Al dan niet de poort uit, en verder veel dvd's kijken

'Soms zitten we hier met z'n drieën te knippen en te plakken'

Sergeant Anthony (31), verantwoordelijk voor ICT.

„In de slaapcontainer hiertegenover hebben ze een kijkdoos gemaakt met plaatjes van Máxima, die ze voor het raam hebben gehangen. Toen konden wij niet achterblijven, dus nu werken wij aan onze eigen kijkdoos.

De majoor is paardengek, vandaar de gouden koets met ons achter het raampje en Anky van Grunsven ervoor.

Je moet toch wat. Ik werk tot negen uur ’s avonds. Als ik er dan nog kracht voor heb ga ik zitten knutselen. Soms zitten we hier met zijn drieën te plakken en te knippen, dan vragen voorbijgangers wel wat we eigenlijk aan het doen zijn.

In het begin deden we het heel stiekem, maar op een gegeven moment lieten we de deur open staan. Nu is het bijna klaar. Via via heb ik wel gehoord dat ze aan de overkant alweer een plan-Bravo hebben klaarliggen.

Ik speelde altijd al soldaatje. Ik struinde wat rond. Als kind zegt je moeder dat je niet vies mag worden, hier mag dat wel. Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk.

Gelukkig kon ik vroeger op uitzending dan gepland, want mijn vrouw is zwanger van ons vierde kind.

Ik ken haar vanaf mijn veertiende, ze is niets anders gewend dan dat ik in het leger zit. Soms denkt ze wel: was je nu maar thuis. „De oudste is elf, die begint te puberen. Maar ze zegt ook: ik kan je toch niet tegenhouden.”

'Als er iemand omkomt, zit de marechaussee er dicht bovenop'

Renée (24), wachtmeester der eerste klasse bij de Koninklijke Marechaussee.

„Het is een beetje behelpen met de ruimte, maar mijn kamergenoten en ik doen ieder ons eigen ding, we zitten niet op elkaars lip. Ik werk met vijf jongens, dan is het heerlijk om 's avonds met de meiden te ouwehoeren of lekker muziekjes te luisteren. De uitzending is heel leerzaam, op werkgebied, maar ook voor jezelf. Je moet het hier allemaal zelf doen. Thuis heb ik mijn ouders en mijn beste vriendin in de buurt. Mijn moeder woont twee deuren verderop. Hier moet je toch jezelf zien te vermaken.

De beroepstesten op school wezen altijd wel op een uniformberoep. Geen idee waarom. Ik hou wel van de variatie bij de marechaussee: je doet politiewerk, vreemdelingen, grensbewaking. Ik was zo zes jaar verder.

’s Avonds ga ik wat drinken in (het café) The Echos of een filmpje kijken op de laptop. Je maakt niet zozeer veel nieuwe vrienden, maar je leert wel veel mensen kennen. Je zult het met deze groep moeten doen.

Als er iemand omkomt, dan zit de marechaussee daar heel dicht bovenop. Wij doen het onderzoek naar hoe het heeft kunnen gebeuren en helpen het lichaam goed naar Nederland te krijgen. Dat doe je met heel veel respect. Het is moeilijk, maar je leert er heel veel van als mens.

Als ik thuiskom ga ik naar de kapper. Hier durf ik mijn haar echt niet te laten knippen. En ik ga een milkshake drinken en kipnuggets eten. ”

'Als ik in een dip zit, zegt mijn vriendin: je moet gewoon doorbijten'

Soldaat eerste klasse Jordi (23), boordschutter.

„We zijn veel de poort uit, eigenlijk zijn we nooit langer dan een weekje binnen. We ‘staan’ nu een paar dagen Quick Reaction Force, dat betekent dat we direct oproepbaar zijn. We doden de tijd met pokeren, films kijken, gamen. En iedereen heeft wel zijn eigen muziek bij zich.

Mijn vrouwtje, Sabrina, is eind januari uitgerekend. We wisten bijna zeker dat ze zwanger was toen ik vertrok. Ze heeft foto’s van de echo’s opgestuurd. Alles gaat perfect. Ik ken haar vanaf de basisschool, sinds drie jaar zijn we bij elkaar. We wonen bij haar ouders, maar willen ons eigen huis kopen. Nu ik een paar dagen op het kamp ben, kan ik mooi van alles regelen.

