Ophef na arrestatie Duitsers in Kosovo

De Duitse oppositie eist opheldering over de arrestatie in de Kosovaarse hoofdstad Pristina van drie vermoedelijke medewerkers van de Duitse inlichtingendienst BND.

De Duitsers worden door de justitiële autoriteiten in Pristina verdacht van betrokkenheid bij een bomaanslag op het gebouw van de Europese speciale vertegenwoordiger voor Kosovo, de Nederlander Pieter Feith. In Berlijn wordt gemeld dat de advocaat van de verdachten van precies het tegenovergestelde uitgaat. De drie mannen, volgens de Duitse pers medewerkers van de Bundesnachrichtendienst, zouden juist een aanslag hebben willen voorkomen, of zouden op zoek zijn geweest naar mogelijke daders. De drie blijven dertig dagen in hechtenis.

De woordvoerder van de Duitse bondskanselier Angela Merkel zei vanmiddag op een persbriefing dat de veronderstelling dat de Duitse staat betrokken zou zijn bij terrorisme in Kosovo of elders „volledig absurd” is.

Het zou gaan om een aanslag, op 14 november, op het zogeheten International Civil Office (ICO), van waaruit speciaal gezant Feith en zijn medewerkers mede namens de Europese Unie toezicht uitoefenen op de onafhankelijkheid van Kosovo.

De Duitse belangen in Kosovo zijn groot. Het land is met ruim 2.800 militairen de grootste troepenleverancier voor de internationale vredesmacht KFOR (Kosovo Force). De Bondsrepubliek ondersteunt het straatarme Balkanland ook economisch, en was een van de eerste staten die de (omstreden) onafhankelijkheid van Kosovo erkende.

Over het incident is nog veel onduidelijk. Oppositieleden van de Duitse Bondsdag willen daarom deze week de parlementaire commissie voor de inlichtingendiensten bijeenroepen om achter gesloten deur de regering te horen.

Achtergronden over Kosovo op nrc.nl/kosovo