Werktijdverkorting stopt bij 20.000 werknemers acuut

Minister Donner (Sociale Zaken) maakt korter werken op kosten van de WW mogelijk. Maar de maatregel is volgens hem niet bedoeld om toch al wankelende bedrijven overeind te houden.

Bedrijven kunnen vanaf nu gebruikmaken van werktijdverkorting, maar niet onbeperkt. „De maatregel is uitdrukkelijk niet bedoeld om werkloosheid tegen te gaan. Maar we moeten absoluut voorkomen, dat we economische groei verliezen door schaarste aan personeel als de economie over een poos weer aantrekt”, zegt minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (CDA).

De minister heeft gisteren een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij de regeling toelicht voor werktijdverkorting. Bedrijven die door de kredietcrisis een „acuut omzetverlies” lijden, kunnen tijdelijk werktijdverkorting aanvragen voor hun werknemers. Op deze manier blijven vakkrachten voor wie periodiek geen werk is toch behouden voor bedrijven.

De dalende conjunctuur, de groei van de energie- en grondstofprijzen en het aantrekken van de kredietteugels door de banken hebben bedrijven in onmiddellijke problemen gebracht. Inmiddels hebben vijftig bedrijven bij het ministerie werktijdverkorting aangevraagd.

De minister wil de tijdelijke regeling aan strenge voorwaarden verbinden om te voorkomen dat er een run op de regeling ontstaat van ondernemingen die al langer in moeilijkheden verkeerden. Zo moet de omzet in de twee maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal 30 procent zijn gedaald ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De acute omzetdaling moet met een accountantsverklaring worden aangetoond. En het aantal werknemers voor wie de werktijdverkorting wordt aangevraagd is gerelateerd aan de omzetdaling: dus daalt de omzet 35 procent, dan kan voor 35 procent van het personeel werktijdverkorting worden aangevraagd.

Donner wil dat werknemers die tijdelijk overbodig zijn geschoold worden. Ook kunnen ze gedetacheerd worden bij andere bedrijven waar behoefte is aan personeel. Werknemers kunnen voor maximaal een half jaar een WW-uitkering krijgen. Werknemers (flexkrachten) die geen toegang tot de WW hebben, krijgen gedurende de periode van de werktijdverkorting hun loon door de werkgever doorbetaald. In totaal is er 200 miljoen euro met de regeling gemoeid; genoeg voor 100 procent werktijdverkorting voor 20.000 werknemers.

„De maatregel is aan de zuinige kant”, reageert voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten. „Het is positief dát er een regeling komt en dat werkgevers verplicht zijn om werknemers die er gebruik van maken scholing aan te bieden, maar er zijn wel veel beperkende factoren”. De 200 miljoen die Donner ter beschikking stelt, is weinig, vindt Van der Kolk. Het gaat slechts om 2,5 procent van de totale WW-pot, zegt hij.

Ook de gestelde termijn (bedrijven moeten voor 1 januari een aanvraag indienen) noemt hij te kort. „Bedrijven zijn bang dat ze achter het net vissen. Dat kan tot chaos leiden”, vreest Van der Kolk.

Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW reageert gematigd enthousiast. „Het feit dat we iets doen in deze acute situatie is genoeg reden om blij te zijn”. Maar net als Van der Kolk vindt hij de maatregel zuinig. Hij had liever gezien dat de drempel om werktijdverkorting aan te vragen lager lag, op 20 procent omzetverlies in plaats van 30 procent.

Hij verwacht dat tientallen bedrijven van de regeling gebruik zullen maken. Grote concerns, die eerder dit jaar al in de problemen raakten door de kredietcrisis, hebben zich echter nog niet gemeld. Bij vrachtwagenconcern DAF wordt de regeling nog bestudeerd. Ook autofabrikant NedCar heeft nog geen officieel verzoek ingediend, al is het bedrijf dat „zeker van plan”. Staalproducent Corus, dat flink moet bezuinigen sinds de daling van de vraag naar staal en de productie ook al verlaagde, is zich „aan het beraden”.

Mocht het storm lopen omdat de economische situatie verslechtert, dan ontstaat een heel andere situatie, zegt Donner. „Dit is geen structurele maatregel”. De minister bereidt zich voor op zwaar weer. Met het oog op de recessie worden in het hele land in ieder geval dertig ‘mobiliteitscentra’ ingericht, om mensen die met ontslag bedreigd worden tijdig aan een andere baan te helpen.