Zes miljard staan nergens in het plan van zes miljard

Nieuwsanalyse

Door bestaande plannen iets sterker aan te zetten, voldoet Nederland aan de Europese wens om de economie te stimuleren.

Het was een ongewoon plan dat minister-president Jan Peter Balkenende (CDA) vrijdagmiddag presenteerde. Met een pakket maatregelen gaat het kabinet de economie stimuleren. Al snel zong in Den Haag rond dat het gaat om een pakket van 6 miljard euro, 1 procent van het bruto binnenlands product.

Maar is het wel 6 miljard? En heeft Balkenende dat gezegd? Nee. Balkenende zei alleen dat het „liquiditeitseffect” kon oplopen tot 1 procent van het bruto binnenlands product.

Bij de presentatie ontbraken de details. Die kwamen vrijdagavond laat in een brief van zeventien kantjes aan de Kamer. Na een uitgebreide analyse van de huidige problemen volgde aan het slot de aankondiging van een aantal fundamentele maatregelen. Boodschap: we zitten in een bijzondere situatie, die een serieuze reactie van het landsbestuur vraagt.

In de brief wordt nergens gerept van 6 miljard euro. Klopt dat bedrag wel – of is het Nederlandse pakket onder die noemer gebracht omdat de Europese Commissie toevallig steun zoekt voor stimulering van de economie door de lidstaten in de orde van grootte van 1 procent van het bbp? En: komt het kabinet eigenlijk wel echt met een investeringsplan?

De vraag is wat wordt meegeteld. Het „liquiditeitseffect” voor volgend jaar, waarover Balkenende op zijn persconferentie sprak, bestaat eigenlijk uit drie onderdelen. Ten eerste kondigde het kabinet op Prinsjesdag al een lastenverlichting van 2,5 miljard aan voor burgers (schrappen WW-premie werknemers) en ondernemers (lagere ziektepremie). Daar komen nu onderdelen van het crisispakket bij: versnelde investeringsaftrek voor bedrijven (2 miljard) en de kosten van tijdelijke werktijdverkorting (200 miljoen).

Tot slot houdt het kabinet rekening met tegenvallende overheidsinkomsten door het wegvallen van de groei. De omvang van die tegenvaller is nog onbekend, maar ook dit wordt tot het stimuleringspakket gerekend.

Een groot bedrag is psychologisch belangrijk voor een kabinet dat het consumentenvertrouwen wil opvijzelen. Dat doe je niet met 6 miljoen. Een pakket van 6 miljard euro komt overeen met meer dan 350 euro per hoofd van de bevolking. Tegelijkertijd benadrukt de premier in zijn brief dat al die ingrijpende maatregelen binnen de begrotingsregels en budgettaire kaders zullen moeten vallen.

Vervolg Bos: pagina 12

Begroting dempt de neergang

De vraag is hoe deze uiteenlopende doelstellingen te verenigen zijn.

Iedere onvoorziene euro die het kabinet momenteel extra in de economie investeert, betekent immers een schending van de begrotingsregels en een overschrijding van de afgesproken kaders. Want in het begrotingsbeleid dat Gerrit Zalm begin jaren negentig als minister van Financiën introduceerde en dat zijn opvolger heeft overgenomen, hoort bij een extra uitgave een bezuiniging elders. Tussentijdse lastenverlichtingen moeten gefinancierd worden met andere lastenverzwaringen. Zo zijn de spelregels en minister Bos (Financiën, PvdA) is er politiek veel aan gelegen om als betrouwbare hoeder van de schatkist de geschiedenis in te gaan.

De vrees voor uit de hand lopende overheidsfinanciën is begrijpelijk. In de jaren tachtig kampte de overheid met grote tekorten en een hoge staatsschuld. Daardoor ging veel geld naar de rentelasten en bleef er minder geld over voor investeringen in bijvoorbeeld zorg en onderwijs.

Afgelopen vrijdag heeft het kabinet alleen extra investeringen aangekondigd. Lastenverzwaringen of bezuinigingen elders staan niet in de crisisplannen. Integendeel, het kabinet laat de ‘automatische stabilisatoren’ van het begrotingsbeleid volop werken en rekent het effect hiervan mee bij de omvang van het crisispakket.

Dit werkt als volgt: het ligt voor de hand dat de inkomsten van de overheid door de economische tegenwind zullen dalen. Omdat het kabinet hierop niet zal reageren met een verlaging van de uitgaven, wordt de rol van de overheid per saldo groter. Dat is een rekenkundige zekerheid en staat bekend als het ‘trendmatige begrotingsbeleid’. Zo versterkt de overheid niet de conjuncturele grillen, maar dempt ze die juist.

Het levert wel curieuze effecten op: als de inkomsten van de staat met bijvoorbeeld 1 miljard inzakken, spreekt het kabinet van 1 miljard stimulering.

Is het toeval dat de 6 miljard van vrijdag precies past in de plannen van de Europese Commissie om de economie te stimuleren? Het hoort bij de open Nederlandse economie dat stimuleringseffecten snel ‘weglekken’ naar het buitenland, maar het omgekeerde geldt ook: Nederland profiteert bovengemiddeld als buurlanden met een Keynesiaanse investering komen. Een beetje opscheppen over de omvang van het nationale pakket door Nederland is in dit verband economisch rationeel gedrag. Nu is het de vraag of Brussel de gelanceerde plannen als grootspraak ziet, want dan zal de druk op Den Haag toenemen om méér te doen.

Het betekent niet dat de plannen van vrijdag niets om het lijf hebben. Met de regelingen voor fiscale maatregelen en werktijdverkorting verwacht de staat de lasten voor werkgevers met 2,2 miljard euro te verlagen, wel degelijk een majeur bedrag.

Het kabinet kondigt nu al aan dat het „gegeven het tijdelijke karakter” (de maatregelen gelden voor 2009 en 2010) de negatieve gevolgen voor het begrotingssaldo zal negeren. Het overschot op de begroting zal dus wel weer omslaan in een tekort.

Met andere woorden: de spelregels voor de begroting worden even buiten werking gesteld. Volgens het regeerakkoord dient de minister van Financiën in te grijpen bij het bereiken van een begrotingstekort van 2 procent. Die regel is nu buiten werking gesteld. Bij de reddingsplannen voor de banken werden zo ook al allerlei uitzonderingen geïntroduceerd.

In feite brengt het kabinet bij de noodoperaties steeds meer zaken buiten de begroting. Een groeiend deel van de werkelijkheid valt buiten het speelveld waar de regels gelden, net als de banken vóór de crisis een groeiend deel van hun verplichtingen buiten hun de balans parkeerden. De financiële sector creëerde zo off balance een bancaire schaduwwereld; de overheid schept nu als het ware zijn eigen schaduwbegroting.

Achter de gepredikte budgettaire discipline gaat steeds minder begroting schuil. Zo bezien is er vooralsnog geen sprake van een omvangrijk investeringsplan van het kabinet waarbij de budgettaire discipline wordt gehandhaafd, maar eerder van een bescheidener investeringsplan waarbij het kabinet budgettair de teugels laat vieren. Een verdedigbare keuze, al werd het plan vrijdag zó niet gepresenteerd. De eerste kritiek van de oppositie is er al, de VVD voorop. „Nu laat het kabinet de zaken budgettair volledig uit de hand lopen. Het betekent dat we over een paar jaar kunnen gaan puinruimen”, aldus Kamerlid Weekers.