Man, werk nou toch wat minder

Gaat het over deeltijdwerk, dan gaat het over vrouwen. Want die offeren hun werk op om voor de kinderen zorgen.

Het wordt tijd dat de mannen zich schuldig voelen.

Raar eigenlijk: we praten al jaren over de moeizame combinatie van werk en gezin, schrijven notitie na notitie over het glazen plafond, deeltijdwerk en het anderhalfverdienersmodel, maar het gaat altijd alleen maar over vrouwen.

Zíj moet meer werken en het glazen plafond doorbreken, zíj moet zich niet schuldig voelen als ze niet elke dag thuis op de kinderen zit te wachten. Het debat over werk en zorg, zegt Rutger Groot Wassink (34), beleidsmedewerker bij FNV Jong, „is gekaapt door de vrouwen, terwijl er juist bij mannen een wereld te winnen valt”.

Het is dus de hoogste tijd dat mannen eens gaan zeggen wat zíj willen. En dat is, volgens Groot Wassink, dat ze afwillen „van een dominante werkcultuur waarin mannen fulltime werken en verantwoordelijk zijn voor het gezinsinkomen, terwijl hun vrouwen een klein baantje hebben voor de extraatjes. Wij willen dat mannen zich losmaken van het kostverdienerskeurslijf en dat ze hun vaderrol claimen door een dag per week thuis te zijn voor de kinderen.”

Vandaag komt FNV Jong met een manifest als het formele begin van een campagne. Of de timing van de actie wel gunstig is in tijden van economische crisis? Daarover is inderdaad getwijfeld, zegt Groot Wassink. „Maar dit is geen luxeprobleem. Dit gaat over een fundamentele verandering van de manier waarop arbeid georganiseerd is in ons land. Dat overstijgt de kredietcrisis.”

Groot Wassink, vader van een zoontje van twee, nam zelf mede het initiatief tot de actie. „Ik hoor de laatste tijd van steeds meer mannen om me heen dat ze graag een grotere rol in het leven van hun kinderen willen spelen”, zegt hij. „En dan niet alleen binnen de vakbond, maar ook in de voetbalkantine. Mannen van mijn generatie, eind twintig, begin dertig, willen niet net als hun vaders de man zijn die op zondag het vlees snijdt.”

Geen punt, zou je zeggen. Deeltijdwerk is volledig geaccepteerd – het is zelfs een wettelijk recht – en van een vader op het schoolplein kijkt ook niemand meer op. Toch valt de werkelijkheid vies tegen, zegt Groot Wassink. „Voor veruit de meeste mannen geldt nog steeds: ik wil best een dag voor de kinderen zorgen, maar met mijn werk kan dat écht niet.”

Het is een mentaliteitskwestie, denkt hij. „Het zit verkeerd in de koppen. Mannen denken dat ze geen volwaardige werknemer zijn als ze niet tachtig uur per week kunnen draaien en vrouwen denken dat ze geen goede moeder zijn als ze niet elke dag naast de koekjestrommel zitten. Bullshit. Dat is een dominante, maar achterhaalde ideologie.”

Die ideologie houdt het typisch Nederlandse anderhalfverdienersmodel in stand: hij zorgt voor het geld door vijf dagen in de week te werken, zij zorgt voor wat extra financiële armslag met een baantje van twee of drie dagen. Slechts 11 procent van de werkende vaders heeft een parttime baan. Bij de werkende moeders gaat het om 88 procent. Het percentage vrouwen dat fulltime werkt is sinds 1971 nauwelijks gestegen.

Vrouwen zitten daar niet zo mee, bleek vorige week uit het rapport Verdeelde tijd, waarom vrouwen in deeltijd werken van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Veruit de meeste vrouwen geven daarin aan zelf voor een deeltijdbaan te hebben gekozen en geen behoefte te hebben aan meer uren. Ze houden liever tijd over voor het huishouden, de kinderen en hun hobby’s.

Een luxekwestie: de meesten van hen hebben een man die vijf dagen per week werkt. Tweederde van de Nederlandse vrouwen voelt dan ook geen economische noodzaak om te werken. Terwijl 76 procent van de mannen het idee heeft dat zijn inkomen niet gemist kan worden.

Toch zou maar liefst 65 procent van de fulltime werkende jonge vaders graag minder zou willen werken, bleek eerder uit onderzoek van de FNV. Maar dat doen ze niet uit angst voor statusverlies en het mislopen van promoties. Terwijl vrouwen een parttime baan als gewoon ervaren, is het voor mannen blijkbaar nog steeds een no go area waar je carrière onder lijdt.

„Wat dat betreft is er de afgelopen tien jaar weinig veranderd”, zegt Groot Wassink. Ja, de faciliteiten zijn beter: er zijn meer crèches, kinderopvang is een stuk betaalbaarder geworden en wie z’n kind moet vervoeren kan kiezen uit handige en hippe fietskarren en bakfietsen. Maar intussen zijn het nog steeds de moeders die op die bakfiets zitten, terwijl de vaders nog net zoveel werken. „In de hoofden is niets veranderd.”

FNV Jong is voorstander van het twee keer vier model: beide partners werken vier dagen – en zijn dus allebei een dag thuis bij de kinderen. Dat heeft ook economische voordelen. Groot Wassink: „Het is een oplossing voor de krapte op de arbeidsmarkt. Bovendien levert twee keer vier volgens berekeningen van onderzoekers meer op dan het anderhalfverdienersmodel van één keer vijf en één keer drie.”

En dat hoeft dan niet per se door van veertig naar tweeëndertig uur te gaan. „Je kunt je werk ook zo inrichten dat je een vaste dag bij de kinderen bent, maar toch gewoon fulltime werkt omdat je vier keer negen uur werkt. Of omdat je ’s avonds nog een paar uur achter de computer kruipt. Dat doe ik zelf ook. Het gaat om flexibiliteit. Ik wil namelijk graag hard werken, maar ook een goede vader zijn.”