De kredietcrisis eist veerkracht van de mens

Leg eens niet de nadruk op het dreigende gevaar van de wereldwijde kredietcrisis.

Bekijk het eens van de kanskant. Bijvoorbeeld de kans op meer balans.

Het Chinese teken voor ‘crisis’ bestaat uit de symbolen voor ‘gevaar’ en ‘kans’. De nadruk in de media ligt vooral op het gevaar, de dreiging. Terwijl de kredietcrisis ook volop kansen biedt. Bijvoorbeeld de kans op meer balans: tussen markt en overheid, tussen ‘the west’ en ‘the rest’, tussen mens en milieu, tussen arm en rijk. Een paar voorbeelden.

Primaat van de politiek is hersteld

„Wat de val van de Berlijnse Muur was voor het communisme, is de val van Wall Street voor de marktfundamentalisten”, betoogt Joseph Stiglitz, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie. Waar de markt faalde, komen politici nu in actie. De afgelopen maanden hebben Bos, Sarkozy, Brown, Merkel en hun collega’s bewezen krachtdadig te kunnen optreden. Zij kwamen ook verrassend snel tot internationale overeenstemming, onder andere op de recente G20-top. Een van de schaduwkanten van de globalisering was in de ogen van velen dat de politiek de snelle wereldwijde expansie van de markt amper kon bijbenen. Daar komt nu verandering in. Democratisch gekozen politici krijgen het weer voor het zeggen en daarmee – uiteindelijk – wij, de burgers die hen kozen.

Obama kreeg de wind in de rug

Barack Obama’s aanhang groeide door de crisis. Die betekende zijn vuurproef, en hij bewees zich als crisismanager: vol zelfvertrouwen en glashelder. McCain daarentegen zwabberde en kon alleen ‘tax-cuts’ roepen, in een versleten jaren-80-reflex. McCain was de man van en voor small-town Amerika. Obama is daarentegen de gedroomde president voor een groot deel van de wereldbevolking. Afrikanen zien hem immers als een zoon van hun continent, en in het islamitische Indonesië is hij ook populair. Hij is de verpersoonlijking van de geglobaliseerde wereld: een blanke moeder uit Kansas, een zwarte vader uit Kenia en opgegroeid in Hawaï, Indonesië en de VS. Het anti-amerikanisme en de spanningen in de wereld zijn al gehalveerd door zijn aanstaande aantreden.

Informatie wordt het kapitaal van de toekomst

Het geld met de grote G is van zijn voetstuk gevallen. Geld is niet alles. Kennis is het kapitaal van de toekomst. Gebrek aan informatie over welke leningen met welke risico’s er precies in wat voor complexe pakketten zaten, heeft veel banken genekt. De belangrijkste hindernis voor een goed werkende vrije markt is gebrek aan informatie. Er wordt hard aan gewerkt om die informatie beter beschikbaar te stellen. Consumentenorganisaties en overheden eisen meer transparantie, onder andere via labels en keurmerken. De wereld gaat sneller open, vooral dankzij internet. Talloze overheidsdocumenten worden daar openbaar gemaakt en zorgen voor een beter functionerende democratie. Resultaten van wetenschappelijk onderzoek komen sneller en effectiever beschikbaar. Op de Engelstalige Wikipedia kunnen we ons over 2,5 miljoen onderwerpen laten informeren. In Afrika maken internetcafés een stormachtige ontwikkeling door. De honger naar kennis is nergens zó groot. Zo steeg het aantal internetaansluitingen in Soedan explosief: in vijf jaar van 30.000 naar 3,5 miljoen. Maar de sneeuwbal is nog lang niet uitgerold: dagelijks komen er duizenden gebruikers en duizenden webpagina’s bij. Stamleden die door angsten en vooroordelen gemakkelijk konden worden aangezet tot vluchten, vechten of plunderen, kunnen op termijn uitgroeien tot zelfbewuste, goed geïnformeerde wereldburgers. Google investeert in zestien satellieten waardoor internet in ontwikkelingslanden 95 procent goedkoper wordt in 2010. Ook de kinderen in Afrika gaan naar school: nu al zo’n 70 procent. Zij zijn de toekomst en hebben straks toegang tot oneindig veel meer informatie dan hun ouders en grootouders. Vooroordelen, angst en haat zullen stap voor stap plaatsmaken voor samenwerking, innovatie en ondernemerschap.

De westerse dominantie komt sneller ten einde

De financiële crisis versnelt het proces waarbij een einde komt aan onze dominantie. En daarmee ook aan een voortdurende voedingsbodem voor nationalistische frustratie, anti-westerse sentimenten en spanningen in de wereld. Dertien procent van de wereldbevolking kan niet veel langer zijn wil opleggen aan de overige 87 procent. De permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zijn nu de VS, China, Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Een weerspiegeling van de wereld van 1945: 60 procent Europees, 60 procent westers. De werkelijk belangrijkste machten van dit moment zijn: China, de VS, de EU, Japan en India. Een vijftal dat voor 60 procent Aziatisch is. En waarbij binnenkort ook Brazilië en Indonesië aan zullen kloppen: landen die hier nog amper voor vol worden aangezien. We lijken vooral verontwaardigd over hun snelle economische ontwikkeling. Gaat hun groei ons geen banen kosten? Hoeveel kooldioxide stoten zij wel niet uit? En hoe staat het met de ontbossing? (Dat we zelf al ons oerbos al lang gekapt hebben, verdwijnt wel eens buiten beeld.) Het zal even slikken zijn, maar het is in ons eigen belang om ruimte te maken voor deze opkomende machten: in de VN, bij het IMF, de Wereldbank, in de G8. De eerste stap is al gezet doordat de G20 kortgeleden het stokje lijkt te hebben overgenomen van de door het westen gedomineerde G8. Alle genoemde landen maken daar deel van uit, samen goed voor 90 procent van de wereldeconomie. En als landen – net als mensen - zich erkend en gehoord voelen, biedt dat kansen op vrede en stabiliteit in de wereld. De tijd vraagt het Westen grootmoedig en zelfbewust te zijn: we hoeven niet bang te zijn voor de nieuwkomers, want ons welvaartsniveau is aantrekkelijk voor iedereen. De modernisering slaat daarom overal toe, ook in Iran. En als ergens een mondige middenklasse ontstaat, dan volgt – op den duur – de democratie vanzelf. Die is niet af te dwingen. De trend voorspelt immers helder waar we naar toe gaan: in 1950 leefde 30 procent van de wereldbevolking in een democratie, nu 60 procent.

Investeren in de energierevolutie wordt aantrekkelijk

We hoeven niet stuurloos rond te dobberen tijdens deze crisis. Politici kunnen de wereldeconomie stimuleren door nu met volle kracht in te zetten op de energietransitie. In Duitsland werken nu al zo’n 90.000 mensen in de duurzame energiesector en India denkt dat het de snelst groeiende industrie zal zijn vanaf 2010. In 1980 werd maar 7 procent van de wereldenergie duurzaam opgewekt, nu is dat zo’n 19 procent. Als we in het huidige tempo doorgaan zal het doorbraakjaar – het jaar waarin het aandeel schone energie de fossiele overtreft – tussen de 2040 en 2050 liggen. Maar de wereldwijde crisis biedt politici een gouden kans om dit te vervroegen naar 2020-2025. Het ombouwen van de energievoorziening zal een ET-revolutie betekenen die wat omvang betreft de IT-revolutie kan overtreffen. Obama wil een miljoen elektrische auto’s op de weg in 2015 en elk jaar een miljoen huizen energiezuiniger maken. Er zijn genoeg redenen voor optimisme. We hebben voldoende olie voor 65 jaar, maar de ijzertijd eindigde niet omdat het ijzer op was, de stoomtijd kwam niet ten einde door een gebrek aan steenkool en het olietijdperk zal niet stoppen omdat de olie op is. Duizenden bedrijven en particulieren experimenteren met talloze nieuwe oplossingen: overal in de wereld zindert het van de innovatie.

Samengevat kunnen we zeggen dat de crisis een beroep doet op de veerkracht van ons, mensen. We kunnen ons laten zien van onze meest inventieve, productieve en humane kant. Samen kunnen we ongekende dromen waarmaken. Duurzame energieopwekking komt in zicht, net als het einde van honger en burgeroorlogen. Zoals die oudere, zwarte kiezer in Chicago zei, op 4 november: „Dit is een mooie tijd. Niet alleen voor deze stad, maar voor de hele wereld.”

Kor Goutbeek, bioloog en publicist over positieve trends & globalisering. http://globaalverhaal.blogspot.com/