Ik rook nu al een stuk minder

In Zweden zijn ook de restauranthouders blij met het rookverbod.

Ook voor mij als fervent roker is het zo slecht nog niet.

„Het is niet moeilijk te voorspellen wat er gaat gebeuren”, zo klonk het profetisch in mijn geboorteland Zweden, vlak voor de invoering van een algeheel rookverbod in alle bars en restaurants in 2005. „Er zullen gevechten uitbreken tussen cafébazen en dronken gasten. Bevroren rokers zullen ruzie gaan zoeken met uitsmijters om weer naar binnen te mogen. Er komen meer longontstekingen bij mensen die steeds naar buiten en weer naar binnen rennen. Illegale clubs zullen worden opgericht voor rokers, en die zullen dan weer binnengevallen worden door de politie. Het wordt een complete puinhoop.”

Als roker voelde ik me beledigd door deze algemene beschrijving van rokers als rellerige, onverzettelijke vechtersbazen die rotzooi zouden gaan trappen en fijne avonden met vrienden zouden gaan verpesten – alleen maar vanwege het naar buiten moeten voor een sigaretje.

Ik was allang gewend om af en toe naar buiten te gaan voor het roken van een peuk op mijn werk, en daarvoor in mijn ouderlijk huis. Ik had mijn behoefte aan een sigaret nooit als een absoluut recht beschouwd. Mijn recht om te roken gaat natuurlijk niet boven het recht van anderen om te leven zonder mijn giftige dampen. Het roken van sigaretten was en is mijn recht, maar ik praktiseer mijn smerige gewoonte onder simpele voorwaarden: ik respecteer de mensen om mij heen.

En wat bleek, een paar maanden na invoering van het rookverbod? De meeste rokers zijn precies zoals ik, en niets van het bovenstaande chaotische scenario kwam uit. Rokers raakten snel gewend aan het buiten in de vrieskou staan, en het gemok was gauw voorbij. Drie jaar later is een overweldigende meerderheid van de Zweden – rokers en niet-rokers – vóór het rookverbod. Rokers, omdat we nu minder roken. Niet-rokers, omdat ze geen rook in hun haar, ogen, longen en kleren krijgen. En restaurants zijn blij met een snel groeiende, groep nieuwe klanten: gezinnen met kleine kinderen.

Statistieken van de Europese Commissie laten zien dat per jaar 650.000 mensen in de EU sterven door roken. Passief roken eist nog eens 80.000 slachtoffers. Ambtenaren in Brussel, mijn nieuw gekozen thuisstad, werken aan regels om het roken in de hele Unie te verminderen – om te beginnen op de werkvloer. Dit initiatief ligt onder vuur omdat Brussel zich niet zou moeten bemoeien met volksgezondheid – een beleidsterrein dat tot nu toe strikt iets is voor de lidstaten.

Fijn, weer een principieel pseudodebat in Brussel over ‘bevoegdheden’: eurosceptici die gaan roepen dat Brussel zich met zijn eigen zaakjes moet bemoeien, en eurofielen die juichen dat de EU opkomt voor de bedreigde burger. Een rookgordijn wordt opgetrokken rondom het échte probleem: roken.

Het kan mij als roker niet schelen wie de wetgeving maakt. Door mijn favoriete verslaving sterven er jaarlijks tienduizenden passieve rokers. Ik ga niet lopen zeuren en klagen over – en zeker niet vechten voor – mijn ‘recht’ om een dodelijk gevaar te vormen of een bron van ergernis voor anderen.

Teresa Küchler is een Zweedse freelance journalist. Ze woont en werkt in Brussel.

De anti-rooklobby is ook in Brussel actief. Zie www.ensp.org