Niet zo heel veel 'change' in nieuwe kabinet Obama

In Washington lekken steeds meer namen uit van Obama’s kabinet. De nieuwe president verzamelt niet alleen een team van rivalen om zich heen, maar ook een van grote ego’s.

De regering van Barack Obama krijgt vorm, en zoveel is zeker: het draait niet (alleen) om change you can believe in.

Obama versloeg dit jaar Hillary Clinton en John McCain met het argument dat zij door hun lange ervaring in Washington ongeschikt waren de politiek van de hoofdstad te veranderen. Maar bij het zoeken naar kabinetsleden komt hij juist uit bij routiniers, veelal pragmatici uit de stal van Bill Clinton. Hillary is kortom lang niet de enige ervaren rot op wie Obama een beroep doet.

De nieuwe president verzamelt zelfs zoveel grote namen om zich heen dat in Washington al de grap rondgaat dat hij niet zozeer een team van rivalen aan het vormen is, maar een team van te grote ego’s. Hij wil ermee laten zien dat hij zich, anders dan zijn voorganger, graag omringt met mensen die bekend staan als de beste in hun vak.

Het is voor de nieuwe president ook een manier om te laten zien dat hij hun niveau gemakkelijk aankan – Obama’s eigen ego is ook niet klein uitgevallen. Zo legde Patrick Gaspard, politiek directeur van de campagne, onlangs in The New Yorker uit wat Obama hem begin vorig jaar in zijn sollicitatiegesprek vertelde: „Ik denk dat ik een betere speechschrijver ben dan mijn speechschrijver. Ik weet op elk denkbaar terrein meer over beleid dan mijn beleidsdirecteur. En ik zal je maar meteen vertellen dat ik een betere politiek directeur ben dan mijn politiek directeur.”

Vanavond – 18.00 uur Nederlandse tijd – komt een eerste glimp van het nieuwe kabinet in beeld als Obama, geconfronteerd met dramatische ontwikkelingen in de auto-industrie (een dreigend faillissement van de Grote Drie – Ford, Chrysler en General Motors) en de bankensector (de ineenstorting van Citibank), zijn economisch team aan de media presenteert.

Minister van Financiën

Timothy F. Geithner

De voormalige Republikein Timothy Geithner (47), voorzitter van de centrale bank van New York, behoort tot de zogenoemde ‘Rubin-vleugel’ van de Democraten, genoemd naar Bill Clintons minister van Financiën Robert E. Rubin. Rubin overtuigde zijn partij in de jaren negentig van het belang van vrijhandel, en ijverde met succes voor het wegwerken van het begrotingstekort.

De gelijkmatige Geithner was medewerker van Rubin, en werd daarna protegé van Rubins opvolger, de licht ontvlambare maar geniale topeconoom Larry Summers (53). Summers werd de laatste weken ook genoemd voor Financiën, maar zal Obama in het Witte Huis van economisch advies dienen – en de speculatie is dat hij in 2010 Ben Bernanke als centrale bankier opvolgt.

In Washington wordt verwacht dat Obama de economie de komende jaren met honderden miljarden zal stimuleren. In het weekeinde zei hij de komende jaren 2,5 miljoen nieuwe banen te willen creëren, zonder het bedrag te noemen dat hij voor de stimulering vrij wil maken. Feit is dat het begrotingstekort door dit plan de lucht in zou schieten – en het is niet duidelijk hoe Geithner, als leerling van Rubin, daarover denkt. Hij zou voorstander zijn de belastingverlagingen voor de allerrijksten, ingevoerd door Bush, voorlopig in tact te laten als onderdeel van het Amerikaanse plan om de economie te stimuleren.

Feit is dat Obama’s economisch team een hoog ‘Rubin-gehalte’ heeft. In het Witte Huis wordt Summers vergezeld door Jason Furman (38, adviseur), Peter Orszag (39, directeur-generaal federale begroting) en Austin Goolsbee (39, adviseur). Furman en Orszag werkten de laatste jaren op het Hamilton Project bij het Brookings instituut, gebaseerd op het denken van Rubin. En Goolsbee, hoogleraar economie in Chicago, deed in de campagne van zich spreken toen hij de Canadese regering toevertrouwde dat Obama zijn kritiek op vrijhandel zou afzwakken als hij eenmaal tot president was gekozen.

Als zoon van een diplomaat groeide Geithner op in Japan, India en Thailand. In zijn eerste baan assisteerde hij Henry Kissinger bij het schrijven van een boek. Later werkte hij op Financiën onder Ronald Reagan. Zijn overstap naar de Democraten in de jaren negentig was geen gepassioneerde manoeuvre – Geithner heeft zijn hele leven nog nooit een politicus een donatie gegeven.