Ook als ik in een dip zit, en denk dat ik het heb gehad, zegt mijn vriendin: je moet gewoon doorbijten. Nu we een kindje krijgen, heeft ze liever niet meer dat ik op uitzending ga. Maar ze zegt ook: als het jouw keuze is, steun ik je erin.

Als ik thuis ben zie ik wel hoe het verder moet. Voor mijn gevoel ga ik liever niet meer op missie. Ik heb een opleiding tot sportleider gedaan, ik heb drie skileraardiploma’s, ik ben zwemleraar. Misschien ga ik over een paar jaar uit dienst. Maar ik ga eerst nog wat defensie-opleidingen volgen.

De lol die je onder elkaar hebt, dat is het mooiste van op missie zijn, de groepsbinding. De naarste ervaring was de dood van Jos ten Brinke, dat komt wel hard aan. Meestal zijn wij het voorste voertuig, nu reden zij voorop. Dat is best wel klote.”

'Mijn collega Ron heeft op de bazar alle series van The Sopranos gekocht'

Sergeant Casper (27), leidt Afghaanse militairen op.

„Een kantoorbaantje zou ik niet lang volhouden. Ik wilde ook wel anders zijn dan de doorsnee Nederlander. Dat is denk ik wel gelukt. Het samenwerken met de Afghaanse militairen is een geweldige ervaring. Je ziet gelijk resultaten als je patrouilles met die jongens loopt. Als je ziet dat zo’n vent doet wat je gezegd hebt, krijg je gelijk het idee dat het werkt wat we hier doen. En als het niet meteen goed gaat, moet je je er niet te druk over maken. Wij moeten ons immers meer aanpassen dan zij.

Ik verveel me eigenlijk nooit, je kunt elk vrij uurtje zelf invullen. Ik sport bijna elke dag, en mijn collega Ron heeft op de bazaar alle series van The Sopranos gekocht. Verder breng ik best veel tijd door op het bankje voor de deur, met de rest van de groep. Wij van het korps mariniers zijn maar een kleine eenheid, dan ben je wat meer op elkaar aangewezen. We kunnen het gewoon wel vinden met zijn achtentwintigen.

Het mooie van weggaan is dat je ook weer terugkomt. Ik zie er wel naar uit. Mijn vriendin en ik zijn het wel gewend om van elkaar gescheiden te zijn. Je leert ermee omgaan. Als je op uitzending bent bespreek je andere dingen met elkaar. Ik heb geen tijd om elke dag drie uur achter de computer te zitten. Elkaar even zien of spreken is goed. Het gaat minder diep dan wanneer je thuis bent, maar ik verwacht dat we die draad gewoon weer oppakken.”

'Zei zeiden: je hebt verstand van groen. Wil je kok worden?

Soldaat eerste klasse Wouter (20), verpleger.

„Vanaf mijn zestiende heb ik bij een hoveniers- en stratenmakersbedrijf gewerkt. Dat was zwaar werk, en ik raakte het Nederlandse weer helemaal zat. In het leger waardeer ik vooral de saamhorigheid. Iedereen is toch een beetje van hetzelfde slag, niet zoals op school, waar iedereen met het sporten ongesteld was.

In het leger zeiden ze: we horen dat je verstand hebt van groen. Sla is ook groen. Wil je kok worden? Maar daarvoor ben ik niet bij Defensie gegaan. Toen ik deze functie kreeg toegewezen dacht ik: wat moet ik hier nou? Maar nu ben ik helemaal gewend.

Mijn vriendin, die aan de universiteit studeert, baalt er echt wel van dat ik hier zit. Maar ze zei ook dat ik het zeker moest doen als ik het wilde. Mijn ouders vinden het ook gewoon niet leuk. En stel ze maar eens gerust van deze afstand.

Ik tel echt de dagen. Kijk, daar achter je hangt een rooster. Ik weet hoeveel procent van de tijd ik nog moet, hoeveel dagen, uren en minuten.

Gisteren was er thuisfrontcontactdag, dan kun je via een beeldverbinding een paar minuten met je dierbaren praten. Mijn moeder is invalide, maar ze hadden ervoor gezorgd dat ze met ziekenhuisbed en al toch kon komen.

Ik mocht zes minuten met haar praten in plaats van drie. Dat was het mooiste dat ik hier heb meegemaakt. En het stomste? Dat stof is af en toe wel strontvervelend.”