Onverjaard verleden

Nederland wil dé standplaats zijn van het recht. Het Internationale Strafhof is mede daarom in Den Haag gevestigd. Maar als de eigen geschiedenis aan de orde is, heeft Nederland moeite met de consequenties. Gisteren werd bekend dat een bloedbad, aangericht in de koloniale oorlog tegen Indonesië, volgens de de landsadvocaat is verjaard en dat de claim van overlevenden niet kan worden gehonoreerd.

In december 1947 hebben Nederlandse troepen op Java 431 bewoners van de desa Rawagede standrechtelijk gedood. De Nederlandse regering heeft het plaatsvinden van de massa-executie, die veel weg heeft van een oorlogsmisdaad, op hoofdlijnen al in 1969 erkend. In de ‘Excessennota’, opgesteld nadat een voormalige Nederlandse militair in een actualiteitenrubriek op televisie had onthuld dat de krijgsmacht zich in Indonesië op grote schaal had schuldig gemaakt aan wreedheden, werd het aantal slachtoffers op 150 geschat.

De landsadvocaat dingt daarop nu niets af. Integendeel. In zijn brief laat de Staat weten het bloedbad in Rawagede „in hoge mate” te betreuren. Dat is in lijn met het regeringsstandpunt dat bij de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Indonesië werd vertolkt door minister Bot van Buitenlandse Zaken. Bot betuigde toen in Jakarta „politieke en morele” spijt en verklaarde dat Nederland door zijn verzet tegen de republiek als „het ware aan de verkeerde kant van de geschiedenis” had gestaan. Een puntgaaf oordeel.

De afwijzing van de claim is dus vooral juridisch van aard. Vergaande erkenning van de misdrijven, waaraan ook Nederland zich schuldig heeft gemaakt, kan immers materiële repercussies hebben. Tijdens de politionele acties zijn naar schatting 150.000 Indonesiërs en 5000 Nederlanders omgekomen. De landsadvocaat zegt wel nader overleg te willen. Dat duidt erop dat de regering bereid is tot een schikking. Voor die houding is iets te zeggen. Zoals letselschadeadvocaten geen historici zijn, zo laat de geschiedenis zich niet herschrijven via louter juridische claims. Ook niet in deze zaak, waarbij de Indonesische nabestaanden de Staat pas recent hebben gedaagd: namelijk dit jaar ná een enkele reportage op radio en tv alsmede vragen in de Tweede Kamer.

Toch wringt er iets in de brief van de landsadvocaat. Oorlogsmisdaden verjaren niet. De verjaartermijn is zowel in het internationale recht als in het Nederlandse recht in de afgelopen decennia doelbewust afgeschaft.

Dat de koloniale oorlogen tussen 1946 en 1949 in Nederland eufemistisch „politionele acties” werden genoemd, doet aan dat feit niets af. Dat de kwestie in Indonesië zelf ook niet op de spits wordt gedreven, mede omdat het land de handen vol heeft aan de eigen gewelddadige postkoloniale geschiedenis, is evenmin een argument.

Financiële genoegdoening biedt uiteraard geen verlossing uit de geschiedenis. Maar wat minder koudwatervrees van Nederlandse zijde, zou de slachtoffers én daders aan beide zijden van de oorlog in elk geval moreel recht kunnen doen. De geschiedenis verjaart nu eenmaal niet.