Ocker van Munster weer weg bij OCW

Nog geen jaar na zijn aantreden vertrekt Ocker van Munster alweer als directeur Kunsten bij het ministerie van OCW.

De topambtenaar onder minister Plasterk wordt per 1 februari directeur van de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam, dat kunstcursussen geeft aan 170.000 Rotterdammers, en cultuureducatie biedt aan scholen. Van Munster zegt dat hij weggaat omdat hij de nieuwe baan zo mooi vindt, niet omdat hij ongelukkig is op het ministerie: „Nee hoor, er is geen vuiltje aan de lucht. Ik weet, het is te vroeg. Maar zo’n baan komt maar één keer langs: een grote organisatie, middenin het kunstveld, in een interessante stad als Rotterdam.”

Van Munsters korte ambtstermijn bij OCW valt precies samen met een grote verandering in het stelsel van kunstsubsidies van het ministerie; de nieuwe tweedeling van de kunstinstellingen in direct gesubsidieerden, en via fondsen gesubsidieerden. Volgens Van Munster is die omslag, ondanks de onrust in de kunstwereld, goed verlopen: „Het moeilijkste was: niet wijken, vasthouden aan je beleidslijnen, en niet gaan meedraaien met de publieke discussie. Volgens mij is de sector nu heel tevreden.”

Voordat de 57-jarige Rotterdammer op 1 mei aantrad bij OCW, werkte hij voor adviesbureau Berenschot, waar hij verschillende adviezen opstelde voor het ministerie van OCW. Zo schreef hij het rapport Podiumkunsten na 2000. In de jaren tachtig was Van Munster drie jaar hoofd Culturele Zaken van het ministerie.

Naast zijn advieswerk trad Van Munster op als interim-directeur bij een aantal culturele instellingen in problemen. Zo was hij gedetacheerd bij het Theaterinstituut, bij de Theatercompagnie, Muziekgroep Nederland en Cosmic Theater. Van Munster ging te werk zoals puinruimers in het bedrijfsleven. „Mooie kwetsbare bedrijfjes”, noemde hij zijn klanten liefkozend.