Romeo en Julia smachten naar de dood

Theater Romeo en Julia van William Shakespeare, door het Ro Theater. Gezien 22 nov Ro Theater, Rotterdam. Aldaar t/m 21 dec. Inl: 010-4047070 of www.rotheater.nl. ****

Voor de deur staan een rouwauto en een trouwauto, een zwarte Amerikaans slee, en een witte. In de lobby van Ro Theater staan houten altaartjes opgesteld voor de overledenen, met een mengelmoes van religiosa uit alle wereldgodsdiensten. Een rouwstoet van spelers trekt langs en neemt ons mee de zaal in.

Voor Romeo en Julia koud is begonnen, is al duidelijk: deze voorstelling gaat over de totale liefde en over de dood, maar vooral over de dood. Hannah van Lunteren en Gijs Naber spelen de star-cross’d lovers wier liefde door een familievete wordt gedwarsboomd, als twee gedeprimeerde pubers die met de dood flirten. Van Lunteren is een bleek Emo-meisje met veel oogschaduw en drenkelingkleurige lippen. „De dood, niet Romeo, zal me ontmaagden”, zegt ze met vlakke stem. En Naber, als een jonge Elvis aan lager wal, noemt zichzelf „dit toekomstig lijk.” Traag en met hangend hoofd beginnen ze aan hun gedoemde liefde. Pas als het mis gaat, komt er hevige hartstocht in hun spel.

Het decor is nachtblauw, met middenin een zee van grafbloemen of bruidsboeketten. Links staat een biljart dat als balkon dient. Zoals vaker in de stukken van regisseur Alize Zandwijk, ogen de spelers als clowneske zwervers; een Brechtiaanse mengsel van nachtclub en punkcircus. Zandwijk maakt een grimmige, zwarte Romeo en Julia, maar ze laat het komische van de tragedie zeker niet liggen. Tegenover iedere fraaie liefdesstrofe van Romeo plaatst Lukas Smolders, als boezemvriend Mercutio, een platte seksgrap. Mimespeler Yahya Gaier maakt van vechtjas Tebaldo een geestige kwelgeest, en Herman Gilis, die beide vaders speelt, is fantastisch als gekwelde, ouderwetse Rotterdamse penoze.

Ook op een nieuwe, meer directe manier probeert Zandwijk de Rotterdamse straat binnen te halen. Urban dansers van de Dansschool Moves Rotterdam, verbeelden de straatgevechten tussen de rivaliserende families. De tien zwarte, geschminkte dansers beoefenen het krumping en clowning, verwante vormen van streetdance, afkomstig uit de gangcultuur van Los Angeles. De eerste is officieel een vechtdans, de tweede meer een erotische dans, maar voor de niet-ingewijde ziet alles er even agressief uit.

Zandwijks lovenswaardige poging om Shakespeare te vermengen met community art, is niet helemaal geslaagd. Het optreden van de krumpers en clowners blijft losstaan van de rest. Naast de dansers doen ook twee zwarte Rotterdamse amateurspelers mee, als voedster en priester. De ontroerende authenticiteit die ze meebrengen weegt maar net op tegen de gebrekkige verstaanbaarheid en het wat houterige spel.

Met haar nadruk op de morbide kant van het stuk, en met het gelijkschakelen van de twee rivaliserend families, doet deze Romeo en Julia aan die van Peter Verhelst en Ivo van Hove denken. Maar in haar vormgeving en haar eclectische straataanpak lijkt deze Romeo en Julia meer op die van Ola Mafaalani, die tangodansers inzette.

Veel beter dan Mafaalani eerbiedigt Zandwijk Shakespeares poëzie. De door Gerrit Komrij vertaalde regels komen er bij vrijwel iedereen helder en naturel uit. En die poëzie werkt, vooral als uiteindelijk de lijken van de geliefden over elkaar heen liggen op het gescheurde biljart.