Wow, ik ruik nu Dior Homme

Hoezo weer roken in cafés?

Ik ben blij dat ik eindelijk weer eens kan ademhalen. En wat dacht je van al die lekker ruikende mannen?

Het rookverbod is een droom die in vervulling is gegaan. Want hoe fijn is het om gewoon een drankje met een vriend of vriendin te doen en bij het verlaten van de locatie eens niet helemaal naar rook te ruiken?

Nou, heel fijn. Vroeger kon ik op zondag niet uitslapen omdat ik voor negenen wakker werd van de misselijkmakende geur die zich van mijn kussen meester had gemaakt.

Daarbij heb ik astma. Diezelfde dag was dus een hel voor mijn longen. Opmerkingen in de trant van „dan ga je toch niet uit”, negeer ik gemakshalve. Ik kan er in theorie inderdaad voor kiezen om dan maar niet uit te gaan. Maar er zijn genoeg gelegenheden waar je een zaal of Grand Café simpelweg niet kan mijden. Zoals bij menig feest, bij recepties en bij netwerkborrels.

Ik snap daarom ook niet waarom de auteurs van anti-anti-rokerscolumns en verhalen als helden worden onthaald. En waarom nicotineverslaafden die stug doorroken en hun cafébazen overhalen om toch weer asbakken neer te zetten op de tafels, als veredelde James Deans worden gezien. Hoeveel botoxbehandelingen die man had moeten ondergaan om die bovenlip weer strak te trekken, mocht hij nog een paar jaar zijn meegegaan! Ik zie geen heldendaad in het consistent bedreigen van je eigen (alhoewel, dat is mij eigenlijk om het even) en andermans gezondheid.

Het is verbazingwekkend hoe snel je aan de rookvrije horeca gewend raakt. Mijn longen zijn er zelfs een beetje verwend van geworden, merkte ik gisteren toen ik bij een vriend thuis was. Zijn moeder rookt in huis, daar stopt de invloedssfeer van de minister, en dat voelde ik meteen.

Op de kunstacademie rookt 80 procent van de aanwezigen. Het lijkt wel onlosmakelijk verbonden met het ‘kunstenmaken’. Het was tot voor kort zelfs normaal voor leraren en studenten om in de lokalen te roken. Bij een reclamebureau, waar ik stage liep, werden de pakjes tevoorschijn gehaald zodra de baas het gebouw had verlaten. Bij een concert van funkgodheid George Clinton rookte iedereen die op het podium stond. De crew van Paradiso kon het de concertgangers dus moeilijk verbieden.

Anders dan in de Rotterdamse club Watt. Daar werd er geschokt gereageerd toen iemand uit de vriendengroep vriendelijk doch dringend door de rookpolitiek de tent uitgestuurd werd. Ik dacht niet dat ik dit ooit zou zeggen, maar: regels zijn regels.

Ik was vroeger, op het schoolplein, al niet gecharmeerd van rokende leeftijdsgenoten. Ik bedacht me dat ik hier misschien te maken had met een uitzonderlijk verlegen soort mensen. Het leek mij dat zij zich verscholen achter iets in hun hand en/of mond. Net zoals een andere groep, die met mobieltjes stond te spelen. Of dat individu achter op het plein, dat druk in de weer was met zijn Gameboy. Maar nu is de horeca rookvrij.

In de toekomst zien we mannen met glanzende haren, witte tanden en een gezonde gelaatskleur. Mannen die ruiken naar Dior Homme in plaats van naar Marlboro. Gewoon, zoals het hoort.

Floor Drees (22) ‘doet’ de kunstacademie en werkt als community moderator bij IKKI.nl (waar niemand rookt).