'Ik wil beoordeeld worden op daden'

Of Els van Breda Vriesman (67) voorzitter van de wereldhockeybond kan blijven is onzeker. Er is een tegenkandidaat. Haar troef: het IOC-lidmaatschap.

Thuis in Vught aan de eettafel straalt Els van Breda Vriesman vooral vertrouwen uit. Geen spoor van nervositeit over het risico dat ze zaterdag in Los Angeles bij het congres van de wereldhockeyfederatie (FIH) niet wordt herkozen als voorzitter.

Maar haar positie als machtigste hockeybestuurder wankelt sinds de 62-jarige Spanjaard Leandro Negre zich als tegenkandidaat heeft gemeld. De voorzitter van de Europese hockeyfederatie EHF is een invloedrijke man en vindt het na zeven jaar Van Breda Vriesman tijd voor verandering bij de internationale hockeybond. De Nederlandse verweert zich door te verwijzen naar haar verdiensten voor het hockey, maar vooral haar lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Hoopvol: „Ik denk dat de aangesloten landen daar in meerderheid gevoelig voor zijn.”

Van Breda Vriesman laat zich er op voorstaan dat zij als IOC-lid de positie van hockey als olympische sport heeft versterkt. Bij een stemming over het programma, drie jaar geleden, is hockey niet gesneuveld. Mede dankzij haar, vindt de voorzitter. „Niet dat hockey direct gevaar liep van de Olympische Spelen te worden verwijderd, maar ons lot lag wel in handen van de IOC-leden. Die moesten uiteindelijk stemmen. Ik heb veel gepraat en gelobbyd. Met succes, denk ik. De kennis over hockey onder IOC-leden is toegenomen. Velen roepen nog steeds: daar heb je haar alweer met dat hockey.”

Die internationale invloed is bij haar herverkiezing gegarandeerd, is de boodschap van Van Breda Vriesman. Zij bezet binnen het IOC een van de vijftien kwaliteitszetels voor de internationale federaties, die bij haar eventuele vertrek wordt ingenomen door de voorzitter van de eerstvolgende bond op de wachtlijst. Negre is bij een verkiezing tot FIH-voorzitter dus niet automatisch verzekerd van het IOC-lidmaatschap. Van Breda Vriesman, met enig dedain: „Hij zou wel willen. Maar dat zal toch echt een tijdje duren. Bovendien, bij het IOC kent niemand Negre; daaraan zal hij moeten werken. Ja, ik denk dat een sterke positie binnen het IOC in de toekomst voor hockey cruciaal is.”

Nee, zegt Van Breda Vriesman, ze was niet verrast over de kandidatuur van Negre, ze had al signalen opgevangen. Ze was wel verbaasd, omdat hij zijn ambitie lange tijd met kracht heeft ontkend. De zittende voorzitter is zich bewust van het gevaar, omdat Negre via de EHF veel steun heeft in Europa en de laatste maanden over de wereld is gereisd om in andere continenten stemmen te werven. De verkiezing gaat volgens het principe van één stem per land. De grote landen leggen getalsmatig niet meer gewicht in de schaal. „Was dat maar zo”, zegt Van Breda Vriesman, „dan was het gemakkelijk, want ik denk dat de meeste grote landen achter mij staan. Het is denkbaar dat Negre wordt gekozen met de steun van kleine landen. Het zij zo. Elke bond krijgt de voorzitter die hij verdient.”

Van Breda Vriesman is niet op tournee geweest. „Omdat ik wil worden beoordeeld op mijn daden. Ja, ik weet dat de werkelijkheid vaak politiek getint is, maar het is niet mijn stijl de wereld rond te reizen. Bovendien vind ik dat verkwisting van geld. Als de voorzitter met gelobbyde stemmen wordt gekozen, is dat de keus van de landen. Het is hun toekomst. En als ik niet word gekozen, kan ik tevreden zijn over wat ik tot stand heb gebracht.”

Heeft de oppositie tegen Van Breda Vriesman ook niet te maken met de dominantie van Nederland binnen het hockey? De voorzitter ontkent het niet. „Ik kan me dat zelfs goed voorstellen. Aan de andere kant levert Nederland wel een grote bijdrage aan de ontwikkeling van onze sport. De criticasters moeten zich ook realiseren wat ze ervoor terugkrijgen. Toen ik zeven jaar geleden werd gekozen was er niet één sponsor en was de FIH financieel volledig afhankelijk van het IOC. Die eerste sponsorbijdragen kwamen uit Nederland. En zo is de internationale sponsoring op gang gekomen. Nu wordt nog maar de helft van onze inkomsten gegarandeerd door het IOC.”

