Trompetconcert: broos, ruis, stroef

Klassiek Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. R. Kofman. Gehoord: 22/11 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 25/11 20 uur. ***

De Zweedse trompettist Håkan Hardenberger begeeft zich graag in schimmige, schurende en suggestieve klankwerelden. Er werd voor hem al een reeks van dergelijke trompetconcerten geschreven door componisten als Birtwistle, Eötvös, Gruber en Turnage. In de ZaterdagMatinee klonk zijn jongste toevoeging aan het trompetrepertoire: Hard Pace van de Italiaanse componist Luca Francesconi.

Francesconi bouwt hierin mysterieuze, broze klankstructuren met een veranderlijkheid en dubbelzinnigheid waardoor je nooit precies weet wat je hoort. Elektronische ruis- en knettergeluidjes geven de muziek het aureool van een onbestemd ‘vroeger’, soms als van een versleten elpee, dan weer als een stroef lopende machine. In het orkest trekken ongrijpbaar versnipperde geluidsmassa’s voorbij, maar ook sterk geconcentreerde momenten die zijn gebaseerd op een enkele dissonant.

Net als in de eerdere concerten, heeft Hardenberger niet primair de rol van virtuoze solist, maar eerder die van een reisgenoot, soms ongemerkt aanwezig in het geluidsdecor, dan weer met schrille steekjes of heldere signalen op de voorgrond. Francesconi laat twee collega’s, links en rechts op het podium, de trompetklank soms uit het midden wegtrekken.

De solopartij, voorbeeldig en met flair gespeeld, doet geregeld denken aan de muziek van Francesconi’s leermeester Luciano Berio, zoals in een hypertechnische passage vol trillers, glissandi en dubbelslagen aan het slot. Elders verwijzen markante uithalen ook naar het watervlugge spel van jazztrompettist Miles Davis.

Vooraf was Gershwins An American in Paris (1928), op de essentiële momenten eigenlijk óók een trompetconcert. Sjostakovitsj’ Zesde symfonie (1939) begon met een prangend aangezet Largo, waarin Roman Kofman het orkest in ijle, kale sferen onheilspellend liet fluisteren. Het dansante Allegro en het triomfalistische Presto benaderde Kofman niet zozeer vanuit cynisme of ironie, zoals vaak gebeurt, maar eerder verbeten en volhardend, vol energie van het uitstekend spelende orkest.