Men mag niet denken dat je je ziel verkoopt

GroenLinks is achttien jaar oud en vernieuwt zijn beginselen. „Natuurlijk moeten we bereid zijn tot compromissen, maar zet dat niet in je uitgangspunten.”

Onder een nieuw beeldmerk en de slogan „zin in de toekomst”, deed Femke Halsema de leden van GroenLinks afgelopen zaterdag „een belofte”. Halsema: „Wij zullen alles op alles zetten om ook het landsbestuur groen en links te maken.”

Halsema hield haar toespraak op het podium van popconcertzaal 013 in Tilburg. Ruim vijfhonderd leden waren bijeengekomen om de uitgangspunten opnieuw vast te stellen en te vieren dat de partij inmiddels achttien jaar oud is.

Achttien – volgens Halsema een mooie leeftijd voor verantwoordelijkheid. „Volwassen en klaar voor regeringsmacht.”

Twee jaar geleden was dat nog anders. Halsema wilde toen niet onderhandelen over regeringsdeelname, tot ergernis van een luidruchtig deel van de leden.

Ook dit weekeinde roerde een ontevreden deel van de achterban zich. Ze hebben zich verenigd onder het banier ‘KritischGroenLinks’ en wilden deze laatste kans grijpen om nog enkele ‘gemoderniseerde’ uitgangspunten te wijzigen. Zo ergerde het de groep dat, na meer dan een jaar vergaderen in allerhande afdelingen en subbesturen, besloten was het streven naar „een andere economische orde” niet expliciet op te nemen in de uitgangspunten van de partij. Op voorspraak van de groep dissidente leden zorgde het congres ervoor dat dit alsnog gebeurde.

Ze waren niet betrokken bij de meest interessante discussie van de dag. Die ging over uitgangspunt 12, waarin het verlangen van de partij naar macht het meest helder werd uitgedrukt. Bij een democratische houding, zei het conceptuitgangspunt, hoort „een waardering voor het compromis”. Een lid probeerde de vergadering op andere gedachten te brengen. „Natuurlijk moeten we tot compromissen bereid zijn, maar zet dat niet in je uitgangspunten.” Dat is zoiets, meende hij, als vóór een wedstrijd inzetten op gelijkspel. „Ook bij politieke onderhandelingen moet winst je doel zijn.” Een compromis kan altijd nog.

Dat bleek ook op dit congres. Na enige verwarrende stemmingen over aanvullende en soms tegenstrijdige wijzigingsvoorstellen, sprak de beginselverklaring uiteindelijk niet meer van „waardering” voor het compromis. Toch bleef het betwiste woord behouden, in de constatering dat het compromis „onderdeel is van het democratisch besluitvormingsproces”. Dat het woord niet sneuvelde, stemde tot tevredenheid bij Bram van Ojik, voormalig ambassadeur in Benin, die voorzitter was van de moderniseringscommissie. „Juist als je kiezers verheven idealen voorhoudt, is het belangrijk duidelijk te maken dat je bereid bent water bij de wijn te doen.”

Tegelijk mag niet het idee ontstaan van een accommodatiepartij, met politici die te allen tijde bereid zijn de ziel te verkopen. Want „wij van GroenLinks”, zei Halsema, zijn „wilskrachtig” en „optimistisch”. Met „een grote politieke boodschap.”

Twijfelen mag, onderstreepte Jesse Klaver, voorzitter van ‘Dwars’, de jongerenvereniging. „Je mag nooit denken dat je de waarheid in pacht hebt.”

Hoe verheven de idealen ook zijn, GroenLinks lijkt te blijven worstelen met zijn rol als getuigenispartij.