Geflankeerd door acht matrozen met een zwabber

Het moet een pittige avond geweest zijn voor de duizenden Nederlandse kinderen die zich hadden verheugd op de finale van het Junior Eurovisie Songfestival. Maandenlang hadden zij, middels allerlei breaking news-bulletins op het Jeugdjournaal, de verwikkelingen rondom de Nederlandse deelneemster Marissa gevolgd – dan was Marissa weer bijna fataal van een scooter gevallen, dan werd haar beugel verwijderd, dan was ze haar stem even kwijt, dan was ze jarig en dan had ze een nieuwe trui.

De spanning was waanzinnig opgebouwd, en kwam tot een keiharde anticlimax bij de finale, toen Marissa niet verder kwam dan één plekje boven een brullende Bulgaarse met een lasbril en een zwart latex pakje.

Je kunt, als Nederland, nog zo’n leuke blonde zangeres met zo’n gezellig lied sturen, maar je legt het altijd af tegen drie Oost-Europeaantjes, verkleed als bijen, die in de bijentaal een lied zingen. Een Eurovisie-levensles die je volgens mij niet jong genoeg kunt leren.

De bijtjes, die uit Georgië kwamen, waren trouwens ook mijn favorieten. Ze waren energiek, ze konden erg snel zingen, en ze waren klein. En dat speelt toch een rol, bij zo’n Juniorfestival.

Die Marissa is een schat, maar door haar dameskapsel, haar rijpe leeftijd van vijftien jaar, en haar verwijderde beugel – die had ze gewoon moeten laten zitten! – leek ze op een zingende officemanager van 32; niet junior genoeg.

Een andere favoriet van mij, en ook van het sms’ende publiek, was Victoria Petryk uit Oekraïne, die gehuld in een polyester jurk een vrolijk dronkemanslied over matrozen zong (Matrosy). Victoria is elf, stevig en kordaat; zo’n type dat, als ze niet aan het repeteren is voor songfestivals, een roedel wilde schapen beheert in de bergen ten oosten van Odessa.

Ze was ook het enige kind dat niet geplaagd werd door showballetmaniertjes en gemaakte stemmetjes. Zelfverzekerd en naturel stampte zij op haar platte schoenen over het podium, geflankeerd door acht matrozen met een zwabber.

Qua kitsch, amateurisme en algemene wansmaak deden de kinderen niet onder voor hun volwassen Eurovisiecollega’s. Maar van kinderen bleek dat allemaal een stuk makkelijker te pruimen.

En soms overtroffen ze hun volwassen collega’s ruimschoots. Bijvoorbeeld de bijtjes, die huilend van geluk de Songfestivaltrofee in ontvangst kwamen nemen en vervolgens naadloos overgingen in het nog één keer perfect zingen van hun lied, dat overigens een complexe compositie was, namelijk atonaal, aritmisch én in de bijentaal.

Vakmensjes.

Aaf Brandt Corstius