Daadkracht of paniek

Wederom gaan wereldwijd honderden miljarden aan overheidsgeld over tafel. Dit keer niet om de financiële sector te redden, hoewel de Amerikaanse steun voor Citibank en de Nederlandse garantie voor Leaseplan aantonen dat ook steunoperaties nog niet voorbij zijn. De miljardenbedragen die nu circuleren, moeten de economie stimuleren. De Europese Commissie komt namens de EU-lidstaten met een plan om 1 procent van het bruto binnenlands product uit te trekken. Dat moet de economie behoeden voor een vrije val. Het totaalbedrag is 130 miljard euro.

Soortgelijke plannen zijn er in tal van landen, van het Verenigd Koninkrijk tot China en Japan. In de Verenigde Staten bereidt de potentiële regering van Barack Obama een pakket voor van maar liefst 500 miljard dollar (400 miljard euro). Obama heeft inmiddels een krachtig kernteam om zich heen verzameld. Daarin is Tim Geithner, de huidige president van de centrale bank van New York, als nieuwe minister van Financiën een van de kopstukken. De andere coryfee is oud-minister en topeconoom Larry Summers.

In Nederland kondigde het kabinet-Balkenende afgelopen vrijdag een pakket aan stimuleringsmaatregelen aan waarvan het ‘liquiditeitseffect’ naar zeggen van de premier 6 miljard euro bedraagt, ofwel: de Europese 1 procent van het bbp. Versnelde afschrijvingen voor bedrijven en het naar voren halen van infrastructurele investeringen zijn de opvallendste aspecten van dit plan, dat ook eerder geplande lastenverlichting meetelt. Of dit allemaal nieuw geld is, valt dus te betwijfelen. Maar dat geldt waarschijnlijk ook voor de plannen in andere landen. De grote bedragen zijn er ook voor bedoeld het publieke vertrouwen op te vijzelen.

De grote onzekerheid over de toekomst van de economie in 2009 en 2010 geeft intussen aanleiding tot discussie over het actieve overheidsbeleid. Als de recessie zo diep en langdurig wordt als gevreesd, zijn de nu uitgetrokken bedragen wellicht niet genoeg. Politici en bestuurders zullen dan worden aangesproken op hun onvermogen een echt grote daad te hebben gesteld waarmee het onheil voorkomen had kunnen worden. Anderzijds kan de recessie ook meevallen. In dat geval zullen de grote bedragen die nu worden gepland bovenmatig blijken, de groei nodeloos opjagen en inflatoir werken. De overheden zal dan worden verweten paniekerig te hebben gereageerd, en het zaad te hebben gezaaid voor de volgende crisis.

Daar komt bij dat de extra uitgaven het makkelijke deel zijn van de operatie, en ook het makkelijkst te verkopen. Maar het geld zal in de toekomst wel moeten worden terugverdiend. De overtollige schulden die particulieren, banken en bedrijven nu afbouwen en afschrijven komen door de overheidsacties terug in de vorm van een hogere publieke schuld. De staat werpt zich zo op als ‘lener van laatste instantie’. Dat is onder de omstandigheden niet eenvoudig te vermijden. Maar het is niet gratis. De burger moet er in de toekomst alsnog aan meebetalen.