Roken? Verbied ook popcorn

Een emmer popcorn kan onmogelijk gezond zijn.

Waar is de tijd gebleven dat er een ijsje in de pauze werd gekocht?

De ouderwetse gedoogcultuur in Nederland kwijnt langzaam weg. Een hedendaagse verbodscultuur is in opmars. Bijna elke dag wordt er wel afscheid genomen van een of andere erfenis uit de ‘permissive society’ uit de vermaledijde jaren zestig. Maar over ten minste één probleem wordt stelselmatig gezwegen: over de openbare orde in de bioscoop.

De reden is eenvoudig. De critici van kranten zoals deze, zitten zelden in een gewone bioscoop. Ze bekijken de films, die ze moeten recenseren, tijdens aparte voorvertoningen en gezellig onder elkaar. De recensenten weten dus niet wat het betekent dat er in de bioscoop popcorn wordt geserveerd. Want over deze misstand gaat het: over popcorn tijdens de film.

Het probleem begint er al mee dat een gewoon mens niet in staat is om popcorn geciviliseerd te eten. Net als chips kun je popcorn alleen maar kraken en knersen. Het geluid daarvan reikt minimaal twee rijen en vier stoelen ver.

Er wordt bovendien niet een beetje popcorn geconsumeerd. Popcorn wordt niet in een soort frietzakje opgediend maar in een beker. Dat is een dubbel eufemisme. Ten eerste wordt er niet gegeten maar geladen. Ten tweede is het woord beker flatteus. In de gemiddelde popcornbeker kan een liter water. In de meest verkochte dozen gaat maar liefst twee liter. Dat zijn vier pinten bier.

Het wegwerken van deze vuilnisbakken popcorn duurt anderhalf uur, de lengte van de meeste films. Alleen een zaal met veel dolbysurround kan de gevolgen overstemmen.

Oude mannenpraat? Zeker. In de jaren zestig was het tijdens de matinees op woensdag of zondag de matinees wel eens moeilijk om films als De klokkenluider van de Notre Dame, in bioscopen als Flora of Rex, ongestoord door te komen. In diezelfde beruchte jaren zestig werd er in veel bioscopen ook onbekommerd gerookt. Dat was niet bevorderlijk voor de projectie.

Aan dat tweede – roken tijdens de voorstelling – is ten tijde van het kabinet-Den Uyl (1973-1974) een einde gemaakt. Dat eerste is geen kwestie, omdat de kleinere buurtbioscoop door de schaalvergroting van Pathé en andere ketens ter ziele is gegaan.

Achteraf blijken het gouden jaren te zijn geweest. Tussen de reclame of trailers en de hoofdfilm was het pauze en kwam er iemand de zaal in met een houten kistje voor zijn of haar buik. Daar zaten ijsjes en snoep in. Die ijsjes waren na tien minuten logischerwijs al op. Waarna alleen het stokje op de grond als afval overbleef. Dat was vervelend voor de schoonmaakploeg. De popcorn daarentegen is niet alleen hinderlijk voor de niet knagende mensen in het publiek, maar ook een feest voor de muizen. Het wachten is nog op ratten, die zich op het afval storten.

Genoeg reden voor een verbod op de verkoop van popcorn. Als de bioscoopbranche dat niet zelf doet – hetgeen waarschijnlijk is, omdat zelfregulering weinig kans heeft, gezien de baten van de popcornverkoop voor de bioscopen – dan is er maar één die kan ingrijpen: minister Klink van Volksgezondheid, de bewindsman die zich dag in dag uit bekommert om allerlei schaderisico’s voor de burgers in semipublieke ruimtes.

Er is eigenlijk maar een reden te bedenken waarom Klink dat niet zou willen. De minister is van gereformeerde huize. Daar werd film, net als televisie, ooit als een giftig geschenk van de duivel gezien. Maar dat was in de jaren vijftig. Kortom, in de tijd dat er in bioscoop en café nog straffeloos gerookt werd.

Illustratie Merlijn Draisma

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad