'Overheid zet thuiszorg op achterstand'

De Nederlandse ondernemers in de thuiszorg zijn boos. Het ministerie van Volksgezondheid bevoordeelt bemiddelingsbureaus, zegt brancheorganisatie Actiz namens de thuiszorg.

Wie er ook profiteert van de veranderingen in de zorgsector, de juristen spinnen er garen bij. Actiz, brancheorganisatie van zorginstellingen, is een goede klant. De kartelautoriteit NMa beboette dit najaar enkele leden wegens verboden afspraken, en Actiz zegde steun toe bij hun verdere procedures. De Raad van State sprak zich vorige week uit in een slepende kwestie over de verkoop van vastgoed door zorginstellingen. Voor 23 december staat een kort geding tegen Volksgezondheid op de rol wegens een opgelegde korting op thuiszorgtarieven. En nu kondigt Actiz alweer een volgend kort geding tegen het ministerie aan. Het convenant met bemiddelingsbureaus voor zelfstandigen in AWBZ-gefinancierde thuiszorg is oneerlijk, vinden de zorgondernemers, en mag niet worden uitgevoerd.

Directeur Aad Koster zegt dat hij zo langzaamaan boos begint te worden. De overheid vraagt telkens medewerking om de kwaliteit van de zorg te verhogen en meer marktwerking mogelijk te maken, en ze neemt tegelijk voortdurend stappen die dat beleid doorkruisen, vindt hij. „Het is net Kafka.”

Dit convenant en het nieuwe keurmerk moeten louche bemiddelaars en slecht personeel weren. Branchebelang Thuiszorg Nederland, waarmee u veel samenwerkte, heeft het convenant over inzet van zelfstandigen in de thuiszorg wel ondertekend. Wat is uw bezwaar?

„Bemiddelingsbureaus krijgen een zelfde status als de reguliere thuiszorg, maar ze worden niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van die zorg. Als zo’n zelfstandige uitvalt of slechte zorg levert, is dat niet de verantwoordelijkheid van het bureau. De zzp’er is zelf verantwoordelijk voor continuïteit en kwaliteit. Die kan dat in z’n eentje niet waarmaken, ook al wordt er een keurmerk voor zzp’ers ingevoerd. Contact met andere zorgverleners, dossierbeheer, 24-uurszorg? Onze thuiszorgbedrijven worden hier op aangesproken, en terecht. Ook wij werken met zzp’ers, maar hún cliënten kunnen terugvallen op de thuiszorgorganisatie. Een cliënt met een zzp’er via het bemiddelingsbureau kan alleen bij die verzorger terecht. Onze zorginstellingen investeren in kwaliteit, een bemiddelingsbureau hoeft dat niet te doen. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie.

„Dit convenant is slecht voor de cliënten, voor zelfstandige zorgverleners en voor onze leden. Er is een fiscaal-juridische afspraak gemaakt, waarvan alleen de bemiddelaars profiteren.”

Als dit convenant zoveel nadelen heeft voor cliënten en zzp’ers, dan heeft u met uw kwaliteitspretentie toch een enorme voorsprong gekregen?

„Op kwaliteit wel, maar niet op prijs. En prijs speelt hier vooral een rol. Onze leden kunnen nauwelijks goedkoper werken; tweederde van hen lijdt al verlies. De bemiddelingsbureaus en wij moeten allebei zaken doen met zorgkantoren. Die hebben krappe budgetten, dus dan kan je voorspellen wat er gebeurt. Door de concurrentie dalen de tarieven toch al. Dat betekent dat je onrendabele activiteiten moet gaan staken. De toegankelijkheid van de zorg is daarmee in het geding.”

U klaagt over een convenant waarover u zelf heeft onderhandeld.

„We hebben aan de onderhandelingstafel ook gezegd: dit is geen goede aanpak. Het ministerie heeft gezegd: we respecteren uw opvatting, maar we kunnen dit best afspreken. Ondanks onze juridische en inhoudelijke bezwaren.”

Of uw bezwaren terecht zijn, bepaalt de rechter straks. Maar u dreigt tegelijk afspraken over kwaliteitseisen voor huishoudelijke hulp via de gemeenten te torpederen. Is dat geen chantage?

„Wíj leggen niet de bijl aan de wortel van de zorg! Ons bestuur heeft gezegd: hou maar op met het maken van afspraken als die zelfde overheid je telkens op een achterstand plaatst. Of we trekken samen op, of we spreken niets meer af. Onze achterban vindt dat ook. Het moest maar eens een keer afgelopen zijn.”

Wellicht krijgt een concurrent van u een betere positie. Maar u vertegenwoordigt ook een club die vanouds een heel dominante positie op de zorgmarkt heeft.

„De markt kent al volop nieuwe toetreders. Het mag best spannend worden, mits onder gelijke voorwaarden. We zijn geen slechte verliezer; nu worden echter grenzen overschreden. Dat we vaker via de juridische weg werken, waar je vroeger zaken in der minne schikte, is niet onze wens. Maar je hoeft je niet naar de slachtbank te laten leiden omdat er meer dynamiek in de sector moet komen.”