Goddank, er komt weer schaarste

IJzige sneeuw en hagel werden door de gure wind door ons heen geblazen terwijl we in gebogen looppas van het huis van vrienden in Leiden door het donker naar het station renden. Kletsnat en ijskoud de trein bereikt, in Amsterdam het enorme, al even winderige en ijzige plein voor station Amsterdam-Zuid over gedraafd en maar weer eens gedacht dat het openbaar vervoer beslist niet geschikt is voor wie slecht ter been is. Eenmaal thuis, waar het koud en donker was, besloten dat het nu mocht: een warm bad. Met het ezelinnenmelkbadschuim dat een cadeautje was geweest van het jongste Boekenbal. Heerlijk! Terwijl ik het bad vol liet stromen met warm drinkwater, probeerde ik geen schuldige milieugedachten toe te laten, en de paar hardnekkige te bezweren door klagerig tegen het geestelijke milieutribunaal te betogen dat het voor één keertje toch wel mocht, heus meneer de rechter, ik ben een zeer brave korte doucher en andere mensen hebben een régendouche, zoals dát water kost, moet u zich dat eens voorstellen, en ik heb er geen, terwijl het mij ook best fijn zou lijken zoveel water op je kop, een waterval van water, oh nou, maar ik doe het niet, edelachtbare, ik koop zoiets niet, omdat ik hárt heb voor het milieu maar ik ben nu heel koud en nat geworden en ik dacht, u vindt toch ook…

Terwijl ik pogingen deed tot ontspannen genieten, dacht ik aan Femke Halsema. In haar boek Geluk! Voorbij de hyperconsumptie, haast en hufterigheid schrijft ze hoe ze, als er een gezellig internetpakje voor haar bezorgd wordt, maar vast beschuldigend tegen haar partner roept dat hij ook wel eens iets koopt. Dat ze dus, „net als de meesten van ons”, een schuldige consument is. Ze schrijft over onze innerlijke gespletenheid, de burger die het goede en verantwoordelijke wil tegenover de consument die het te duur, te spijtig of te ingewikkeld vindt om dat goede en verantwoordelijke dan ook werkelijk te doen. Zo is het maar net. Dat wil zeggen: men is al gemakkelijk een soort halfproduct als verantwoordelijke consument. Je doet sommige dingen niet en andere wel en de meeste soms. Wel de verwarming niet erg hoog, zodat het in huis altijd een beetje koud is, maar een grote renovatie die het hele huis in een duurzaam voorbeeld voor iedereen zou veranderen, nee. Als er gerenoveerd moet worden dan liever voor extra ruimte. Sowieso is het gemakkelijker om te kijken of de anderen wel goed hun best doen, om te constateren dat dat te wensen overlaat, dat de overheid wel geweldig veel drukte maakt over spaarlampen, die rotdingen met hun ongezellige licht, hun onvermogen om zich te laten dimmen en hun slome aanfloepgedrag, maar intussen zelf in het wilde weg van alles en nog wat nachtenlang voor niets laat branden en dan moet ík met mijn spaarlamp – edelachtbare, zeg nu zelf.

Natuurlijk weet je best dat het geen bijdrage is als alle huishoudens onbekommerd gloeilampen indraaien en de laatste kabeljauw opvreten, maar toch stimuleert het niet als je de gedachte hebt dat je met je eenzame bravehendrikgedoe zo weinig zoden aan de dijk zet dat de vuilnisdienst je gescheiden bio-afval niet eens meer komt ophalen. Stiekem denk ik wel eens verheugd dat de recessie die nu voor de deur staat ons vanzelf zal dwingen om verantwoordelijk te minderen, ik hoor nu eenmaal bij die types die al jaren met zo’n hooggestemd gezicht tegen het groeigeloof ageerden. Dus nu zing ik wel eens zomaar zachtjes Annie M.G. Schmidt voor me uit: „Goddank, er komt weer schaarste, er komt weer tekort.” Niet dat nood per se veel mooie gevoelens van verantwoordelijkheid en solidariteit produceert. Op weg naar Leiden laatst weer eens kunnen waarnemen hoe mensen elkaar al bijna dooddrukken of kribbig opzij stompen als er treinen uitvallen en iedereen zich in hetzelfde kleine treintje moet persen. En dan staat er niet meer op het spel dan wat later aankomen. Dus laat staan als we ernstig getroffen worden door een recessie. Dan zouden we best eens voor de korte termijn kunnen kiezen en lekker kolen in de kachel gaan proppen en stukjes kiloknaller bakken omdat een echte karbonade te duur is.

Femke Halsema weet dat allemaal ook wel. Ze begrijpt dat consumeren lekker is, dat een enorm aanbod enorme hebzucht veroorzaakt, dat de hele westerse wereld is ingericht op consumeren en dat als we er eens iets minder aardigheid in hebben, allemaal zorgelijke gezichten op de televisie verschijnen die over „het gedaalde consumentenvertrouwen” spreken. Want even geen zin om iets te kopen maakt je ongeveer meteen tot een tegenstander van je eigen en andermans welzijn en geluk. Dat is zo raar. Voor Nederland doe je geweldig veel goeds door almaar spullen te kopen, en tegelijkertijd doe je dan van minister Cramer, omroep Llink, Al Gore en je geweten heel veel fout. George W. Bush heeft, zo schrijft Halsema, jaar in jaar uit tot zijn medeburgers de volgende zin uitgesproken: „And I encourage you all to go shopping more”. Dat hebben die sufferds nog gedaan ook. Nu ja. Eindelijk maar eens wijzer worden en het geluk zoeken waar het ligt, en dat is niet in de winkel. En niet aan dat andere liedje van Annie Schmidt denken: „Ga nog iets van de wereld zien,/ profiteer, profiteer!/ want binnen een jaar of tien/ kan het geheid niet meer.”

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos