Minister verkoopt Buitenlandse Zaken en zichzelf

Is Maxime Verhagen er voor Buitenlandse Zaken, of is ‘BZ’ er om de minister te profileren? Verhagen legt het buitenlandbeleid graag uit. Vandaag in Marokko, gevolgd door zes jongeren.

22.30 uur: „Waar is mijn nicotine kauwgum. Ik laat de tas met stukken maar even voor wat deze is.”

10.31 uur: „Na ochtendoverleg en – auw m’n rug – fysiotherapie nu overleg met de nieuwe militaire commandant van het zuidelijk commando in Afghanistan.”

17.05 uur: „Internationaal Strafhof klaagt rebellen in Darfur aan. Goed dat verdachten van oorlogsmisdaden verantwoording afleggen, ook in Sudan.”

De minister, inmiddels 52 jaar oud, gaat met zijn tijd mee. Waar een enkele collega zich met wisselend succes aan het bloggen zet, is Maxime Verhagen een stap verder. Hij twittert. De hele dag door; vanuit huis, vanuit zijn Haagse ministerie, vanuit de Tweede Kamer en natuurlijk vanuit de wereld, zijn werkterrein. Hij heeft een dynamische baan en dat mag iedereen weten. Moet iedereen weten. Op de website www.hierisminsterverhagen.nl van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn z’n gangen dagelijks te volgen: in woord en, dankzij Google Maps, in beeld.

Vanmorgen vroeg is Verhagen afgereisd voor een driedaags bezoek aan Marokko en Algerije. Op het programma staan de gebruikelijke gesprekken met ambtgenoten, andere ministers en parlementariërs uit beide landen. Ook dit keer ontbreekt de ontmoeting met vertegenwoordigers van de mensenrechtenorganisaties niet. Het is bijna een vast programmapunt van zijn reizen geworden. Verhagen wil graag als ‘minister die de mensenrechten centraal stelt’ de geschiedenis ingaan.

Net als bij bezoeken aan het Midden-Oosten, Soedan en de VN in Genève heeft hij niet alleen ambtenaren bij zich. Zes jonge mensen, met een commerciële, juridische, universitaire of culturele achtergrond, zijn mee. Om, aldus Buitenlandse Zaken, jongeren te laten zien hoe het Nederlandse buitenlandbeleid tot stand komt. Het is alweer iets nieuws.

Met de komst van Maxime Verhagen als minister is er een kleine cultuurschok door het departement gegaan. De wereld van krijtstreep, sonderingen en demarches heeft gemerkt dat er sinds februari vorig jaar een raspoliticus aan het hoofd staat. Voor terughoudendheid en bezonkenheid, toch altijd wezenselementen van de Buitenlandse Dienst, is even minder plaats. ‘BZ’ moet naar buiten toe, luidt de vaste boodschap van Verhagen. Laten zien waar men mee bezig is. „Zo niet, dan kunnen we de tent over enige tijd wel sluiten”, laat hij intern regelmatig weten.

Menigeen op de ‘apenrots’, zoals het ministerie wordt aangeduid, moet nog wennen aan het politieke activisme van hun hoogste baas. Is het geschetste belang voor Buitenlandse Zaken niet vooral het belang voor Verhagen zelf, vraagt een enkeling zich af. Vroeger, zo wordt wel verzucht, hadden we een minister om Buitenlandse Zaken te profileren. Nu hebben we Buitenlandse Zaken om een minister te profileren. Uit zijn mond bij openbare optredens geen ingewikkelde teksten voor de inner circle die vertrouwd is met elke afkorting. „De tante van de minister moet het kunnen begrijpen”, luidt het credo bij de speechschrijvers op het ministerie. En, zo weten Nederlandse ambassademedewerkers die de werkbezoeken van de minister voorbereiden inmiddels: bouw ‘persmomenten’ in. De minister moet zijn verhaal kwijt kunnen.

Het ministerschap van Buitenlandse Zaken – voor Maxime Verhagen was het de vervulling van een jongensdroom, zoals hij bij zijn aantreden zei. Terwijl begin 2007 de kabinetsformatie tussen CDA, PvdA en ChristenUnie nog volop liep, had Verhagen al een duidelijke voorkeur uitgesproken voor deze portefeuille. Partijgenoot Ben Bot, op dat moment de minister van Buitenlandse Zaken, maakte openlijk kenbaar aan te willen blijven, maar had geen schijn van kans.

En zo kon Verhagen als minister aan de slag, met zijn door hemzelf genoemde „grote passie”. Als middelbare scholier organiseerde hij eind jaren zestig al een demonstratie tegen de oorlog in Biafra. „Luns, help de Biafranen”, zeiden de affiches in Nederland destijds.

Maxime Verhagen begon als beleidsmedewerker voor buitenlandse zaken van de Tweede Kamerfractie van het CDA. In het Europees Parlement, waarin hij in 1989 voor het CDA werd gekozen, was hij vicevoorzitter van de assemblee die zich met Afrika en de Caraïben bezighield. Buitenlandse zaken was ook het werkterrein waarover hij zich als Tweede Kamerlid vanaf 1994 ontfermde. Daarbij toonde hij telkens oog voor de binnenlandse politiek.

„Politiek gevoel heb ik wel ontwikkeld”, zegt hij met veel gevoel voor understatement. „Ik weet wel wanneer iets een vuile instinker kan worden.”

Van het spel om de macht geniet Verhagen intens. En hij weet het als het geen ander te spelen, ondervond politiek Den Haag tijdens zijn fractievoorzitterschap. Geven, maar vooral zoveel mogelijk nemen. „Een belang bij een ander creëren om zelf wat terug te krijgen”, noemt hij dat zelf met een twinkeling in zijn ogen. Nooit te beroerd ook om een politieke tegenstander beentje te lichten. Toen twee Tweede Kamerleden van de PvdA enkele maanden geleden in een discussiestuk voor hun partij stelden dat Georgië snel lid van de NAVO diende te worden, gaf Verhagen als commentaar dat zij hiermee „verder dan president Bush” gingen. Typisch Verhagen, zeggen de kenners aan het Binnenhof. Niet alleen steken met het mes, maar het ook nog een kwartslag draaien in het lichaam. „De rat”, luidde zijn bijnaam onder collega-politici toen hij fractievoorzitter van het CDA was. Hij had er geen moeite mee.

Zijn politieke instinct heeft Verhagen meegenomen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Een echte machiavellist”, noemde het in Brussel veelgelezen weekblad European Voice hem eerder dit jaar. „Alles wat hij doet, is politiek”, schreef het blad. „He walks, talks and breathes the stuff.”

Tweede Kamerleden zijn dezelfde mening toegedaan. „Ben Bot was een diplomaat die minister was, Maxime is een politicus die minister is”, zegt Hans van Baalen (VVD). „Hij is iemand die zijn nek durft uit te steken”, meent Joël Voordewind (ChristenUnie). „Iemand met een duidelijk eigen agenda”, aldus Martijn van Dam (PvdA).

Mensenrechten bijvoorbeeld – een riskant onderwerp, zoals Verhagen al enkele keren heeft ondervonden. Want hoe centraal kan je mensenrechten stellen, als je ook zaken moet doen met landen China en Rusland? Het leverde vorig jaar pijnlijke vertoning op de Kamer hem opdroeg direct premier Balkenende te bellen, die op dat moment in Moskou een lucratief gascontract aan het sluiten was. Of in het onderhoud met de Russen toch wel de mensenrechten aan de orde zouden komen, was de instructie die Verhagen tegen zijn zin moest doorgeven. Want als er echt grote belangen op het spel zijn, verkiest Verhagen liever de stille diplomatie. Het maakt zijn „,zelfgekozen profiel als man van de mensenrechten niet heel helder”, zegt PvdA’er Martijn van Dam. Hij ziet de principiële verhalen van Verhagen en handelspolitieke belangen van Nederland nog wel eens botsen.

Europa heeft inmiddels ook kennis gemaakt met de politicus Verhagen. „Hij is zeer invloedrijk”, meent de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Alexander Stubb. „Maxime is bijna altijd in staat een bepaald standpunt door te drukken. Hij staat zeker in de top-5 van invloedrijke Europese ministers van Europese Zaken.”

Het heeft veel te maken met de onverzettelijke houding van Verhagen tegen gesprekken met Servië over een EU-lidmaatschap. Hij wil eerst, zegt hij herhaaldelijk, de van oorlogsmisdaden verdachte Servische oud-generaal Mladic voor het Joegloslavië-tribunaal zien.

Eerder dit jaar werd een andere hoofdverdachte, Radovan Karadzic, in Belgrado aangehouden. Tegen de verwachting van veel van zijn collega’s in versoepelde Verhagen zijn houding jegens Servië niet. In dit geval wil hij alles, en dus ook Mladic. „Hoewel ik het absoluut met hem oneens ben en zijn houding contraproductief vindt, kan Verhagen ons altijd wel uitleggen waarom hij tegen een Servisch lidmaatschap is”, zegt de invloedrijke Duitse christen-democratische europarlementariër Elmar Brok. Het heeft volgens hem alles te maken met het Nederlandse Srebrenica-trauma. Intussen geniet Verhagen haast zichtbaar van zijn rol als dwarsligger. „Onze vragen kunnen hem niet scherp genoeg zijn”, is de ervaring van de in Brussel gestationeerde Servische journalist Zeljko Pantilic van het dagblad Dnevnik.

„De collega’s zullen ongetwijfeld weer met hun allen op mij gaan zitten om mij proberen over te halen”, zegt de minister ferm als hij in Luxemburg het zoveelste Europese overleg ingaat.

VVD’er Van Baalen vat het verschil in optreden tussen Verhagen en zijn voorganger Bot samen: „Bot probeerde zaken met rust te bereiken, Verhagen doet het door zaken op scherp te stellen.” Daarbij kan hij „vrij koppig zijn”, is de ervaring van PvdA’er Van Dam.

Daar weten ze op het departement alles van. Bijvoorbeeld als het weer eens „knettert op de vierde”, de etage waar zowel Verhagen zijn werkkamer heeft als Bert Koenders, minister voor Ontwikkelingssamenwerking (PvdA). Ze kennen elkaar als buitenlandwoordvoerders uit de Tweede Kamer, waar het vaak hard tegen hard ging. Beiden zijn opgegroeid in de politieke piranhavijver aan het Binnenhof, en ze gunnen elkaar geen millimeter ruimte. Grof geschetst is Afrika met zijn vele ontwikkelingshulpprogramma’s het primaire werkterrein van Koenders, en is de rest van de wereld voor Verhagen. Maar er zijn overlappende terreinen. Geld van Koenders gaan bijvoorbeeld naar de Palestijnse gebieden. Als hij zich een opmerking veroorlooft over de strijdigheid van de Israëlische blokkade van de Gazastrook met het internationaal recht, dan zit Verhagen als vriend van Israël direct in de gordijnen en laat hij zijn partijgenoten in de Tweede Kamer vragen stellen.

Andersom straft Verhagen zijn collega Koenders weer af als deze te veel aandacht naar zich toe dreigt te trekken. Bij de ophef rondom de Zimbabweaanse oppositieleider Tsvangirai, eerder dit jaar naar de Nederlandse ambassade in Harare gevlucht, zorgde Verhagen er voor dat de brief over Zimbabwe aan de Kamer niet met minister Koenders werd geschreven, maar „mede namens de minister voor ontwikkelingssamenwerking”.

Het zijn kleine pesterijtjes die de buitenwereld ontgaan, maar die intern des te harder aankomen en tekenend zijn voor de sfeer. Toch zijn Verhagen en Koenders ook in staat elkaar aan de bar bij een glas bier joviaal op de schouder te slaan. Want, zo is nu eenmaal het adagium: in de politiek dient het persoonlijke van het zakelijke gescheiden te blijven.

Het is vooral voor de ambtenaren wennen. Voor het eerst sinds jaren hebben zij te maken met een echte politieke leiding, want op de achtergrond blaast PvdA’er Frans Timmermans als overambitieuze staatssecretaris voor Europese Zaken ook nog zijn partijtje mee. Verhagen zit er niet zo mee, met die politieke spanning.

Het voordeel van Buitenlandse Zaken is dat de drie bewindslieden veel reizen en elkaar niet dagelijks tegenkomen. Verhagen zit tot woensdagavond in Noord-Afrika. Hij is vanochtend veilig geland, twittert hij. 11.33 uur: „Aangekomen in Rabat om te praten over gezamenlijke acties bij de bestrijding van terrorisme, illegale immigratie maar ook voor een stevige discussie over de onwenselijkheid van Marokkaanse overheidscontacten met Nederlanders van Marokkaanse afkomst.”