Ljonja

Vanmiddag kwam ik mijn benedenbuurvrouw Zoja met een vriendin in de lift tegen. Voor het eerst sinds ik haar ken lachte ze niet en was ze niet vrolijk. Ze zweeg toen ik haar probeerde op te vrolijken en keek bedroefd voor zich uit. ,,Er is iets vreselijks gebeurd”, zei haar vriendin. Toen ik hen vroeg wat er aan de hand was, antwoordde Zoja : ,,Ljonja is dood.” Daarna stapte ze met haar vriendin op de zesde verdieping uit de liftkooi naar de deur van haar appartement, waar ze sinds een jaar woont. Ik bleef verbijsterd en verslagen achter.

Ljonja was eind veertig toen hij vanochtend aan een hartaanval stierf. Het zal me niets verbazen als zijn dood met de crisis te maken heeft, want hij stond de laatste tijd onder enorme druk. Het had volgens mij alles met zijn werk te maken.

Gisteren had ik op straat nog zo’n tien minuten met hem staan praten. Sneeuw dwarrelde om ons heen. Het waaide hard. Ljonja, een voormalige psychiater die zich een paar jaar geleden had laten omscholen tot beleggingsadviseur omdat hij wat meer wilde verdienen, was gespannen. Ik vroeg hem of het goed met hem ging in deze dagen van financiële crisis. Tenslotte werkte hij in de financiële sector.

,,Alles komt goed”, zei hij zenuwachtig. ,,Ook met die crisis. Maar we moeten elkaar gauw weer eens wat uitvoeriger spreken. Laten we vandaag of morgen even bellen voor een afspraak.” En weg was hij, gehaast als hij altijd was om van de ene klant naar de andere te rijden in zijn grijze Volvo.

In augustus kwamen Zoja en Ljonja voor het eerst bij ons op de borrel. Het klikte meteen, al was het maar omdat ze beiden net als mijn vrouw en ik bewonderaars bleken te zijn van het schrijversduo Ilf en Petrov. In een paar uur tijd hebben we die avond onze levens met elkaar gedeeld (zie mijn weblog van 25 augustus) en het zag ernaar uit dat zich een warme vriendschap tussen ons zou ontwikkelen, zoals je die in korte tijd alleen maar met Russen kunt opbouwen.

Zoja en Ljonja waren een gelukkig echtpaar. Ze konden elkaar maar niet met rust laten en fladderden als twee verliefde musjes om elkaar heen. Beiden waren al eerder getrouwd geweest en waren pas zo’n tien jaar bij elkaar. Maar wat hielden ze van elkaar en wat waren ze verliefd. Het is iets dat ik niet vaak zie bij de meeste Russische stellen om me heen, die eerder een soort verstandshuwelijk lijken te hebben.

Tijdens die avond in augustus maakte Ljonja zich zorgen over een eventuele crisis in de economie. ,,Als het misgaat gaat de nieuwe middenklasse ten onder”, zei hij. Ook vertelden hij hoe hard ze in Moskou moesten werken. ,,Als we ‘s avonds thuiskomen, zijn we altijd bekaf”, zei Zoja.

in de daarop volgende maanden was ik een groot deel van de tijd in Georgië. Als  ik Ljonja tussendoor in Moskou op straat tegenkwam maakten we altijd even een kort praatje, zo van ,,ik druk, jij druk, gauw afspreken, gezellig.” Tot het er gisteren eindelijk van leek te komen en we Zoja en hem een dezer dagen weer bij ons zouden hebben. Mijn vrouw en ik hadden er beiden zo naar uitgezien. Nu rest ons niets anders dan Zoja te troosten en haar in haar onmetelijke verdriet bij te staan.