Moreira de Melo deed ook mee, wel acht minuten

Rotterdam speelde de afgelopen jaren om de titel maar staat nu een-na-laatste.

Stijn van Roosendaal moet een onervaren ploeg met veel nieuwkomers leiden.

Er hangt zondagmiddag een gespannen sfeer rond het hockeyveld van Rotterdam. De hockeysters die de afgelopen zes jaar onafgebroken deelnamen aan de play-offs, staan momenteel een-na-laatste in de competitie. Na negen wedstrijden heeft de ploeg slechts een keer gewonnen en driemaal gelijkgespeeld. „Vandaag moeten ze echt winnen”, klinkt het ongerust vanaf de tribune. „Anders liggen ze er al bijna uit.” Rotterdam neemt het op tegen Hurley, de hekkensluiter.

Beide ploegen maken aan het begin van de wedstrijd veel fouten. Vanuit het publiek klinkt gemopper. „Als er zo wordt gespeeld, is het logisch dat we bijna onderaan staan”, zegt een toeschouwer. „Het wordt tijd dat er een andere coach komt”, voegt hij eraan toe. Om hem heen wordt instemmend geknikt.

Maar Hurley maakt meer fouten dan Rotterdam en daar maakt de thuisploeg dankbaar gebruik van. Na ruim twintig minuten staat de club, ondanks slecht spel, op een 3-0 voorsprong, na een doelpunt van Claire Verhage en twee van Marijn Hinskens.

Tien minuten voor rust komt de dertigjarige Fatima Moreira de Melo het veld op. De speelster weet na Peking, waar ze met het Nederlands team de olympische titel won, nog niet zeker of ze wil blijven hockeyen. Tot de winterstop neemt ze de tijd om daar over na te denken, terwijl haar ploeg moeizaam doorploetert in de hoofdklasse. Inmiddels is het gaan sneeuwen en Moreira de Melo heeft last van de kou. Na acht minuten spelen roept ze al naar haar coach dat ze wil wisselen.

Het lijkt er op dat Rotterdam eindelijk de eerste thuiszege van dit seizoen gaat behalen, maar tijdens de rust begint het harder te sneeuwen. Vlak na het begin van de tweede helft besluiten de scheidsrechters het duel te staken – de wedstrijd zal 14 december worden uitgespeeld.

In het clubhuis zegt voorzitter Jan Hagendijk na afloop van de wedstrijd zich geen zorgen te maken over de slechte resultaten van Rotterdam. „We zijn dit seizoen nagenoeg met een heel nieuw team begonnen.” Er zijn bij de club slechts zes speelsters over van vorig jaar, de anderen zijn allemaal nieuwkomers. „Aan het eind van het seizoen staan we gewoon in het linkerrijtje”, zegt de voorzitter overtuigend.

Hagendijk staat ook voor 100 procent achter coach Stijn van Roosendaal. Dat een aantal toeschouwers van mening is dat de coach moet worden vervangen, interesseert hem niet. „Ik weet niet wie dat zeggen, maar die mensen zijn in elk geval niet goed wijs.” Volgens de voorzitter heeft Van Roosendaal geen makkelijke taak aangezien hij een grotendeels onervaren ploeg moet leiden. „Stijn is zelf ook nog een jonge jongen, maar hij is heel enthousiast. Hij krijgt van ons de tijd om zichzelf te bewijzen.”

De 29-jarige Van Roosendaal maakt zich net als de voorzitter geen zorgen over de slechte positie van zijn ploeg. „We doen onszelf wel tekort”, meent hij. „Met zo’n jonge ploeg is het logisch dat we niet bovenaan meedoen, maar we zouden wel een paar plaatsen hoger moeten staan.”

Dat Moreira de Melo slechts acht minuten heeft gespeeld, vindt de coach geen probleem aangezien hij ervan uit was gegaan dat ze tot de winterstop helemaal niet zou spelen. „Een paar weken geleden heb ik haar gevraagd toch bij een aantal wedstrijden aanwezig te zijn. Daar stemde ze mee in, dat is al meer dan ik hoopte.”

Ondanks de vele verliespunten is Van Roosendaal van mening dat zijn ploeg niet afhankelijk is van Moreira de Melo. „De drie doelpunten werden vandaag gemaakt voordat zij het veld op kwam. Dit team kan uitstekend presteren zonder haar, maar ik heb haar er graag bij. Niet alleen wegens haar eigen spel, maar ook omdat ze de andere speelsters het duwtje in de juiste richting kan geven.”

In de winterstop beslist Moreira de Melo of ze doorgaat met hockey. Of ze blijft of niet, Van Roosendaal is ervan overtuigd dat de ploeg in de tweede helft van het seizoen hoe dan ook meer punten zal behalen. Dat is ook hoog nodig, want anders speelt de Rotterdamse club het naseizoen niet zoals altijd om het kampioenschap, maar tegen degradatie.