Schuldig aan hulp voor Hamas

Een islamitische liefdadigheidsorganisatie en vijf van haar vroegere leiders zijn gisteren door een Amerikaanse rechtbankjury in Dallas schuldig bevonden aan financiële steun voor de Palestijnse fundamentalistische beweging Hamas, die in de Verenigde Staten sinds 1995 als terroristische groep geldt.

De Holy Land Foundation, tot haar sluiting in 2001 de grootste islamitische liefdadigheidsorganisatie in de VS, wordt ervan beschuldigd na 1995 12 miljoen dollar te hebben doorgesluisd aan Hamas, tegenwoordig machthebber in de Gazastrook. Er is nog geen datum vastgesteld voor de vaststelling van de straffen, die maximaal levenslang kunnen zijn. De verdachten, die na de uitspraak in hechtenis zijn genomen, gaan hoe dan ook in hoger beroep.

Een eerste proces werd vorig jaar door de rechter mislukt verklaard nadat de jury het niet eens had kunnen worden. In het nieuwe proces had de jury acht dagen nodig om de verdachten schuldig te bevinden aan in totaal 108 punten van de tenlastelegging, van materiële steun aan terroristen tot witwassen van geld.

President George Bush zelf maakte na de Al-Qaeda-aanslagen van 11 september 2001 de bevriezing bekend van de tegoeden van de Holy Land Foundation in wat hij beschreef als „nieuwe stap in de oorlog tegen terreur”. De beschuldigden ontkennen dat geld naar Hamas ging. Volgens hen betrof het een legitieme operatie voor steun aan Palestijnse vluchtelingen in door Israël bezet gebied.

De Holy Land Foundation werd niet met zoveel woorden beschuldigd van geweld. Volgens de aanklacht financierde de in Texas gevestigde stichting scholen, ziekenhuizen en sociale welzijnsprogramma’s die onder controle stonden van Hamas.

Volgens de aanklacht verspreidden de begunstigde programma’s Hamas’ gewelddadige ideologie en waren het in feite rekruteringsinstanties voor terroristen tegen Israël. „Geld is het levensbloed van terroristen, zo simpel is het”, zei de aanklager na de uitspraak van de jury.

De verdediging van de Holy Land Foundation wees er onder andere op dat de ontvangers van het geld niet door de Verenigde Staten zijn bestempeld als terroristische frontorganisaties. Verdedigers klaagden verder over de toelating van geheim bewijsmateriaal. (AFP, AP, Reuters, BBC)