Een onderzoek met open einde

Fortis moet uitleg geven over zijn beleid sinds mei 2007. Heeft het concern aandeelhouders misleid of was het slachtoffer van de crisis op de markten?

Hebben ze gelogen, aandeelhouders te mooie verhalen voorgeschoteld en te makkelijk gedacht over het binnenhalen van 9 miljard euro?

Er komt duidelijkheid rond Fortis. Nou ja: er komt een onafhankelijk onderzoek naar het beleid van het concern, een onderzoek dat antwoord moet geven op de vraag of er sprake is geweest van wanbeleid bij het inmiddels opgesplitste bank- en verzekeringsconcern. Het onderzoek zal een lange periode beslaan: het begint op 29 mei 2007 – de dag dat Fortis als lid van een consortium een bod uitbracht op ABN Amro. Een einddatum voor het onderzoek werd niet genoemd door president Huub Willems van de Amsterdamse ondernemingskamer. De ontwikkelingen rond Fortis lopen nog altijd, en de drie binnenkort te benoemen onderzoekers moeten het heden dus meenemen.

Ten tijde van het bod op ABN Amro was Fortis een redelijk grote speler in de Benelux. Het wilde graag groeien en door ABN Amro Nederland te kopen werd in deze ambitie voorzien. Het overnamegevecht met het Britse Barclays resulteerde in een hoge – door analisten later als té hoog bestempelde – koopprijs: 24 miljard euro. De last van de overname woog zwaar en in combinatie met de kredietcrisis wist Fortis niet te overleven. Het concern werd begin oktober genationaliseerd door Nederland en België omdat het dreigde om te vallen. De beursgenoteerde holding bestaat nu nog uit een internationale verzekeraar en een belang in een kredietportefeuille.

Met het instellen van een onderzoek naar wanbeleid kreeg de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) haar zin. De VEB gelooft niet dat beslissingen rondom de ontmanteling van Fortis kunnen worden teruggedraaid, ook al blijkt er sprake van wanbeleid. Maar als blijkt dat wanbeleid er mede oorzaak van is geweest voor de dramatische val van Fortis – die ervoor zorgde dat de koers van het aandeel inklapte en aandeelhouders veel schade berokkende – zal de VEB dit kunnen gebruiken om vervolgens schadevergoedingen te eisen van bijvoorbeeld (voormalige) topbestuurders. Jan Maarten Slagter, directeur van de beleggersvereniging, was opgetogen dat Willems geen einddatum aan het onderzoek had gesteld. „Het is uniek dat het onderzoek niet voor een bepaalde periode is. Het blijft dus doorgaan in de huidige tijd en de onderzoekers zouden bijvoorbeeld kunnen aanschuiven bij komende bestuursvergaderingen van Fortis.”

De VEB kreeg gelijk in haar stelling dat de val van Fortis werd ingeluid door de overname van ABN Amro. Fortis kocht de Nederlandse bank vorig jaar samen met Royal Bank of Scotland en het Spaanse Santander. Het deel dat Fortis moest betalen: 24 miljard euro, werd onder meer bekostigd door een aandelenemissie. Maar het bleef onduidelijk, zo stelde ook Willems gisteren, waar Fortis 9 miljard euro van de 24 miljard vandaan dacht te halen. Fortis maakte zichzelf te afhankelijk van de financiële markten door te hopen dat het geld wel uit de markt kon worden gehaald. Dit gebeurde op een moment dat deze markten al in mineur kwamen. Fortis legde geen notulen van bestuursvergaderingen voor om licht op deze zaak te werpen, zo zei Willems en ook niet op een andere wijze toegelicht. „Nu bij een zo belangrijk onderwerp als de financiering van een majeure investering dergelijke vraagtekens kunnen worden gesteld en door Fortis niet zijn weggenomen, bestaat er aanleiding om te twijfelen aan een juist beleid van Fortis met betrekking tot de verwerving door haar van een belang in ABN Amro, althans de financiering daarvan.”

De opmerkingen van Willems herhaalde zich op aan aantal punten. Zo was Willems het eens met de VEB dat „bij herhaling” de zaken rond het concern anders liepen dan Fortis naar buiten had gebracht. Waar het ging om de solvabiliteit, het dividendbeleid, de mate waarin klanten hun geld bij Fortis weghaalden en haar positie op de markt. Fortis heeft het afgelopen jaar menig persbericht uitgegeven waarin geruststellende woorden werden gesproken en topbestuurders gaven in interviews aan dat de balans van het concern op orde was en dat er niets zou veranderen in het dividendbeleid. Dit was slechts kort voordat Fortis bekend moest maken dat het interim-dividend werd geschrapt.

De drie onderzoekers – wiens namen nog niet zijn – zullen ook specifiek kijken naar de ontwikkelingen tussen 26 september en begin oktober, de periode tussen de eerste kapitaalinjectie en gedeeltelijke nationalisatie van Fortis en de gehele uitverkoop dan wel nationalisatie van het concern. Ook de rol van de overheden wordt hierbij bekeken.

Het was niet allemaal negatief nieuws voor Fortis gisteren. De onmiddellijke voorzieningen die de VEB had gevraagd werden afgewezen. Er komt geen supercommissaris die het bestuur kan controleren. President-commissaris Jan-Michiel Hessels kan gewoon de twee aandeelhoudersvergaderingen van volgende week voorzitten en wordt niet vervangen door een buitenstaander.

Willems twijfelde niet het argument van Fortis dat het bestuur ten tijde van de volledige nationalisatie weinig controle meer had. Willems: „Het bestuur restte in feite weinig anders dan van buiten haar om genomen besluiten te aanvaarden”. Maar of Fortis met deze uitspraak blij zal zijn is de vraag.