Hé, een baby in mijn boodschappenkarretje

Ali Smith: De eerste persoon en andere verhalen. Uit het Engels vertaald door Hien Montijn. Mouria, 160 blz. € 17,90

‘Verhalen kunnen levens veranderen als we niet oppassen. Vertel de juiste verhalen en we leiden betere levens’, is een uitspraak van de Schotste schrijfster Ali Smith die gerust gezien kan worden als een motto voor haar werk. Of verhalen daadwerkelijk levens kunnen veranderen, daar wordt oeverloos over gediscussieerd, maar volgens onderzoek aan de universiteit van Toronto kunnen mensen empathischer en sociaal vaardiger worden wanneer ze de juiste verhalen lezen. Het is natuurlijk de vraag of de verhalen van Smith daarvoor geschikt zijn, maar ze doen wel iets met de lezer. Je wordt verrast en gedwongen na te denken over dingen waar je voorheen nooit bij stilgestaan zou hebben.

Hoewel Smith een breed publiek heeft, zeker nadat ze met twee romans voor de Booker Prize was genomineerd, is ze geen toegankelijke schrijfster. Dat komt vooral omdat elke keer wanneer je denkt de volgorde der dingen beet te hebben, je terecht wordt gewezen. Iets vergelijkbaars doet ze in haar laatste verhalenbundel De eerste persoon. Daarin wordt onder meer de vraag gesteld ‘hoe zou Fidelio geklonken hebben wanneer Mozart de opera had gecomponeerd?’ Een leuke vraag, die de bredere bedoeling van deze bundel blootlegt: wat gebeurt er wanneer het vanzelfsprekende niet meer vanzelfsprekend is? Wanneer je iemand anders de geschiedenis laat navertellen? Verrassend is telkens het antwoord.

Maar behalve verrassend wordt Smith ook confronterend in het verhaal ‘Het kind’. Hierin vindt een vrouw plotseling een baby in haar winkelwagen. Wanneer het kind bij niemand blijkt te horen en de omstanders ervan overtuigd zijn dat het kind van haar is, neemt ze het mee om het ergens anders te droppen. Achterin de auto blijkt de baby te kunnen praten als een volwassen man. Een beetje als Stewie uit de tv-serie Family Guy en niet alleen omdat hij kan praten maar ook omdat hij zich al net zozeer tot rabiate cultuurpessimist ontpopt. Want wat begint met onschuldige grapjes over vrouwen achter het stuur en de saaiheid van politieke correctheid, eindigt in een maatschappelijke analyse waarbij extreem-rechtse politici hun vingers zullen aflikken. De vrouw wil er tegenin gaan, maar het lukt haar niet: de baby is té charmant. Uiteindelijk eindigt de baby in een nieuw winkelwagentje zodat hij zijn praatjes aan een volgend slachtoffer kan verkopen. Maar de boodschap – met excuses voor deze onbedoelde woordspeling – is duidelijk: iedereen laat zich al te gemakkelijk inpakken door de manier waarop iets gezegd wordt en laat de inhoud daardoor al te gemakkelijk liggen. Het is ironisch dat je je als lezer van Smiths verhalen eenvoudig kunt laten meeslepen door de stilistische verpakking. Wie daarom de inhoud negeert, miskent het idee dat Smith zo virtuoos overbrengt: hoe beter het verhaal, des te meer mogelijkheden om de geschiedenis te verdraaien.

Toef Jaeger