Het integratiefeest is soms heel rauw

Ella Vogelaar doet net alsof Nederland zonder problemen aan het ‘verkleuren’ is.

Leg dat maar eens uit aan een bewoner van Rotterdam-Katendrecht.

In nrc.next van 18 november gaf Ella Vogelaar haar visie op het integratiedebat en de tekortkomingen van de PvdA daarin. Kern van haar betoog is dat zich „bijna onzichtbare veranderingen richting een etnisch diverse samenleving” voltrekken, maar dat de politiek die veranderingen niet wil zien. Daardoor is volgens Vogelaar binnen de PvdA sprake van een onevenwichtig integratiedebat dat ver af staat van de realiteit.

Of de val van Vogelaar te maken heeft met deze visie op integratie kan ik niet vaststellen, maar dat deze visie tekort schiet wél. Het bestaan van positieve ontwikkelingen valt niet te ontkennen; evenmin als de rauwe werkelijkheid van armoede en criminaliteit. Die armoede en criminaliteit bestaan al sinds mensenheugenis, maar in het nieuwe Nederland zijn ze duidelijk verkleurd. Deze maand liet onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat nog eens zien.

Daarbij is de criminaliteit ook grimmiger en gewelddadiger geworden. Zelf woon ik in een Vogelaarwijk, de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Die grenst aan de wijk Katendrecht, waar het voorkomt dat dertienjarige Antilliaanse jongens sigarenboeren met geweld overvallen. Als Vogelaar spreekt van „bijna onzichtbare veranderingen” gaat ze voorbij aan wat voor veel mensen wél zichtbaar is, elke dag in hun eigen omgeving. Wie zich puur richt op de dingen die goed gaan en de rest terzijde schuift, geeft in feite hele groepen mensen op.

Juist de PvdA van Wouter Bos, die zij nu bekritiseert, heeft in de afgelopen jaren laten zien niemand te willen opgeven: niet de mensen die buiten de boot vallen en waarvan sommigen tot criminaliteit vervallen, maar al helemaal niet de mensen die het slachtoffer zijn van criminaliteit en er de overlast van ondervinden.

Het feit dat armoede en criminaliteit zijn verkleurd, geeft aanleiding om etnisch en religieus gerelateerde problemen beter te bestuderen. Niet om groepen te marginaliseren en een causaal verband te suggereren tussen afkomst en armoede of criminaliteit, maar juist om problemen te kunnen benoemen en op te lossen. Het Franse gezegde ‘C’est le ton qui fait la musique’ dat Vogelaar hanteert, plaatst die ambitie in een kwaad daglicht.

Vogelaar schrijft dat het een „feest” is om te zien dat voor een groeiend deel van de Nederlandse jeugd het integratiedebat niet bestaat. Oppervlakkig gezien lijkt dat ook zo, want samen naar school gaan en samen uitgaan doen veel jongeren van mijn generatie zonder problemen. We vinden dat geen feest, maar een volstrekt normale situatie. Tegelijkertijd zullen jongeren niet ontkennen dat er tussen individuen wel degelijk botsingen kunnen ontstaan op basis van religieuze en etnische achtergrond.

Dat hoeft niet altijd tot problemen te leiden, maar soms doet het dat wel. Vragen over homoseksualiteit, eerwraak, de verhouding tussen mannen en vrouwen, de toelaatbaarheid van expliciete seksuele uitingen in etalages leveren allemaal stof tot nadenken, discussie en conflict. Het door Vogelaar bepleite evenwicht wordt juist niet bereikt door de discussies uit de weg te gaan, of te smoren in het beeld van een multicultureel ‘feestje’.

Vogelaar presenteert Barack Obama als lichtend voorbeeld en plaatst hem tegenover de PvdA. De verkiezing van Obama wordt door haar toegeschreven aan zijn „vermogen om de grote lijn te zien van de ontwikkeling naar een etnisch diverse samenleving”. Hij is inderdaad de hoop voor jonge zwarte Amerikaanse mannen dat het glazen plafond voor hen verdwijnt. Maar diezelfde Obama durfde ook de oproep te doen aan jonge zwarte mannen om hun verplichtingen jegens hun kinderen na te komen. Hij deed dat omdat meer dan de helft van de zwarte kinderen in de VS opgroeit in een gezin met maar één ouder. Hij legde daarmee de vinger op een zere plek. En net als Ahmed Aboutaleb is hij door velen verketterd als een soort verrader, omdat hij niet bang is geweest de feiten te noemen om de oplossing van problemen dichterbij te brengen. Dat laatste is precies waar Vogelaar zich tegen verzet en wat ze de PvdA verwijt.

Als zij zich wil spiegelen aan een Amerikaan, dan raad ik haar dus aan om eens naar Jesse Jackson te kijken. Die sprak er eerst schande van dat Obama de zwarte gemeenschap niet door dik en dun steunde en ook kritiek durfde te uiten. Maar toen de verkiezingsuitslag bekend werd, stroomden ook hem de tranen van ontroering over de wangen. Hij zal hebben beseft dat zijn decennialange strijd vast is gelopen in de eigen eenzijdigheid, terwijl juist het alomvattende verhaal van Obama Amerika nieuwe hoop heeft gegeven.

Duco Hoogland (24) is gemeenteraadslid voor de PvdA in Rotterdam