De nieuwe dominee van Ossendrecht

Klaas Vos begint niet gauw uit zichzelf over God te praten, eerder over Ajax, waar hij in de ledenraad zit. Maar als hij móet kiezen, zal God het winnen, zoals laatst, toen hij besloot dominee in Ossendrecht te worden. Ossendrecht?

Ja, Ossendrecht, een dorp onder Bergen op Zoom, vroeger zelfstandig, nu gemeente Woensdrecht. Hij krijgt er zo’n vijfhonderd gelovigen onder zijn hoede, een protestantse enclave in een katholieke omgeving.

Daarmee neemt het leven van Klaas Vos, inmiddels bijna zestig jaar, de zoveelste wonderlijke wending. Ooit trouwde hij en werd hij dominee in onder meer Vreeland, vervolgens aanvaardde hij na een grote crisis zijn homoseksualiteit en trad hij als radioprogrammamaker in dienst van de VPRO. „God kwam mij de strot uit. Ik geloofde niets meer”, vertelde hij onlangs in Trouw.

Bij de VPRO heeft hij jaren met veel plezier gewerkt, hij genoot van de geestelijke vrijheid en ook zijn oratorische talent kwam er tot zijn recht. Voor mij als luisteraar was hij al die jaren vooral een stem, een welluidende stem. Maar twee jaar geleden, toen de luistercijfers ook daar hun tol eisten, stapte hij opnieuw op.

Daarna werd het hem steeds duidelijker dat het geloof nog altijd in zijn hart verankerd lag. Hij vertelt van een openbaring die hij al in 1997 in de auto kreeg na een bezoek aan zijn zieke zus.

„Een overweldigende ervaring. Ik hoorde een stem die me zei dat ik mocht bestaan. Ik heb altijd met vragen geworsteld als: wie ben ik, mag ik er wel zijn – ja, ik had een groot minderwaardigheidscomplex, wat ik compenseerde met narcistische dromen. Die stem in de auto heb ik in mijn VPRO-jaren onderdrukt, maar toen ik bij de VPRO klem kwam te zitten, besefte ik dat ik er niet meer onderuit kon, dat ik geroepen werd. Ik heb toen veel aan een wijze, oudere man gehad, ook een homo, die me zei: in Christus ben je geborgen bij God. Dat was zó bevrijdend. Eigenlijk ben ik mijn hele leven op zoek geweest naar geborgenheid.”

Als ik Klaas Vos zulke dingen hoor zeggen met zijn ontwapenende pathos, krijg ik nooit de aanvechting hem tegen te spreken. Hij dringt zijn geloof niet op, waarom zou ik hem dan met mijn scepsis lastigvallen?

De laatste jaren begon hij weer meer naar de kerk te gaan. De rituelen vindt hij belangrijk, geloof moet je doen, samen met gelijkgezinden – anders blijft het een leeg sentiment. Hij begreep dat hij weer dominee moest worden, in de kerk kon hij net als op de radio ook een verhalenverteller zijn, zij het van bijbelse verhalen – daar lag zijn kwaliteit, en dus zijn roeping.

Toen meldde Ossendrecht zich. Men had het interview in Trouw gelezen. Een ‘beroepingscommissie’ kwam met hem praten en luisterde naar enkele van zijn preken. „Iemand had zijn puberzoon meegenomen en die zei: eindelijk een dominee bij wie ik niet in slaap val.” Zijn homoseksualiteit vormde geen enkel beletsel.

Op zwakkere momenten vraagt hij zich af of Ossendrecht niet een al te eenzame post zal zijn. Hij laat Amsterdam – en zeker Ajax – dan ook niet helemaal los, maar Ossendrecht gaat voortaan voor. „Ik hoop alleen dat ze niet te veel van me verwachten, ik ben de bemiddeling van de bron, niet de bron zelf.”