Indiërs klagen op straat individueel onrecht aan

Wie in India ergens tegen wil betogen komt naar het park Jantar Mantar, in New Delhi. Bestrijders van valse profeten, hongerstakers, gedupeerde werknemers, politici en revolutionairen.

Het zijn geen leuke dagen voor Brahm Pal uit Trilokpuri, een kiesdistrict in New Delhi. Vijftien jaar geleden kwam hij voor het eerst in het lokale parlement, twee keer werd hij herkozen, en nu heeft hij vernomen dat de Congrespartij hem passeert bij de komende verkiezingen. Brahm Pal (61) is geschokt. Hij zal partijvoorzitter Sonia Gandhi op de hoogte stellen, en als hij niet alsnog op de kandidatenlijst komt gaat hij in hongerstaking bij Jantar Mantar, meldt de krant The Hindu.

Jantar Mantar in Delhi herbergt een van de vijf wereldberoemde observatoria die Raja Jai Singh II van Jaipur in het begin van de achttiende eeuw liet bouwen. Dat Brahm Pal hier zijn ongenoegen wil etaleren, is geen wonder. Als er iets te demonstreren valt in India, komt men het liefst naar de straten rond dit park, niet ver van het parlement.

Bij Jantar Mantar zijn protestoptochten een dagelijks terugkerend fenomeen. Sommige slachtoffers van onrecht hebben dit gebied zelfs tot hun semipermanente verblijfplaats gemaakt – een teken dat de queeste naar gerechtigheid vaak uitzichtloos is. Ze slapen in geïmproviseerde tenten van plastic en zeil, gestut door bamboestokken. Als de dageraad aanbreekt, rollen ze hun dekens op en halen ze hun vlugschriften, spandoeken en plakkaten te voorschijn.

Boer Jagpal Singh (48) uit Punjab heeft twee dagen gereisd om hier te komen, zegt hij. Met vier medestanders blijft hij hier 48 uur zonder iets te eten. Dan gaat hij weer naar huis en zullen anderen hun plek innemen. De estafette-hongerstaking duurt al vanaf 20 juli.

De woede van Singh, met een gele tulband, en de andere sikhs richt zich vooral op valse profeten. Met name de omstreden sekteleider Gurmeet Ram Rahim moet het ontgelden. Vorig jaar waren er hevige rellen nadat deze zich had vergeleken met de tiende en laatste sikh-goeroe Gobind Singh (1666-1708). Los daarvan wordt de sekteleider beschuldigd van zelfverrijking, verkrachting en zelfs moord. Hij moet worden opgepakt, zegt boer Singh. Tweeënveertig parlementsleden zijn al langs geweest bij de protesterende sikhs. Maar Gurmeet Ram Rahim loopt nog steeds vrij rond.

De vier mannen aan de overkant van de straat demonstreren tegen G4S, een van de grootste beveiligingsbedrijven in de wereld. In april gingen ze in staking om loonsverhoging af te dwingen, een maand later werden ze ontslagen, zegt P.S. Rawat (30). Als bewaker van gebouwen kreeg hij per maand 3.700 rupee (zestig euro) terwijl hij recht had op 300 tot 400 rupee meer. Nu moeten hij en dertien andere ontslagen actievoerders leven van het geld dat collega’s hen toestoppen. „We vragen aandacht voor onze vakbondsstrijd”, zegt Rawat. Maar zijn vrouw vraagt hem waarom hij niet gewoon aan het werk gaat.

De al vanaf zijn geboorte zwaargehandicapte Brij Raj Singh (35) leest een krant op het zadel van zijn gemotoriseerde driewieler. Hij is vicevoorzitter van een organisatie die opkomt voor de belangen van gehandicapten. Tien procent van de mensen in India is gehandicapt. Vooral werk is belangrijk, zegt hij. Waar moet je anders van leven?

Voorzitter Vasu Dev Badal (40), getroffen door polio, knikt instemmend vanaf zijn scooter waarmee hij net is komen aanrijden. In 1994 heeft de regering toegezegd dat drie procent van de overheidsbanen voor gehandicapten is. „Daarvan is nog maar een half procent gerealiseerd”, zegt Brij Raj Singh. Over hem persoonlijk hoeft men zich geen zorgen te maken, zegt hij. Hij handelt in tweedehands auto’s. Dat wil zeggen: zeventig mensen werken op commissiebasis voor hem. „Ik verdien goed.”

Op het trottoir bij Jantar Mantar hurken collectief ongenoegen en individueel onrecht dicht tegen elkaar aan. Gyan Prakash Tiwari (28), met een tika op zijn voorhoofd, heeft een boek geschreven. Dat heet ‘De Stem van de Ziel’. Nu moet de regering geld geven om het te publiceren.

Bawa Raj Nish Kumar Sant (33) trekt vlug zijn overhemd uit. Zijn bovenlichaam is overdekt met brandwonden. Twee jaar geleden stak hij zichzelf in brand omdat de politie de ontvoerders van zijn vrouw en drie kinderen niet wil arresteren. Ze zijn vermoord, denkt hij, in opdracht van een stiefbroer die al het land wilde inpikken.

Deepak Sharma (47) vecht tegen terroristen en wil het liefst ook zijn vrouw en zoon terug die naar Amerika zijn geëmigreerd. De bebaarde Devi Singh (87), met alleen een lendendoek om, is al heel zijn leven lang „revolutionair”. Hij verwijst naar de grote opstand van 1857 en zegt dat de huidige politieke elite net zulk corrupt tuig is als de Britten waren.

Naast hem haalt Dev Raj Yadav (33) met betraande ogen zijn dossier van beduimelde papieren te voorschijn uit een plastic tas. Zijn vader, bewaker bij de State Bank of India, stierf in 1999 aan een hartaanval. Dat gebeurde in diensttijd. Dus hadden zijn twee zoons recht op een baan. Maar die krijgen ze pas krijgen als ze 100.000 rupee smeergeld betalen. „Dat geld hebben we niet”, snikt Dev Raj.

En de afgewezen Brahm Pal? „Hij zit aan de lunch”, zegt zijn zoon de volgende dag in zijn huis in Trilokpuri. Brahm Pal toont zich nu diplomatiek. Hij heeft gesproken met de partijleiding en die heeft hem geadviseerd rustig af te wachten. „Ik ben een trouw soldaat van de partij”, zegt Brahm Pal. „Ik heb geen behoefte amok te maken.”

Het heeft hem niet geholpen zijn naam alsnog op de lijst te krijgen.