zo formuleerde een van mijn Amerikaanse collega’s het. Er ontluikt, wie weet, een nieuwe manier van politiek bedrijven: door het mobiliseren van de basis zonder te vervallen in het honoreren van de korte termijn en het hier en nu. Zo’n gordijn zou ik ook wel willen laten wegtrekken in Nederland en in Europa, met dezelfde inzet: het verenigen van links en rechts, jong en oud, allochtoon en autochtoon, om een overstap te maken naar een echt duurzame samenleving. Het zoeken is nog naar een Nederlandse of Europese Obama.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/fresco (Bijdragen worden openbaar na beoordeling door de redactie.)