Snel laten drogen en naar de krant

Tekenaar Waldemar Post werkt niet met pixels, maar met inkt en papier.

Dat maakt hem de laatste ‘echte tekenaar’, volgens het Persmuseum. Of toch niet?

Illustrator Waldemar Post is bij vakgenoten niet alleen bekend om zijn tekenstijl, maar ook om de schroeivlekken die zijn prenten nog al eens vertonen. Hij werkt vaak zo dicht tegen de deadline aan, dat hem eigenlijk de tijd ontbreekt om de inkt behoorlijk te laten drogen. Zelfs een föhn gaat niet snel genoeg. Alleen door een brandende aansteker onder het papier heen en weer te bewegen, kan hij nog net op tijd een droge illustratie bij de krant inleveren. Op de tentoonstelling Waldemar Post, de laatste illustrator in het Persmuseum in Amsterdam wordt zo’n geschroeid spoedgeval vertoond.

De haast maakt Post tot een bij uitstek journalistiek ingestelde tekenaar. Tegenwoordig is zijn werk vooral te zien in het weekblad HP/De Tijd, het maandblad Manager & Literatuur en op zaterdag – op eenkolomsbreedte – op een buitenlandpagina in de Volkskrant.

Zijn betekenis voor die krant ging vroeger veel verder. Ruim veertig jaar lang was hij de maker van gezichtsbepalende, hoogst gedetailleerde portretten van schrijvers, componisten, politici en andere prominenten die op groot formaat in de Volkskrant verschenen. Ze vielen op door hun artisticiteit en hun onmiddellijke herkenbaarheid, ook als de kunstenaar hier en daar wat karikaturale trekjes aan de afbeelding had gegeven.

De band tussen Waldemar Post (72) en zijn lijfkrant is de laatste jaren echter aanzienlijk minder hecht geworden. In het gelijknamige boek dat bij de tentoonstelling verscheen, staat niet met zo veel woorden waarom de tekenaar geen hoofdrol meer speelt in de kolommen van de Volkskrant. Hooguit wordt gesuggereerd dat men na al die jaren een beetje op hem uitgekeken was.

„Nee, ik vind dat ik tegen de krant geen rancune mag hebben”, zegt Post, „al hebben ze me misschien niet zo goed behandeld.” En elders in het boek, over de kleine buitenlandportretjes die hij nu nog maakt: „Geen mooie ouwe dag, maar er moet brood op de plank komen...”

Maar is hij daarmee ook echt de laatste illustrator in de Nederlandse krantenwereld? „Nee, de láátste is hij natuurlijk niet”, beaamt Niels Beugeling, conservator van het Persmuseum. „Dat is een beetje provocerend bedoeld. Maar wat je wel kunt zeggen, is dat Waldemar Post in technisch opzicht een van de laatste der Mohikanen is. Veel illustratoren grijpen tegenwoordig al gauw naar de computer om hun prenten te verfraaien, terwijl Post nog met gouache, aquarel en inkt werkt.”

Een uitstervend ambacht dus? „Volgens mij valt dat wel mee,” zegt Jan Paul van der Wijk, chef vormgeving en fotografie van NRC Handelsblad. Hij wijst allereerst op het portretterende tekenwerk van Siegfried Woldhek dat al jarenlang geregeld in deze krant staat (vorige week nog een karikaturale Sweder van Wijnbergen op de opiniepagina) en maakt enthousiast melding van de aanwinst Anje Jager die de columnistenportetten tekende in het nieuwe blad NRC Focus. „Het illustratievak bestaat dus nog wel degelijk.”

In het boek over Post wordt Woldhek trouwens ook geprezen door collega-tekenaar Peter van Straaten.

De tentoonstelling omvat ruim vijftig prenten – vrijwel allemaal portretten. Eén uitzondering is een tekening uit 1982, toen het Haagse dagblad Het Vaderland ten onder ging. Post tekende een woelige zee vol kranten die tot papieren bootjes waren gevouwen. Op de voorgrond ligt de gesneuvelde krant op haar zijkant, als een dode vis, op het wateroppervlak. Meer naar achteren dobberen zeven andere kranten. Ze varen nog wel verder, maar maken ernstig slagzij. Zo actueel kan een 26 jaar oude prent zijn.

Bekijk de webexpositie Waldemar Post, de laatste illustrator via www.persmuseum.nl of in het Persmuseum in Amsterdam, t/m 8 maart.