China blijft rustig uitbreiden

Nu de export naar het Westen tot 40 procent daalt, verlaten veel minder containers de havens van China. Maar China blijft uitbreiden. „Crises creëren kansen.”

Iedere keer als Uffe Rasmussen, de Deense kapitein van de Cosco China, aanmeert in een Chinese haven – en dat doet hij al meer dan tien jaar – is hij verbaasd. „Er is altijd weer een nieuwe terminal bijgebouwd of zelfs een hele nieuwe haven. Ik kijk nergens meer van op”, vertelt hij, terwijl in de haven van Ningbo-Zhoushan aan de Oost-Chinese Zee een versierde container met tromgeroffel en vuurwerk op zijn schip wordt geladen. „Ontwikkel de haven, ontwikkel het land, help de wereld”, luidt een van de slogans op het rode doek waarmee de container is versierd.

Het is de tienmiljoenste container die dit jaar in Ningbo, 200 kilometer ten zuiden van Shanghai, wordt verwerkt. „Hier doen ze gewoon alsof er geen mondiale crisis is. Je moet eens in Europese havens gaan kijken. China is het enige land dat nergens last van heeft”, grijnst ‘master’ Rasmussen.

China’s havens worden echter wel degelijk getroffen door de economische recessies in de VS en Europa. De vier grootste havens, Cao Feidian, Shanghai, Ningbo en Shenzhen, melden een sterk dalende export, zowel gemeten in containers als in tonnages. De export daalt tot 40 procent en dat wordt niet volledig gecompenseerd door de met 25 tot 30 procent toegenomen binnenlandse containertransport en goederenoverslag.

De Wereldbank verlaagde vandaag de groeiverwachting voor de Chinese economie in 2009 van 9,5 naar 7,5 procent. Dat laat onverlet dat alle investeringsplannen voor de Chinese havens, die waren gebaseerd op berekeningen van vóór „de Amerikaanse crisis”, gewoon doorgaan. Althans, dat is de boodschap van de autoriteiten in Peking, lokale politici en topbestuurders van bedrijven.

De Deense kapitein Rasmussen, die voor de gelegenheid een uniform aan heeft en dat wat onwennig draagt, is zeer te spreken over de snelheid waarmee zijn 334 meter lange Cosco China is geladen: „Zestien uur. Daar doen ze in Hamburg of Rotterdam twee hele dagen over.”

Li Ling Hong, president-directeur van de Ningbo Port Company, een staatsbedrijf, is ook present op het feest op de kade. „Crises creëren kansen, zeggen wij in China. We moeten juist nu onze investeringen doorzetten. Alle plannen gaan door, want als je rijk wilt zijn, moet je in havens investeren.”

In Ningbo alleen al gaat het om nog eens vier containerterminals. Door de buitengaatse ligging zijn ze toegankelijk voor de grootste schepen, zoals de China Cosco of de even verderop afgemeerde 366 meter lange Sola van de Mediterranean Shipping Company (MSC).

De investeringen in de havens, die in totaal ongeveer 50 miljard euro bedragen, maken deel uit van het eerder deze maand gepresenteerde stimuleringsplan ter waarde van 450 miljard euro waarmee de Chinese overheid de gevolgen van de afzwakkende groei wil opvangen.

En bij dat plan zal het volgens de Economische Waarnemer, een zakenkrant in China, niet blijven, want de economische autoriteiten (de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie) werken aan een tweede stimuleringsplan. Dagelijks maken provinciale overheden of de besturen van stadsprovincies hun eigen stimuleringsplannen in de vorm van grote infrastructurele bouwwerken bekend.

[Vervolg China: pagina 12]

China

Excessieve concurrentie tussen Chinese havens kwestie van tijd

[Vervolg van pagina 1] In Ningbo, een van de oudste havensteden van China, gaat het niet alleen om terminals, maar ook om drie olie- en gasoverslagterminals. President-directeur Li vertelt dat Ningbo de belangrijkste doorvoerhaven moet worden voor olie en gas die de China National Offshore Oil Corporation (CNOOC), het Chinese staatsoliebedrijf, de komende twaalf jaar uit de bodem onder de Zuid-Chinese Zee gaat halen. Er bevinden zich hier voorraden olie die geschat worden op 22 miljard vaten. CNOOC heeft vorige week aangekondigd omgerekend 25 miljard euro te gaan investeren in de winning van deze voorraden, inclusief de aanleg van een onderzeese gaspijpleiding.

Professor Cao Zhongxi van de China Ports & Harbour Association in Shanghai erkent dat er nu al sprake is van overkill aan investeringen in de havens. „Er dreigt tussen havens excessieve concurrentie. Echte samenwerking tussen bijvoorbeeld de havens van Shanghai en Ningbo moet nog altijd op gang komen.”

Beide steden, die sinds een half jaar met elkaar verbonden zijn door de brug over de Hangzhou-baai, hebben diepzeehavens en olie- en gasterminals. De havens liggen allebei in de Yangtze-delta en bedienen het industriële achterland dat aan de langste rivier van China ligt.

Volgens Li Ling Hong, bestuursvoorzitter van het havenbedrijf van Ningbo, is de samenwerking echter uitstekend en kan Shanghai, de grootste haven van China en nummer twee van de wereld na Singapore, de vraag naar overslagcapaciteit lang niet aan. Daarom is Shanghai ook begonnen aan de verdere uitbreiding van de diepzeehaven.

Li: „In Ningbo vragen we ons ook wel eens af of het van Shanghai verstandig is, maar wat kunnen wij doen. We zitten elkaar niet in de weg, hoewel de afstand tussen de havens kort is.” Door de ligging ten opzichte van het achterland en de natuurlijke omstandigheden denkt Ningbo (350 miljoen ton, overslag 10 miljoen containers in 2008) Shanghai (563 miljoen ton, 28 miljoen containers) in 2025 te hebben verdrongen van de eerste plaats. Li denkt dat Shanghai niet veel verder kan groeien.

Havenexpert Cao Zhongxi wil niets over Shanghai zeggen want dat ligt „gevoelig”, maar zegt dat alle ambities van havensteden prijzenswaardig zijn. Wel wijst hij op het voorbeeld van Cao Feidan aan de noordelijke Bohai Baai. Cao Feidan kondigde in 2006 aan het ‘Rotterdam van China’ te willen worden, dat wil zeggen de belangrijkste doorvoerhaven in het noorden voor containers, kolen, olie en gas met een bijbehorend modern complex van chemie- en staalfabrieken.

Als gevolg van de recessies in de VS en Europa en de dalende prijzen van staal en chemieproducten zijn ook Chinese staatsbanken en multinationals zeer terughoudend geworden met het financieren van de ambities van Cao Feidan aan de Bohai Baai. In het achterland van Cao Feidan gingen afgelopen maanden alleen al 300 staalfabrieken dicht.

Van dergelijke somber stemmende voorbeelden wil de directeur van het havenbedrijf van Ningbo niets weten. Li: „De zee is rijkdom. Wij in Ningbo zetten de deur naar de wereld wijd open en we blijven ook zoeken naar investeringskansen in Europa, India, Azië en Afrika.”

Zijn grootste zorg is niet de krimpende mondiale economie, maar de snelheid waarmee de overheid nieuwe wegen en bruggen aanlegt om Ningbo, waar vrachtwagens met containers iedere dag voor verkeersinfarcten zorgen, bereikbaar te houden. Li: „Als je rijk wil blijven, moet je wegen bouwen.”