Geithner ontwikkelde mede een goede naam omdat hij in de jaren negentig op Financiën werkte aan de oplossing van enkele financiële crises. Het laatste jaar was hij nauw betrokken bij de pogingen van zijn voorganger Hank Paulson om de financiële sector overeind te houden. Geithner wordt vaak jonger ingeschat dan hij is – in een bijeenkomst eerder dit jaar op het Witte Huis zag president Bush hem aan voor een stagiair.

Economische Zaken

Bill Richardson (61), gouverneur van New Mexico, streed net als aanstaand vicepresident Joe Biden en Hillary Clinton tegen Obama om de Democratische nominatie. Hij was minister van Energie en VN-ambassadeur onder Bill Clinton. De Clintons waren woedend toen Richardson, de invloedrijkste latino van de VS, dit voorjaar zijn steun aan Obama uitsprak. Op Economische Zaken zal hij nauw met Buitenlandse Zaken samen moeten werken. Zie verder: Hillary Clinton.

Justitie

Eric Holder

Holder (57) is bevriend met Obama en zou de eerste Afro-Amerikaanse minister van Justitie worden. Als onderminister van Justitie onder Bill Clinton steunde hij de gratie van fraudeur Marc Rich, op Clintons laatste dag als president. Een smet op een onberispelijke loopbaan, onder meer als aanklager en rechter. Hij staat bekend om zijn afkeer van Guantánamo Bay en wrede verhoortechnieken van terreurverdachten.

Volksgezondheid

Tom Daschle

Daschle (60) is ook een man met zéér ruime ervaring in Washington: hij was jarenlang Congreslid en leidde de Democraten in de Senaat. Vroege Obama-aanhanger, geroemd om zijn kennis van het zorgsysteem.

Binnenlandse Veiligheid

Janet Napolitano

Napolitano (51), die waarschijnlijk Binnenlandse Veiligheid onder zich krijgt, is tot nu toe een van de weinige buitenstaanders in Obama’s kabinet. Zij is momenteel gouverneur van Arizona. Binnenlandse Veiligheid staat bekend als een hoofdpijnministerie, bestaande uit tientallen agentschappen. Onder andere de FBI, de rampenbestrijdingsorganisatie Fema en de immigratiedienst vallen eronder – organisaties die vaak negatief in het nieuws komen.

Buitenlandse Zaken

Hillary Clinton

De benoeming van Clinton (61) is waarschijnlijk – maar niet rond. Haar staf zegt dat „de discussies op schema liggen”. Clintons aarzelingen – of ze wel genoeg ruimte zou krijgen – zouden donderdag in een gesprek met Obama zijn weggenomen. Obama’s mensen waren boos toen midden vorige week details uitlekten over het onderzoek naar de persoonlijke financiën van Bill Clinton – een mogelijk struikelblok. Obama heeft een hekel aan zulke ‘strategische lekken’ en de berichtgeving eind vorige week, dat Clinton de baan aanvaardt, wordt door sceptici gezien als weer een poging Obama voor een voldongen feit te plaatsen. Het team van Obama zegt dat de benoeming op zijn vroegst komende vrijdag officieel wordt.

Nationaal veiligheidsadviseur

James L. Jones

Intussen wordt wel duidelijk dat Clinton zou worden omringd door zwaargewichten. Niet alleen vist Obama openlijk naar het aanblijven van Bush’ minister van Defensie Bob Gates (die nog geen beslissing heeft genomen), ook heeft Obama generaal b.d. Jim Jones (64), voormalig opperbevelhebber van de NAVO, op het oog als Clintons belangrijkste tegenspeler in het Witte Huis: hij zou nationaal veiligheidsadviseur worden.

Een sterkere tegenspeler is nauwelijks denkbaar. Jones is een netwerker met een Republikeinse inslag, zeer soepel in de omgang. Hij voerde in de zomer nog campagne met John McCain en werd eerder door Rumsfeld aangezocht als stafchef van de krijgsmacht – maar hij weigerde een gesprek daarover gezien de „waardeloze” manier waarop Rumsfeld de oorlog in Irak aanpakte. Jones beschikt over een uitgebreid netwerk in Washington.

Hij heeft een langdurige vriendschap met de gerenommeerde journalist Bob Woodward, die door zijn boeken voor elke president een factor is om vanaf het eerste begin rekening mee te houden.