Geen dochters, geen nar. Deze King Lear is alleen

Theater

Lear naar William Shakespeare. Spel, vertaling, bewerking: Hubert Fermin. Te zien t/m 28 dec. toneelgroepdeappel.nl ****

Is dit een koning, is dit de befaamde King Lear? Deze Lear poetst zijn tanden boven een lekke wastafel, daarna kamt hij met diezelfde borstel zijn haren. In de manshoge spiegel vertrekt hij zijn gezicht tot grimas. Deze Lear is vooral alleen. Bewerker en acteur Hubert Fermin van De Appel heeft de nar weggestuurd, zijn drie dochters (Goneril, Regan, Cordelia) eveneens. Verdwenen zijn ook de anderen: graaf Gloucester, bastaardzoon Edmund, graven, hertogen.

De Appelloods in de Bosjes van Poot waar Lear speelt, is allesbehalve een kasteel. Fermin opent de voorstelling met een meesterlijk gevoel voor dramatische ironie: opdat er geen gedonder komt voor de oude koning verdeelt hij zijn rijk onder zijn drie dochters. Daarna kan hij met een gerust hart de dood tegemoet kruipen.

Maar hij wil wel iets terug. Slechts een geringe geste: een liefdesverklaring. De oudste twee berekenen hun kansen op een royaal erfdeel, en putten zich uit in genegenheid. De jongste dochter, Cordelia, weigert te liegen voor rijkdom. Ze zegt dat ze „niets” voelt, en dit woord dreunt door de hele tragedie: het niets, de leegte. „Uit niets kan niets voortkomen”, orakelt Lear.

Fermin vertolkt uitsluitend de tekst van Lear, die hij heeft omgesmeed tot een monoloog. Alleen de woorden van de dochters leest hij voor uit een verfomfaaid notitieboekje. Kennis van het stuk is een vereiste om de complexe verhaallijnen te volgen.

De winst van de solo, geregisseerd door Çanci Geraedts, is dat nu meer dan bij andere opvoeringen Lears waanzin aan het licht komt. In eerdere versies krijgt Lear ondanks alles de wijsheid van een oude man mee, al dwaalt hij nog zo zot over de heide met zijn nar en slaat hij poëtische wartaal uit.

In deze bewerking is het Lear zelf die de jongste dochter Cordelia doodt door ophanging. Ook deze scène krijgt een wrede uitvergroting. Lear laat een reusachtige haak uit de nok neerdalen, maakt die vast aan een stoel die Cordelia verbeeldt. En haalt het touw aan. Op het moment van diepste gekte schuift hij een pruik met lange haren over het hoofd, zet een plastic koningskroon op, slaat een mantel om en daar staat hij, de onttroonde Lear die zich aan een laatste restje koningschap vastklampt.

Het is een bittere Lear van Hubert Fermin, somber van toon met gelukkig af en toe een bevrijdende flits humor. Toegegeven, ik mis vooral de vrolijke nar en de sensuele dochters. Dat zijn verliespunten.

Het mirakel van Fermins spel is dat hij mij als toeschouwer toch weet te raken door van deze Koning Lear een man te maken die niet vecht tegen vijanden in de buitenwereld, maar tegen de gruwelijke spoken in zijn hoofd.

Kester Freriks