Waarom droegen vrouwen vroeger hoofddoekjes?

Er is veel discussie over de hoofddoeken van moslima’s, schrijft Olga Passchier uit Spijkenisse. Maar is het niet zo dat vrouwen in Nederland vroeger ook hoofdbedekking droegen, vraagt ze zich af. En waarom deden ze dat?

Cultuurhistoricus Thomas von der Dunk zegt geen deskundige te zijn, maar heeft wel een vermoeden. „Volgens mij werd hoofdbedekking vooral uit praktische overwegingen gedragen; tegen de kou.”

Dat je bij autochtone vrouwen nauwelijks nog hoofddoeken ziet, heeft volgens hem mogelijk te maken met de komst van moslima’s. „Omdat de hoofddoek nu met de islam wordt geassocieerd, willen andere vrouwen er misschien niet meer mee worden gezien.”

Onjuist volgens Marjo Buitelaar, universitair hoofddocent antropologie van moslimsamenlevingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens haar was de hoofddoek in Nederland al uit vóór de komst van moslima’s. Wel is ze het met Von der Dunk eens dat hoofdbedekking vroeger vooral om praktische redenen werd gedragen. „Pas in de jaren zestig werd de hoofddoek, of eigenlijk een sjaal om het hoofd, door Jackie Kennedy tot een groot modeartikel gemaakt.”

De vrouw van de in 1963 vermoorde Amerikaanse president John F. Kennedy was een stijlicoon en een voorbeeld voor veel vrouwen.

In de Middeleeuwen, toen het christendom een grote rol speelde in de samenleving, drukte hoofdbedekking volgens Buitelaar ook zedigheid uit. Vrouwen uit een eenvoudig milieu droegen een klein kapje, sjieke dames een puntmuts met een sluier.

Maar volgens Bianca du Mortier, conservator kostuum bij het Rijksmuseum, speelde het geloof altijd een centrale rol bij het dragen van hoofddeksels. Du Mortier: „In essentie had het altijd met geloof te maken; gij zult niet met onbedekt hoofd voor God verschijnen.”

Volgens haar is dat de reden dat vrouwen én mannen tot in de jaren vijftig hun hoofd bedekten. De sjaal als hoofdbedekking kende volgens Du Mortier in de jaren zestig inderdaad een revival als modeartikel, maar daarna resulteerde de ontkerkelijking in het verdwijnen van hoofdbedekking uit het straatbeeld.

Wilmer Heck