Eindelijk is Peper terug aan de Coolsingel

Oud-burgemeester Peper en de gemeente Rotterdam hebben zich verzoend. Maar de lucht is nog niet helemaal geklaard. „Laat de raad maar naar de rechter stappen”, zegt Peper.

„Peper gaat hangen.” Met die woorden begon burgemeester Ivo Opstelten (VVD) onlangs aan zijn wekelijkse overleg met de fractievoorzitters uit de Rotterdamse gemeenteraad. Aldus een van de aanwezigen, SP’er Theo Çoskun, op zijn weblog. De boodschap van Opstelten: nu de relatie met zijn voorganger Bram Peper (PvdA) is hersteld, verdient diens beeltenis een plaats in de eregalerij van het stadhuis.

Vanmiddag volgde de onthulling van dat portret. Uitgevoerd door Peper zelf, en in aanwezigheid van circa honderd gasten, die de oud-burgemeester (1982-1998) persoonlijk had uitgenodigd. Een plechtigheid met grote symbolische waarde, want de lege plek aan wand van ‘de Coolsingel’ vormde bijna tien jaar een pijnlijke herinnering aan de beruchte ‘bonnetjesaffaire’. Peper wilde niets meer met het stadhuis te maken hebben. Woedend als hij was over de aantijgingen dat hij zich als privépersoon met gemeenschapgeld zou hebben verrijkt.

Maar is met de verzoening tussen Peper en Opstelten de lucht geklaard? Nee, afgaande op de geluiden in de gemeenteraad. Oppositiepartijen Leefbaar Rotterdam, de SP en D66 eisten donderdag uitvoering van de motie-Marapin van 23 maart 2000, waarin Peper wordt gesommeerd het openstaande bedrag van 63.971,30 gulden (nu bijna 30.000 euro) terug te betalen. Ook Pepers eigen PvdA, de grootste coalitiepartij, liet bij monde van fractievoorzitter Peter van Heemst weten dat het de oud-minister zou „sieren als hij alsnog een gebaar zou maken”. Het bedrag zou desnoods op de rekening van een goed doel gestort mogen worden, aldus Van Heemst.

Peper volhardt echter in zijn weigering om gehoor te geven aan het morele appèl. Het bewijs voor de veronderstelde uitgaven ontbreekt, stelt hij. „Laat de gemeente doen waartoe ik haar jaren geleden al heb uitgenodigd, en dat is naar de rechter gaan.” Maar daar maakt de claim weinig kans, beseft een raadsmeerderheid. Het Openbaar Ministerie (OM) seponeerde de zaak acht jaar geleden al, terwijl de hoogste bestuursrechter, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, het rapport van accountantsbureau KPMG afdeed als onvolledig en dus onjuist.

Toch hield de raad vast aan dat omstreden onderzoek, dat de vage scheidslijn tussen privé- en zakelijke declaraties bevestigde. Opstelten liet het begaan, tot woede van Peper. „Hij heeft toegestaan dat de raad voor rechtertje is gaan spelen.” Zijn opvolger had, aldus Peper, „de illegale operatie-Marapin” moeten afblazen. „Als hij het niet eens was geweest met het OM, had hij een Artikel 12-procedure moeten starten.”

Zelf zegt Peper „mede uit respect voor de stad” te hebben afgezien van een juridische bodemprocedure. Het zou niet alleen een langdurige, maar vooral ook „een kostbare exercitie” worden. Het leed was bovendien al geleden. Omdat openlijk aan zijn integriteit werd getwijfeld, mede door vele lekken tijdens het onderzoek, besloot Peper in maart 2000 – vlak vóór het verschijnen van het KPMG-rapport – op te stappen als minister van Binnenlandse Zaken. Sindsdien is hij ambtloos.

En, ondanks alles, een man met grote verdiensten voor Rotterdam. Dat zeggen zelfs zijn grootste critici, onder wie SP’er Çoskun. Pepers portret hoort volgens hem dan ook aan de muur. Maar „een rehabilitatiefeestje” gaat Çoskun te ver. „Peper was ook een omhooggevallen straatvoetballer, een deugniet die niet deugde.”

Opstelten intussen heeft, vlak voor zijn afscheid op 1 januari, opnieuw een wens op zijn verlanglijstje vervuld. Al kwam deze, anders dan de toekenning van de Tourstart, niet op eigen kracht tot stand. Twee ministers van Staat, Ruud Lubbers en Frits Korthals Altes, hebben de verzoening voorbereid. Zodat Peper definitief in het stadhuis kan ‘hangen’.

Eerdere artikelen over deze zaak via nrc.nl/binnenland