Kind kent robot emoties toe

Ja, kinderen van 7 tot 15 jaar zien echt wel het enorme verschil tussen een gewone hond en het robothondje Aibo. Maar toch kent ruim 60 procent de robothond psychologische toestanden, emoties, kameraadschap en morele rechten toe.

Dit blijkt uit uitvoerige observaties van gesprekken met 72 kinderen die mochten spelen met Aibo en een echte hond (niet tegelijkertijd), die binnenkort worden gepubliceerd in het Journal of Applied Developmental Psychology.

Juist doordat Aibo een vrij beperkt interactief gedrag vertoont en er ongetwijfeld betere machines op de markt zullen komen, zien de Amerikaanse onderzoekers in deze uitkomsten een bevestiging van het vermoeden dat er tussen levende wezens en dingen een nieuwe categorie zal ontstaan, die van sociale robots. In Japan worden Aibo-achtige robots al met succes in zieken- en kindertehuizen gebruikt om troost en gezelschap te bieden.

De oudere kinderen waren iets minder dan de jongeren geneigd om Aibo de volledige morele rechten van een huisdier toe te kennen: genoeg te eten en te drinken en vrijwaring van schoppen of slaan. Van de jongsten voelde 86 procent een soort zorgplicht voor Aibo, bij de oudsten was dat 64 procent.