Amerika in crisis, maar er heeft nu even niemand de leiding

De aankomende Amerikaanse president Obama probeert richting te geven aan de crisisaanpak. Maar de macht heeft hij nog niet. Crisismanagement ‘by speech’.

Barack Obama heeft sinds gisteren de leiding over de aanpak van de economische neergang van Amerika. Althans, zo moet het lijken.

Door de verhevigde recessie – laatste symbolen: de val van de auto-industrie, de neergang van Citigroup – stond Obama onder zware politieke druk zich actiever met de crisis te bemoeien, die hij gisteren „van historische proporties” noemde.

De zittende president Bush heeft geen gezag om meer te doen dan op de winkel passen. Maar Obama treedt pas eind januari aan, en zodoende beleeft het land de ene economische schok na de andere, met het oncomfortabele gevoel dat niemand de leiding in handen heeft.

Dus gebruikte Obama gisteren de presentatie van zijn economische ministers om dat vacuüm op te vullen. Maar het bleef een geforceerde situatie: hij kondigde aan „nu” met zijn adviseurs te beginnen aan de ontwikkeling van beleid dat op zijn vroegst in januari van kracht wordt. Meer dan management by speech heeft ook hij dus even niet te bieden.

Maar het land zit drastisch verlegen om een opbeurend woord, het vertrouwen in Obama is nog steeds torenhoog, en het moment was goed gekozen: de Verenigde Staten maken zich op voor Thanksgiving, komende donderdag, als de meeste gezinnen bij elkaar komen en kalkoen eten.

Obama bevestigde dat hij denkt aan een stimulering van de economie van ongebruikelijk grote omvang. In zijn omgeving worden de laatste dagen bedragen tussen de 500 en 700 miljard dollar genoemd – ter vergelijking: de jaaruitgaven van het Pentagon zijn ruim 500 miljard dollar.

Obama wees erop dat ook sommige conservatieve economen het belang van een grootscheepse stimulering inzien om zo een „stoot” aan de economie te geven. Hij zei bereid te blijven de auto-industrie te redden, maar pas nadat de bedrijven een helder toekomstplan hebben gepresenteerd – iets waar ze vorige week in het Congres niet in slaagden.

In een nieuw signaal dat Obama een zeer gematigde president wil zijn, beaamde hij indirect dat hij met het idee speelt om de belastingverlagingen voor de allerrijksten, ingevoerd door president Bush, niet al volgend jaar terug te draaien. Die belofte was een belangrijk onderdeel van zijn campagne. Maar volgens sommige adviseurs is het onverstandig de belastingen te verhogen in crisistijd, een analyse die Obama dus in principe niet afwijst.

Dit deel van het plan is ook bedoeld voor gematigde Democraten en Republikeinen in het Congres. Obama loopt het gevaar dat zij zijn stimuleringsplan blokkeren, omdat ze niet kunnen leven met de verregaande verhoging van het begrotingstekort die het gevolg van Obama’s aanpak zou zijn.

Ook Bush voelt niets voor een grootschalige stimulering van de economie. Daarom heeft Obama’s plan pas kans vanaf de eerste week van januari, als het Congres in zijn nieuwe samenstelling, met solide Democratische meerderheden, bijeenkomt. Doel is dat het Congres het stimuleringspakket rond heeft wanneer Obama 21 januari formeel aantreedt, zodat de nieuwe president het plan met zijn eerste beleidsdaad in werking kan stellen.

Obama bevestigde gisteren dat Timothy Geithner, de centralebankier van New York, zijn minister van Financiën wordt, terwijl Harvard-econoom Larry Summers, minister van Financiën onder Bill Clinton, aantreedt als zijn economisch topadviseur in het Witte Huis. Beiden zijn gematigde Democraten; Geithner was tot begin jaren negentig Republikein. Obama noemde het mensen met „een scherp beoordelingsvermogen en een fris inzicht”.

Verwacht wordt dat de toekomstige president vandaag op een nieuwe persconferentie – 6 uur vanmiddag Nederlandse tijd – meer leden van zijn economisch team bekend zal maken.