Blowende feiten

Hoe staat het met het Nederlandse cannabisgebruik? Circa 3,3 procent van de bevolking gebruikt het, ongeveer het Europees gemiddelde. Dat zijn 363.000 landgenoten met een gemiddelde leeftijd van 31 jaar. De startleeftijd ligt tussen 16 en 19 jaar. De omvang van deze groep blijft al een aantal jaren stabiel. Een kwart gebruikt cannabis dagelijks. Onder de gebruikers zijn mannen oververtegenwoordigd. Onder hen de jongeren. En onder de jongeren de probleemjongeren. Het THC-gehalte in nederwiet is 16 procent. De sterkte van geïmporteerde wiet is 6 procent. Coffeeshops dekken 70 procent van de vraag. Thuisdealers en bezorgers de rest.

Naarmate cannabis makkelijker te krijgen is, neemt het gebruik ervan toe. Blowers drinken meer en gebruiken vaker andere middelen dan niet-blowers. Scholieren die blowen zijn vaker agressief en hebben meer schoolproblemen. Die nemen toe met het gebruik. In vergelijking met nicotine, heroïne en alcohol is THC weinig verslavend. Maar frequent cannabisgebruik vergroot het risico op een latere psychotische stoornis.

Sociaal-maatschappelijk is wiet een probleemversterker. Het aantal hulpvragers stijgt sinds 1994 onafgebroken. Het aantal coffeeshops is gedaald van 1.197 naar 729, waarvan de helft in grote steden. Vier van de vijf gemeenten in Nederland hebben geen coffeeshop. De coffeeshops zijn streng gereguleerd. Verkoop aan minderjarigen, te veel voorraad en andere overtredingen van gedetailleerde richtlijnen leiden tot onmiddellijke sluiting.

Het ‘gedogen’ richt zich vooral op de bevoorrading. Die is grotendeels in handen van de georganiseerde misdaad, die ook in pillen, hasj, cocaïne en heroïne handelt. Dat coffeeshops voor een scheiding der markten zorgen is volgens een recente studie een ‘grove misrekening’.

Voor deze groepen zijn de coffeeshops een veilige thuismarkt annex magneet voor buitenlandse kopers van alle soorten drugs. Vrijdag stuurde het kabinet de Kamer het Nationaal Dreigingsbeeld 2008 waarin deze drugsmisdaad als belangrijkste prioriteit wordt aangemerkt. Het brengt op grote schaal corruptie, geweld en witwassen met zich mee.

Het aantal wietkwekerijen wordt nu geschat op 20.000. Mogelijk is tot driekwart van de oogst bestemd voor export. Het reguleren van de teelt om coffeeshops te bevoorraden is juridisch onmogelijk. Al in 2005 liet toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) uitzoeken of de Europese wetgeving daar ruimte voor laat. Het antwoord was ‘nee’. Het telen van cannabisplanten, anders dan voor medische of wetenschappelijke doelen, is strafbaar. Zowel onder VN-verdragen als onder EU-recht. Een teeltexperiment voor coffeeshops kan „redelijkerwijs niet worden aangemerkt als het te goeder trouw naleven en interpreteren van bestaande verdragen”, aldus het T.M. Asserinstituut. Het plan van de Eindhovense burgemeester om een gemeentelijke wietplantage te beginnen was dus een kletspraatje.

Maar dat er iets aan coffeeshops moet gebeuren is helder. Vooral door de criminaliteit die zij met zich meebrengen. Veel keus is er niet.