Haar lijst van prestaties bestaat volgens Van Breda Vriesman verder uit de ontwikkeling van hockey in zwakke landen, professionalisering van de FIH en de ingrijpende verhuizing van het bondskantoor van Brussel naar Lausanne. „Voor een olympische sport is dat de beste plek om het bureau te hebben. Daar zitten nog een achttiental andere federaties en natuurlijk het IOC. Er heeft tussen de bonden veel informatie-uitwisseling plaats. Dat is leerzaam, inspirerend en efficiënt. Bovendien konden we ons kantoor in Brussel goed verkopen aan de EHF en een geschikte ruimte kopen in Lausanne. Een goede investering, omdat de waarde ervan intussen met zeker 30 procent is gestegen.”

Naast het behoud van haar IOC-zetel heeft Van Breda Vriesman nog een reden om aan te blijven. Zij voelt zich zeer betrokken bij een project in India, een hockeynatie in verval. „In India zijn we met financiële steun van het IOC een project begonnen om te voorkomen dat het hockey er verder afglijdt. De grote aantallen zitten in India, waar hockey formeel nog steeds de nationale sport is, hoewel het in feite is voorbijgestreefd door cricket. Een belangrijk deel van de hockeyhistorie ligt in India. Bovendien is het een belangrijke, zakelijke markt die niet verloren mag gaan. De FIH kan zich in de toekomst geen ondergeschikte rol van India permitteren. Aanvankelijk vond de Indiase bond onze bemoeienis niet leuk, maar uiteindelijk is het naar mijn mening gelukt de achteruitgang te stoppen. Als afsluiting is voor 2010 het WK mannen aan India toegewezen. Ik wil dat project graag afmaken, mede omdat ik goodwill bij de Indiërs heb gekweekt.”

Onlangs kreeg Van Breda Vriesman kritiek vanwege de steun die de Spaanse Mercedes Coghen op haar website vote4els.org uitsprak. Belangenverstrengeling, werd gezegd, omdat Van Breda Vriesman als lid van de IOC-inspectiecommissie moet rapporteren over de kandidatuur van Madrid voor de Olympische Spelen in 2016. En Coghen, tot voor kort vicevoorzitter van de Spaanse hockeybond, leidt de kandidatuur van Madrid. Een rimpeling in de vijver, vindt Van Breda Vriesman. „Ik heb de steunbetuiging van Coghen onmiddellijk van mijn site gehaald. Het was een omissie, dat erken ik, maar van opzet was geen sprake. Ik heb haar bijdrage gerelateerd aan hockey, niet aan ‘Madrid 2016’, want dat speelt pas over vijf maanden.”

Mocht Van Breda Vriesman zaterdag de verkiezing verliezen dan is het aantal Nederlandse IOC-leden binnen drie maanden gehalveerd tot twee, omdat na de Spelen in Peking Hein Verbruggen afstand heeft gedaan van zijn IOC-zetel. Maar hij is gekozen tot erelid en kan zo invloed blijven aanwenden. Op zo’n scenario hoopt ook Van Breda Vriesman, maar dan is herverkiezing tot FIH-voorzitter een must. „Formeel ben ik tot mijn 70ste IOC-lid. Omdat ik er dan een termijn van tien jaar heb opzitten, kan ik ook worden gekozen tot erelid, waarmee je tot je dood, weliswaar zonder stemrecht, aan het IOC verbonden blijft. Ik hoop op dat scenario. Van belang voor Nederland en het hockey, dat dan een vaste plek in het IOC heeft.”

Nu de invloed van Nederland binnen het IOC dreigt af te nemen, vindt Van Breda Vriesman dat sportkoepel NOC*NSF zijn verantwoordelijkheid moet nemen. „De nationale olympische comités hebben bij elkaar recht op vijftien IOC-zetels. Daar zou het NOC*NSF zich op moeten richten bij de opvolging van Erica Terpstra als voorzitter. Er zou iemand gekozen moeten worden met het profiel van een IOC-lid. Maar het kost tijd iemand op die positie te krijgen. Als daar werk van wordt gemaakt, zouden de statuten aangepast moeten worden zodat een nieuwe voorzitter van NOC*NSF zeker twaalf jaar kan aanblijven. In het kader van de plannen in 2028 de Olympische Spelen naar Nederland te halen, lijkt me dat een wenselijke gedachte.”