Geen berouw, maar wel een vrij man

Voormalig kopstuk Klar van de linkse terreurgroep Rote Armee Fraktion komt op 3 januari vrij. Dat zorgt in Duitsland voor hevige reacties bij nabestaanden van slachtoffers.

Joost van der Vaart

Hij had al in 2007 een vrij man kunnen zijn. Maar Christian Klar toonde geen berouw voor de daden die hij in naam van de West-Duitse terreurorganisatie Rote Armee Fraktion (RAF) had begaan. En dus werd een gratieverzoek afgewezen.

Gisteren bepaalde het gerechtshof in Stuttgart dat Klars levenslange gevangenisstraf op 3 januari 2009 afloopt. De man die medeverantwoordelijk is voor de bloedigste periode van de RAF, najaar 1977, is over zes weken voorwaardelijk vrij.

Klar heeft 26 jaar gezeten. Hij werd in 1985 door de rechter schuldig bevonden aan het gemeenschappelijk begaan van negen moorden en elf pogingen daartoe. Klar had toen al drie jaar vastgezeten. Hij werd in de buurt van Hamburg gearresteerd, bij Friedrichsruh waar de RAF een wapendepot had.

Christian Klar (56), zoon van een gymnasiumlerares en een ambtenaar van de Duitse onderwijsinspectie, behoorde tot de zogeheten tweede generatie van de Rote Armee Fraktion. De eerste generatie van deze links-extremistische terreurgroep bestond uit mensen als Andreas Baader, Ulrike Meinhof, Gudrun Ensslin, Holger Meins en Jan-Carl Raspe. De RAF, ook wel Baader-Meinhof Gruppe genoemd, hield West-Duitsland in de jaren 70 en 80 in de greep met aanslagen, ontvoeringen en moordpartijen. Over de organisatie en haar daden is zojuist een speelfilm verschenen, Der Baader Meinhof Komplex, die ook in Nederland is te zien.

De vrijlating van Klar is in Duitsland omstreden. Nabestaanden van de mensen die vermoedelijk door zijn hand om het leven zijn gekomen, hebben ook nu weer scherp geprotesteerd. Klar wordt onder andere verantwoordelijk gehouden voor de moord op procureur-generaal Siegfried Buback, bankier Jürgen Ponto en werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer.

Dezelfde protesten klonken toen in 2007 sprake was van mogelijke gratie voor Klar. Het verzoek daartoe bereikte uiteindelijk de president van Duitsland, Horst Köhler. Wat niemand verwacht had, deed Köhler: hij sprak persoonlijk met Klar en weigerde op grond van dat gesprek het gratieverzoek te ondertekenen. Naar alle waarschijnlijkheid omdat Christian Klar geen berouw toonde.

Dat is typerend voor vrijwel alle leden van de RAF. Hun strijd tegen de heersende klasse is altijd doorgegaan, ook toen de RAF’ers allang in de gevangenis zaten. Van een schuldbewuste houding was nimmer sprake; van elkaar verraden evenmin. Zo is het tot op de dag van vandaag onduidelijk wie de dodelijke schoten heeft gelost op mensen als Ponto, Buback, Schleyer en anderen. Misschien was het Klar, misschien waren het z’n kompanen. In een interview met weekblad Der Spiegel antwoordde Klar vorig jaar op een vraag over berouw en schuldbewustzijn: „In de politieke ruimte, tegen de achtergrond van onze strijd, tellen die begrippen niet”.

Hoeveel emoties Klars vrijlating oproept, blijkt uit het feit dat co-piloot Jürgen Vietor, die een heldenrol speelde tijdens een vliegtuigkaping in 1977 waarop de RAF vergeefs alle hoop had gezet, zijn onderscheiding aan president Horst Köhler teruggeeft. Waarom, zo vraagt Vietor zich vandaag in een begeleidende brief af, „krijgen in onze staat daders altijd meer aandacht dan slachtoffers?”

Met de uiteindelijk mislukte kaping wilde de terreurgroep de vrijlating van prominente RAF’ers afdwingen. Dit dramatische hoogtepunt van de zogeheten ‘Duitse Herfst’ markeert het einde van leden van de eerste generatie. Ze pleegden zelfmoord in hun cel.