Waarom is Amsterdam de hoofdstad van Nederland?

Waarom is Amsterdam de hoofdstad van Nederland terwijl de regering in Den Haag zit, vraagt Hans Peter Lammerts uit Middenbeemster zich af. En Jaap Toorenaar uit Oude Wetering vraagt: sinds wanneer is Amsterdam eigenlijk de grootste stad?

Den Haag is al sinds de veertiende eeuw een bestuurscentrum van de graven van Holland. In de tijd van de Republiek (1588-1795) was het de vergaderplaats van de Staten van Holland en de Staten-Generaal. Deels uit traditie, al was het ook handig dat Den Haag geen stadsrechten had. „Het bestuur van Den Haag had over het Binnenhof en de directe omgeving niets te vertellen”, vertelt Corien Glaudemans van het Haags Gemeentearchief. Bovendien had Den Haag geen stemrecht in de Staten van Holland.

Die situatie veranderde in de Franse tijd. In 1806 creëerde keizer Napoleon het koninkrijk Holland, met zijn broer Lodewijk Napoleon als koning. Deze besloot in Amsterdam te gaan wonen en regeren, in het Paleis op de Dam – tot dan toe stadhuis. „Amsterdam is de hoofdstad van Nederland sinds 20 april 1808”, zegt Glaudemans. „Op die dag kreeg Lodewijk Napoleon de stadssleutels van Amsterdam overhandigd. In 1815 werd Willem I koning. Amsterdam bleef formeel de hoofdstad, maar het bestuur keerde terug naar Den Haag.”

Overigens kreeg Den Haag in 1806 alsnog stadsrechten van Lodewijk Napoleon. En Amsterdams status wordt in de grondwet slechts zijdelings vermeld: in artikel 32, dat gaat over de inhuldiging van een nieuwe koning, staat dat dat moet gebeuren „in de hoofdstad Amsterdam”.

In de tijd van Lodewijk Napoleon was Amsterdam al de grootste stad van Nederland: in 1795 had de stad 270.000 inwoners.

Amsterdam werd rond 1550 de grootste stad, vertelt Paul de Klep, hoogleraar economische geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Amsterdam had toen 30.000 inwoners, Utrecht was de tweede stad, met 25.000. In 1475 had Amsterdam nog 8.000, tegen 15.000 voor Utrecht. Rond 1400 was Den Bosch nog de grootste stad, met 14.000 inwoners.