'Hermans in Haarlem onder de hamer

In het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper gaat morgenavond een interessante W.F. Hermans-collectie onder de hamer. De eigenaar is Rob Delvigne, een 60-jarige bibliothecaris van de Openbare Bibliotheek van Utrecht, die veel over Hermans gepubliceerd heeft.

De verkoop intrigeerde mij. Je ziet het vaker gebeuren: een verzamelaar die opeens een geduldig opgebouwde collectie van de hand doet. In dit geval gaat het om Hermans’ filmscript van Als twee druppels water (naar De donkere kamer van Damocles), originele foto’s van en door Hermans, allerlei brieven en documenten en boeken uit Hermans’ bibliotheek.

„Is het niet alsof je afscheid neemt van een kind?” vroeg ik Delvigne.

„Nee”, zei hij, „want ik ben geen echte verzamelaar. Het is mij nooit om eerste drukken gegaan, de informatieve waarde stond voorop. Ik doe bovendien niet alles weg. Zijn boeken met persoonlijke opdracht en zijn brieven aan mij houd ik. De rest kan weg. Waarom zou ik dingen houden die ik nog maar één keer per jaar uit de kast trek en waarover ik al geschreven heb? Met het bedrag dat ik hiervoor krijg – in totaal hoop ik op 20.000 euro – kan ik mijn zoon helpen een appartementje te kopen.”

Toen Hermans nog in Haren woonde, leerde Delvigne hem al kennen bij de voorbereiding van een bibliografie. Bij zijn verhuizing naar Parijs ruimde Hermans zijn huis uit en gaf Delvigne allerlei waardevolle zaken, zoals het filmscript. Delvigne logeerde wel eens bij Hermans in Parijs. Het was een vriendschap, maar niet op gelijke voet – daarvoor was Delvigne te veel bewonderaar en Hermans te egocentrisch. Het duurde van 1970 tot 1990, daarna maakte Hermans er, zoals zo vaak, een einde aan. Hij keurde het af dat Delvigne aan het in zijn ogen abjecte Hermans-magazine meewerkte. Kort voor zijn dood in 1995 werd het contact hersteld.

Op een van de kijkdagen in veilinghuis Bubb Kuyper meld ik me aan een lange tafel. Je kunt niet zomaar even tegen het personeel zeggen: „Mag ik de Hermans-collectie van u?” Elk stuk correspondeert met een nummer op een lijst en wordt je pas aangereikt – nooit meer dan één tegelijk – als je dat nummer noemt. Het personeel ziet me discreet op de vingers, terwijl ik Hermans’ unieke filmscript – richtprijs 10.000 tot 12.000 euro – uit de plastic map haal. Ik blader voorzichtig door de ongeveer honderd kwetsbare doorslagvelletjes, waarop Hermans met de hand tal van aanvullingen heeft aangebracht, zoals: „Ergens in huis wordt geschreeuwd: wo ist der Ducker?”

Dan laat ik een brief komen waarin Hermans furieus tegen een Nederlandse literatuurwetenschapper tekeergaat. Zij had hem per brief met zijn verjaardag gefeliciteerd en hem meteen haar boek over onder meer zijn novelle Het behouden huis gestuurd. Hermans reageert met een vernietigende tirade: „Deze publicatie is voorzeker een van de merkwaardigste ooit aan mijn verhalen gewijd. (...) Werkelijk, u heeft zelfs van de hoogst eenvoudige chronologie van het verhaal niets begrepen.” De vrouw had ook nog de onbegrijpelijke moed gehad hem in een voetnoot met Borges te vergelijken! Hermans schrijft dat Nooteboom hem die ook al had aangeraden, maar „na een paar bladzijden kwam ik tot de slotsom dat ik hier met dorre literatuurmakerij te doen had, niets voor mij.”

Borges, daar ga je.