Openbaarheid van bestuur stelt maar weinig voor

‘De mogelijkheden om nú via de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) ‘geheimen’ boven water te krijgen zijn aanzienlijk groter dan 25 jaar geleden.” Zo suste burgemeester Cohen in een raadsdebat over het onverwerkte activisme uit de jaren 80, zoals de publicatie van ontvreemde overheidsdocumenten over nieuwe kerncentrales in het krakersblad Bluf!. Dat gebeurde uitgerekend in het geboortejaar van de WOB. Volgens hoogleraar informaticarecht Corien Prins is de WOB echter ‘een ziek kasplantje’ gebleven in plaats van een vitaal instrument in een actieve democratie.

Er bestaat een opmerkelijke polarisatie over de Wet openbaarheid van bestuur, bleek vijf jaar geleden al uit een evaluatieonderzoek van de Tilburgse universiteit. Beheerders van overheidsinformatie klagen over te weinig capaciteit en verkeerd gebruik van de wet. Actieve gebruikers houden het op onwil van en manipulatie door overheidsdienaren.

De gedachte van ‘geheime achterkamertjespolitiek’ drong zich in ieder geval op bij de hoogleraar bestuursrecht Leo Damen, schrijvend in Ars Aequi, na afwijzing van een verzoek van deze krant om openbaarmaking van stukken uit de in april 2003 afgesprongen kabinetsinformatie tussen CDA en PvdA. De stukken waren door een van de informateurs, de huidige minister J.P.H. Donner op de laatste avond van de mislukte informatie in zijn bekende fietstas gestopt en mee naar huis genomen.

De minister-president liet daarop weten dat hij de stukken niet kón verstrekken. De Raad van State accepteerde als hoogste rechter dat een informateur buiten de WOB viel – hoewel hij toch onmiskenbaar een publieke functie vervult – zodat hij zelf kan beslissen welke stukken nodig zijn voor de politieke verantwoording die een nieuw kabinet achteraf moet afleggen over een formatie. Damen concludeerde „dat als het erop aan komt, de politieke openbaarheid weinig voorstelt, terwijl de geschiedenis van de totstandkoming van de WOB juist beoogt het meedenken door een ieder over besluitvormingsprocessen te bevorderen”.

De Tilburgse onderzoekers kozen geen partij, maar droegen wel materiaal aan voor de zorgelijke diagnose. De burger die de moeite neemt de ingewikkelde procedure in te gaan, ziet zich geconfronteerd met een geringe kans op succes: slechts 15 procent van de verzoeken wordt gehonoreerd. Wettelijke antwoordtermijnen worden regelmatig overschreden – een structureel probleem, zei de Nationale Ombudsman in augustus – er heerst spraakverwarring over wettelijke termen.

Er zijn wel incidentele successen, zei WOB-expert Roger Vleugels in deze krant: het optreden van de ‘witte pakken’ na de Bijlmerramp of de aanschaf van de Victory Boogie-Woogie van Mondriaan. Maar gevoelige inspectierapporten zijn steeds moeilijker te krijgen en in de sector politie en justitie neemt de geheimhouding toe.

Openbaarheid van bestuur is een „conflictueus terrein” en dat zal in elk wettelijk stelsel zo blijven, relativeerden de onderzoekers. Dat neemt niet weg dat Nederland dringend toe is aan verbetering. Een reden niet langer te dralen is dat het Europees Hof voor de Mensenrechten in 2006 openbaarheid van bestuur heeft erkend als grondrecht. Er ligt ook al een professoraal ontwerp van een nieuwe ‘Algemene wet openbaarheid’ (AWO) bij het kabinet.

Een van de interessante voorstellen is een publiek register van overheidsdocumenten in te stellen. Dat is ook handig voor de overheid zelf: gerichte vragen helpen arbeidsintensieve ‘megaverzoeken’ te voorkomen. De moderne informatietechnologie moet dat toch mogelijk maken. De vraag is veeleer waarom zo’n register er niet al lang is. Een evaluatiecommissie deed in 1982 al een voorstel. Pas in 1989 beloofde premier Lubbers nog eens te kijken naar ‘de bewegwijzering’. Het zegt wat over de burgervriendelijkheid van de overheid dat het daar twintig jaar bij is gebleven. Zelfs geen wegwijzer kan er bij de elektronische overheid af.

Toch is Den Haag vooral verbaasd dat er uit het land zo weinig reactie op de AWO komt, signaleerde het vakblad De Journalist. Wat verwacht men dan? Twee jaar geleden liet het kabinet weten: u hoort van ons. Dat is het laatste wat er van de openbaarheid vernomen is. Onlangs kondigde het kabinet wél aan de toch al regelmatig overschreden antwoordtermijnen voor informatieverzoeken van burgers nog eens te verdubbelen. Met zulke prioriteiten kan niemand verbaasd zijn dat burgers hun heil buiten de officiële openbaarheid zoeken. Daar draaide het hele Bluf!-debat toch om?

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.